Tekort aan predikanten en voorgangers

Wanneer werd in uw gemeente voor het laatst gebeden of de Here God mensen wil roepen voor de dienst in Zijn Koninkrijk? En wanneer hebt u hiervoor zelf het laatst gebeden? Ik vermoed dat dit gebed niet hoog staat op veel gebedslijstjes, terwijl in steeds meer kerken en gemeenten een tekort is aan predikanten en voorgangers.

In Mattheüs 9:37 en 38 lezen we: ‘De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Bidt daarom de Here van de oogst, dat Hij arbeiders uitzende in Zijn oogst.’ En in Lucas 10:2 vinden we exact dezelfde woorden.
Welke moeder, welke vader bidt wel eens dat een van haar/zijn kinderen door God geroepen kan worden voor een dienst ergens in Zijn Koninkrijk? Zoals Hanna, die zei: ‘Als U me een zoon geeft, geef ik hem aan U’ (1 Samuël 1:11). Welke voorganger spreekt hier met de jongeren in Zijn gemeente over? Welke clubleider stelt dit jaarlijks minstens een keer aan de orde?
Het lijkt erop dat veel mensen werk in Gods Koninkrijk als iets tweederangs beschouwen. Dat zeggen we natuurlijk niet hardop, maar een mooie carrière en een goed inkomen staan vaak hoger op onze verlanglijstjes.

Met ontferming bewogen
In vers 36 staat de Here Jezus met ontferming bewogen was. Dat is in het Grieks de sterkste uitdrukking voor medelijden. Omdat de schare voortgejaagd (gewond) en afgemat was, neergeworpen als schapen die geen herder hebben (zie ook Mattheus 11:28; 23:4). Door de zware lasten die de religieuze leiders hun hadden opgelegd. De Here Jezus toonde Zich de beloofde Herder, de Messias (Ezechiel 34:23; Johannes 10:1-18).
In vers 37 zegt Hij: ‘De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinig. Het gaat hier niet om de opbrengst van de oogst (Openbaring 14:15), maar om het oogsten zelf. Al in Oude Testament is geprofeteerd dat de eindtijd een oogsttijd zal zijn die enerzijds heil inhoudt, het verzamelen van Gods kinderen (Jesaja 27:12), anderzijds ook oordeel (Joel 3:13ev).
In vers 38 bidt de Here Jezus om meer arbeiders. Hij wilde Zijn discipelen geestelijk voorbereiden en wel zo dat zij dezelfde roeping gingen voelen als Hij.

Bidt voor uw voorganger
Ik hoor mensen nogal eens klagen over hun predikant of voorganger. ‘De preken spreken niet aan, hij is niet zo begaafd, er gaat geen kracht vanuit…’ Misschien doet u hier zelf ook wel aan mee.
De vraag die ik u dan zou willen stellen, is: ‘Bidt u wel voor uw predikant? Hebt u, niet alleen nu, maar al veel langer, gebeden of de Here nieuwe arbeiders wil roepen en zenden? Wanneer u niet gebeden hebt, is het maar zeer de vraag of uw klacht terecht is. Dan is het nodiger om eerst schuld te belijden. Wanneer u niet hebt gebeden om voorgangers, heeft God – menselijkerwijs gesproken – uw gebed niet kunnen verhoren.
Ligt u wel eens voor uw voorganger op de knieën, om hem bij de Here te brengen en te smeken of Hij hem wil zalven met Zijn genade? Of besteedt u meer tijd aan roddelen en kwaadspreken over uw voorganger. Weet dat de Here dat hoort, zoals Hij eens hoorde hoe Aäron en Mirjam jaloers waren op Mozes en kwaad spraken van hem.

Verwacht maar niet dat het u geestelijke winst oplevert wanneer u negatief spreekt over uw voorganger. Waarbij het natuurlijk wel belangrijk is dat het iemand is die de Here Jezus kent en van harte liefheeft en ook liefde heeft voor het hele Woord van God. Er zijn namelijk ook dieven en rovers, die niet door de deur de schaapskooi binnenkomen, maar van elders inklimmen, lezen we in Johannes 10. ‘Wee, de herders van Israël, die zichzelf weiden,’ zegt Ezechiël 34 over hen.

Bidt om nieuwe arbeiders
Tegelijk is het waar dat God niet van ons afhankelijk is. Hij roept mensen in Zijn dienst en Hij zendt hen waar Hij wil. Maar Hij wil ons hier wel bij inschakelen. Er rust een verantwoordelijkheid op voorgangers en predikanten om in de samenkomsten te bidden of de Here arbeiders wil uitzenden in Zijn oogst. Zo’n gebed heeft tweeërlei uitwerking. God kan het gebruiken voor iemand die aanwezig is, om hem of haar te gaan roepen in Zijn dienst. Ook kan Hij, Die een Hoorder van onze gebeden is, elders iemand roepen in reactie op onze gebeden.

Ik moet denken aan een verhaal dat ik eens hoorde over een gebedsgroep, ergens in Nederland. Een aantal jonge christenen kwam regelmatig bij elkaar om te bidden voor de zending. En in de loop van de maanden kwamen de gebeden dichterbij hun eigen hart. Ze baden heel concreet om nieuwe arbeiders om de oogst binnen te halen. Toen kwam het moment dat ze ervan overtuigd raakten dat ze zichzelf voor God beschikbaar moesten stellen. En het wonder is dat uiteindelijk deze hele groep in de zending is terechtgekomen.

Verhoring van gebeden
Beseffen mensen die Gods roeping in hun leven ervaren, dat dit wel eens de verhoring van gebeden van anderen kan zijn? Misschien wel van een biddende vader, moeder, oma of opa; van een biddende gemeente.
Er zijn echter ook gemeenten waar al jarenlang niemand door de Here is geroepen in Zijn dienst. Kan de oorzaak liggen is het niet bidden van dit gebed uit Mattheüs en Lucas?
In sommige kerken dreigt momenteel een tekort aan predikanten te ontstaan. Kan dit komen omdat wij nalatig zijn in onze gebeden? Kan het zijn dat wij te hoge eisen stellen aan toekomstige predikanten, door te verlangen dat ze wel in staat zijn een universitaire studie te volgen?
Nog geeft de Here tijd om de oogst binnen te halen. We weten niet hoelang nog? De komst van de Here Jezus kan dichterbij zijn dan we denken. Laten we daarom onze gebeden tot de Here vermenigvuldigen om arbeiders uit te zenden in Zijn oogst. En laten we zelf bereid zijn gehoor te geven aan Zijn roepstem wanneer Hij ons roept.

Dirk van Genderen