Biddend strijden

Voorbede is misschien wel de ‘zwaarste’ vorm van bidden. Voorbidders ervaren vaak dat voorbede strijden is. Het is een geestelijke strijd, omdat de satan zo’n gebed haat. En van de bidder zelf vraagt voorbede volharding.

Een goed voorbeeld van een voorbidder is Mozes. In Exodus 32 lezen we over de zonde die het volk Israël bedrijft met het gouden kalf. Op dat moment is Mozes op de berg, bij God. Dan vertelt God hem dat het volk zich neerbuigt voor een kalf als hun afgod en dat Hij het volk daarom zal gaan vernietigen. Mozes verootmoedigt zich daarop voor God en smeekt of Hij het volk wil sparen. Vervolgens zegt vers 14 dat God berouw krijgt over het kwaad dat Hij het volk wil aandoen.

Wanneer Mozes dan na veertig dagen de berg af komt en ziet wat God hem al heeft verteld, ontbrandt ook hij in toorn. Hij smijt de stenen tafelen, die God Zelf beschreven heeft, kapot.
De volgende dag klimt Mozes weer de berg op naar de Here, om ‘misschien verzoening over hun zonden’ te kunnen bewerken. En dan komt de indringende voorbede van Mozes voor het volk: ‘…vergeef toch hun zonde – en zo niet, delg mij dan uit het boek dat Gij geschreven hebt’.

Wat een gebed! Wat een last rustte er op zijn hart! Wat ging de liefde voor zijn volk diep. Hoe zwak zijn onze voorbeden dan vaak, vergeleken met dit gebed van Mozes. Hij was bereid voor altijd van God gescheiden te zijn, als het volk maar behouden zou worden.
Ook bij Paulus zie je eenzelfde soort voorbede. In de eerste verzen van Romeinen 9 zegt hij dat hij zelf wel van God verbannen wil zijn als zijn volk maar gered zou worden. In vers 2 lezen we zelfs dat Paulus een grote smart en een voortdurend hartzeer heeft, dat hij onder enorme druk staat. Zijn liefde voor zijn volk is zo groot, dat hij bereid is alles te verliezen om hen maar te winnen.
Bijzonder toch, hoe zowel Mozes als Paulus voorbede doet voor eigen volk! Let ook eens op Epafras, van wie in Kolossenzen 4:12 staat dat hij altijd in zijn gebeden worstelt voor de Kolossenzen.

Hoe is het met ons gesteld? Kennen wij het (een beetje) om zo voorbede te doen? Dat is heel wat anders dan een paar uurtjes bidden op een gebedsdag of een paar avonden in de gebedsweek, hoe goed het ook is om dat te doen. Dat betekent een dagelijkse gebedsstrijd. Misschien voor één van onze kinderen, voor onze ouders, buren, vrienden, voor onze gemeente of mogelijk wel voor onze voorganger. Voor ons dorp, onze stad, de regering, het koningshuis, ons volk. Het kan ook zo zijn dat u een speciale gebedslast voor een ander land hebt. Ik ken enkele mensen die letterlijk op de muren van Jeruzalem staan en de God van Israël geen rust gunnen totdat Hij Jeruzalem grondvest en haar stelt tot lof op aarde (Jesaja 62:7).
Zo bidden kunnen we niet in eigen kracht. Dat zouden we ook nooit volhouden. Dat kan alleen maar omdat er een biddende Here Jezus in de hemel is (Hebreeën 7:25) en omdat de Heilige Geest voordurend met onuitsprekelijke verzuchtingen voor hen bidt die God liefhebben (Romeinen 8:26).

Dirk van Genderen