Ingeschakeld door een heilig God

Wie van u kan God roepen om ingezet te worden in Zijn Koninkrijk? Ik vraag het u in alle ernst. En ook al bent u al door God ingeschakeld, staat u dan open voor nieuwe wegen die Hij misschien wel met u wil gaan?

U kent vast wel Jesaja 6, de roeping van Jesaja. Jesaja leefde in de achtste eeuw voor Christus. Koning Uzzia was in grote zonde gevallen. Als tegenbeeld van de zondige Uzzia ziet Jesaja een heilige koning, God zelf. De serafs roepen ‘Heilig, heilig, heilig’. Driemaal, om het extra te accentueren. Dit is de enige eigenschap van God die drie keer wordt herhaald, ook nog een keer in Openbaring 4.

De dorpelposten van de tempel beven. Jesaja is zo geschokt door de heiligheid van God, dat hij het uitroept: ‘Wee mij’. Wanneer Jesaja de HERE ziet, spreekt hij het oordeel over zichzelf uit. ‘Ik ga ten onder, ik verga’. Misschien is hij wel de meest rechtvaardige mens die op dat moment leeft, maar wanneer hij een glimp opvangt van een heilig God, valt zijn eigenwaarde aan diggelen. In die ene seconde wordt hij ontmaskerd, ontbloot, in het licht van Gods heiligheid.

‘Ik ben een man onrein van lippen’. Voor het eerst begrijpt hij pas echt wie God is, wanneer hij zich in Zijn aanwezigheid bevindt. Verslagen ligt Jesaja op de grond. Maar God is hem genadig en reinigt en herstelt hem. Een heilige vlam verbrandt zijn mond. De reiniging is pijnlijk en de genade is echt niet goedkoop, zoals tegenwoordig nogal eens wordt verkondigd.
God vergeeft, geneest en zendt. Jesaja hoort Gods stem: ‘Wie zal ik zenden?’ En het raakt hem tot in het diepst van z’n hart. Hij kan geen ‘nee’ zeggen, hij kan niet anders dan uitroepen, met zijn gereinigde mond: ‘Hier ben ik, zend mij’. En dan begint het. Ingeschakeld door God.

Bij Petrus zie je eenzelfde soort reactie. Lucas 5 zegt dat hij de hele nacht had gevist en niets had gevangen. ‘Ga naar diep water en werp het net uit’, krijgt Petrus als opdracht van de Here Jezus. Tegen wil en dank gehoorzaamt hij, omdat hij het niet waagt om Hem ongehoorzaam te zijn. En dan blijkt het net bomvol vis te zitten. Je zou toch verwachten dat hij Jezus zou bedanken en aanbidden wanneer Hij zo Zijn kracht en almacht toont. Tegenwoordig zouden we snel een dankdienst organiseren.
Net als Jesaja wordt ook Petrus in Gods tegenwoordigheid geconfronteerd met zijn zondigheid. ‘Here, ga uit van mij, want ik ben een zondig mens.’ Zijn eigenwaarde gaat eraan in de aanwezigheid van de Here.
Dan hoort hij de woorden: ‘Wees niet bevreesd.’ En ook hij wordt (opnieuw) ingeschakeld door God.

Denk ook eens aan Paulus. Op  weg naar Damascus (Handelingen 9) om daar de discipelen op te pakken, heeft hij een ontmoeting met de Here Jezus. ‘Wie zijt gij, Here’, is het enige wat hij nog uit kan brengen. Deze strijder tegen God werd op de weg naar Damascus geconfronteerd met Gods heiligheid. En hij ging letterlijk onderuit. En ook bij hem gebruikte God deze confrontatie om hem vervolgens in te schakelen in Zijn Koninkrijk. En hoe geweldig heeft God hem gebruikt!

Ik denk ook nog aan Johannes op Patmos. Toen de Heilige aan hem verscheen, viel Johannes als dood voor Zijn voeten (Openb. 1:17). ‘Wees niet bevreesd’ kreeg ook hij te horen. En ook Johannes kreeg hier een nieuwe opdracht.

Veel christenen zijn huiverig voor een ontmoeting met een heilig God. Veel liever hoort men spreken over Gods liefde. Maar zolang we niet hebben gezien dat God een heilig God is, zal ons geestelijk leven weinig diepgang kennen. En wanneer Hij als de Heilige aan ons verschijnt, is dat niet zelden het moment dat Hij een (nieuwe) taak voor ons heeft.
Hoe is het in ons leven? Hebben we ooit al een glimp van Gods heiligheid opgevangen? Is Hij als de Heilige aan ons verschenen? En wat heeft dat met ons gedaan? Heeft Hij ons toen ook geroepen in Zijn dienst of roept hij u misschien nu? Na een ontmoeting met een heilig God zijn we nooit meer dezelfde. Of weten we misschien dat Hij ons roept, maar vechten we nog steeds met Hem, omdat we ons leven niet totaal in Zijn handen willen geven?

Wanneer Hij roept, geeft Hij ook de genade om Zijn roepstem te volgen. Laat dat een bemoediging zijn. Hij gaat mee. Meer nog, Hij gaat voor en wij mogen volgen. Kijk maar:
Tegen Mozes zei Hij: ‘Nu dan, ga heen, Ik zal met uw mond zijn en u leren, wat gij spreken moet’ (Ex. 4:12).
Tegen Jesaja zei Hij: ‘Ga, zeg tot dit volk…’ (Jes. 6:9)
Tegen Petrus zei Hij: ‘Van nu aan zult gij mensen vangen’ (Luc. 5:10).
Over Paulus zei Hij tegen Ananias: ‘Deze is Mij een uitverkoren werktuig om Mijn Naam te brengen voor heidenen en koningen en de kinderen Israels… (Hand. 9:15).
En Johannes kreeg te horen: ‘Schrijf dan hetgeen gij gezien hebt en hetgeen is en hetgeen na dezen geschieden zal’ (0penbaring 1:19).

Wat we in onze tijd nodig hebben, is meer zicht op de heiligheid van God. Het gevolg zal zijn dat de genade weer centraal komt te staan. En het kruis! Wie door Hem gerechtvaardigd is, zal zich wèl op z’n gemak voelen in de aanwezigheid van de heilige God. ‘Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God’ (Rom. 5:1). Met volle vrijmoedigheid mogen we dan toegaan tot de troon der genade, tot God zelf (Hebr. 4:14-16).
Het is een grote genade wanneer Hij ons roept in Zijn dienst. Maar ik waarschuw u ook. Het leven met God is niet altijd glorie en hallelujah. Aan Paulus toonde God hoeveel hij zou moeten lijden ter wille van Zijn Naam. We kunnen alleen maar delen in Zijn heerlijkheid, wanneer we ook delen in Zijn lijden.

Dirk van Genderen