Moeilijke vragen

De wereld is in beroering. Rampen volgen elkaar op. Katrina was nog niet voorbij, of Rita zorgde voor nieuwe dreiging. Toen bleek dat de gevolgen van Rita meevielen, dankten duizenden Amerikaanse christenen God dat Hij hun gebeden had verhoord.

Waarom trof Katrina New Orleans zo zwaar? Was het omdat Amerika Israël onder druk had gezet? Was het omdat de stad zo zondig was? Sommigen legden een verband met een giga-homofeest dat twee dagen nadat de orkaan de stad getroffen had, zou worden gehouden.
Zijn wij beter? Ook in ons land gebeurt veel, zeer veel, waar we God pijn, erg veel pijn mee doen.
En laten we niet slechts naar de wereld wijzen, maar is het wel zo verheffend hoe de christenen in ons kleine landje met elkaar omgaan? De onderlinge liefde is vaak ver te zoeken. We zijn mijlenver verwijderd van het gebed dat de Here Jezus in Johannes 17 bad, ‘opdat zij één zijn’.

In de rampen die over de wereld gaan, kunnen we Gods oordelen zien. Met name Mattheüs 24, Lucas 21, de profeten en het bijbelboek Openbaring laten zien dat er in de tijd die direct voorafgaat aan de wederkomst van de Here Jezus, een escalatie zal zijn van rampen en oordelen die over de wereld zullen gaan. Maar er is ook een andere kant. Dwars door de rampen en oordelen heen is Gods roep tot bekering en terugkeer hoorbaar. C.S. Lewis noemt in zijn boek ‘The problem of pain’ (Het probleem van het lijden als titel van de Nederlandse vertaling) het lijden ‘Gods megafoon’ waarmee Hij ons wakker wil roepen.
De media berichtten voornamelijk over de ellende die teweeg is gebracht, maar er is ook veel goed nieuws, waar wij helaas nauwelijks iets over horen, zien of lezen.
Mij trof een getuigenis uit het zwaar door Katrina getroffen Mississippi: ‘De Here heeft de muren tussen onze kerken letterlijk weggeblazen.’
James Graham, directeur van International Gospel Outreach, vertelde dat er door Amerikaanse kerken zoveel hulp wordt aangeboden, dat er zelfs te weinig hulpverleners zijn om alle hulpgoederen te distribueren. De tragedie heeft ook geleid tot bekeringen.

Omdat wij niet in Amerika wonen, raken deze rampen ons minder direct, afgezien van de dure brandstof. Toch kunnen we niet doen alsof dit ons niets te zeggen heeft. Ik denk aan drie dingen:
1. De geweldige impact die daadwerkelijke hulp heeft op de getroffenen. Daar gaat een getuigenis vanuit.
2. Oog hebben voor de mogelijkheid dat er in de ramp iets doorklinkt van Gods oordeel, met eraan gekoppeld een appèl op bekering en terugkeer.
3. Alert zijn op de barensweeën die de wederkomst van de Here Jezus aankondigen.
Bij dit laatste punt passen de woorden van Paulus in Romeinen 13, waar hij aangeeft dat het tijd is om uit de slaap te ontwaken, omdat ‘de tijd ver gevorderd is, en de dag nabij is’. Wanneer ik zoiets schrijf, zijn er altijd weer mensen die hun berekeningen toesturen omdat ze ervan overtuigd zijn dat zij het wél weten. Maar die dag en dat uur weet niemand, ook de engelen in de hemel niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen (Mattheüs 24:36).
Enige tijd geleden verscheen hierover een interessant boek van bijbelleraar J.W. Embregts, met als titel ‘Dag noch uur; de vergeefse zoektocht naar een einddatum’ (uitgave van Elia Stichting; www.elia.nl). De auteur heeft twintig jaar aan dit boek gewerkt en ruim 1200 voorspelde data onderzocht, waarvan al meer dan 95 procent niet is uitgekomen. De overige 5 procent ligt nog in de toekomst, maar ook die voorspellingen zullen niet plaatsvinden zoals ze zijn aangekondigd.
Laat zo’n conclusie onze waakzaamheid niet aantasten. Jezus komt terug. Nergens roept de Bijbel ons echter op te gaan berekenen wanneer Hij komt. Dat moment is alleen bekend bij de Vader. De vraag die Embregts terecht stelt, is of we bereid zijn Hem te ontmoeten.

Dirk van Genderen