Groei naar geestelijke volwassenheid

Sommige christenen zijn – geestelijk gezien – nog lang niet volgroeid. Door genade mogen ze een kind van God zijn, maar dan heb je het wel zo ongeveer gehad. Ze zijn baby’s gebleven in het geloof.
Hopelijk is het bij u anders en groeit en bloeit uw geloofsleven. Dan bent u werkelijk welgelukzalig, om het met een woord uit de Statenvertaling te zeggen.

Misschien verlangt u wel naar zo’n geloofsleven. Vroeger, ja, toen leefde u dicht bij de Here Jezus. U wandelde met Hem, was vol van Hem. Maar nu… Het is allemaal zo dor en zo doods geworden. U ervaart maar zo weinig van Hem. U hebt het gevoel dat u midden in de woestijn leeft. Wel vertrokken uit Egypte – net als ooit het volk Israël – maar nog ver verwijderd van het land vloeiende van melk en honing.

Oorzaken van geestelijke donkerheid
Tal van oorzaken kunnen het geestelijk leven van een christen in donkerheid hullen. Veel christenen zijn overal vol van, behalve van de Here Jezus. Ze zijn vol van hun werk, van hun favoriete tv-series en vul verder maar in. Sommigen denken dat ze een en ander kunnen combineren. Een beetje God, af en toe een kort gebedje, een beetje Bijbel, een enkel bijbelstudietje, maar ook heel veel wereld.

Denk niet dat ik u veroordeel. Ik zeg het ook tegen mezelf. Als ik kijk naar christelijk Nederland, dan huilt mijn hart. Zit ik er ver naast wanneer ik zeg dat we vaak maar geestelijke tobbers zijn? Dat er geestelijk veel lauwheid is in ons leven, zoals de Here Jezus ook tegen de gemeente in Laodicea zei (Op. 3:16)?
Verandering is echter mogelijk. Dat is het goede nieuws. De Laodicenzen werden opgeroepen tot bekering (Op. 3:19) en die oproep komt ook tot ons. Het Evangelie is zo geweldig rijk! En onze Heiland, de Here Jezus Christus, wil ons leven geven en overvloed (Joh. 10:10).

Daarom wil ik met grote nadruk de Here Jezus centraal stellen en Hem laten schitteren. Paulus zegt tegen de Galaten zelfs dat hij hun Jezus Christus als de Gekruisigde voor de ogen geschilderd heeft. Dat verandert mensen. Beter nog: Hij verandert mensen! Zodat we geestelijk gaan groeien.
En waar ontmoeten we Hem? In de Bijbel, Zijn eigen Woord, dat levend en krachtig is! Daardoor leren we Hem steeds beter kennen en wassen we op in de genade en in de kennis van onze Here en Heiland, Jezus Christus (2 Petr. 3:18).

Verlangen naar het beloofde land
Dat Woord moet wel opengaan in ons dagelijks leven. Alleen dan kan het krachtig spreken. Ik hoop en bid dat wij niet tevreden zullen zijn met een leven in de woestijn, maar dat we verlangen om met de Here te mogen wandelen in het Beloofde Land.
Ik bid dat er meer van de Here Jezus zichtbaar zal worden in ons leven en in onze kerken en gemeenten. Dat er meer en meer gelovigen zullen zijn die zich helemaal aan God toewijden, met het diepe verlangen in Zijn tegenwoordigheid te zijn. Geestelijke groei zal dan zichtbaar worden en het is goed mogelijk dat anderen dat eerder opmerken dan wijzelf.
Deze groei veroorzaakt geestelijke honger, die pas wordt gestild wanneer wij Gods goedheid hebben geproefd en een glimp hebben opgevangen van Hemzelf (Hebr. 2:9).

Wanneer we in Zijn tegenwoordigheid komen en Hem werkelijk ontmoeten, dan zullen we onze eigen kleinheid en zondigheid beseffen. Hij is immers de Heilige. Jesaja riep het uit: ‘Wee mij, ik ga ten onder, want ik ben een man, onrein van lippen’ (Jes. 6:5), waarna de Here hem heiligde en Jesaja toch in Gods tegenwoordigheid kon zijn. Met volle vrijmoedigheid mogen wij tot Hem gaan, omdat de Here Jezus als de Hogepriester de hemelen is doorgegaan (Hebr. 4:14-16).

In de stilte
Het zou wel eens kunnen zijn dat we niet zoveel te zeggen hebben wanneer we in Gods nabijheid zijn. Zo zet ook Psalm 62 in: ‘…mijn ziel keert zich stil tot God’ (vers 2). En verderop in de psalm (vers 6) spreekt de dichter – David – zichzelf toe: ‘…mijn ziel, keer u stil tot God.’ Wanneer we zo in stilte tot Hem naderen, gaan we meer en meer beseffen wie Hij is. ‘Hij is mijn rots en mijn heil’ (vers 3 en vers 7). We kunnen deze woorden soms heel vroom in de mond nemen en ‘verstandelijk’ weten we dat Hij de machtige is, onze Rots. Maar deze woorden worden pas werkelijkheid voor ons als het erop aankomt, wanneer het stormt in ons leven en wanneer we Zijn nabijheid daadwerkelijk ervaren.

Wanneer we zo in de stilte voor Hem verschijnen, en de vraag wordt gesteld hoe het met ons gaat, dan zal ons antwoord anders zijn dan wanneer een mens dat aan ons vraagt. Dan kunnen we tegen God zeggen dat het goed is, omdat we in Zijn tegenwoordigheid zijn. Dan kunnen we het Paulus nazeggen: ‘Niets kan ons scheiden van de liefde van God, welke is in Christus Jezus, onze Here’ (Rom. 8:39). Dat kunnen we van harte belijden, misschien wel door onze tranen heen.
Het kan ook zijn dat we eerlijk tegen Hem moeten zeggen dat het geestelijk gezien niet zo goed met ons gaat. Aan wie kunnen we dat beter vertellen dan aan Hem? Hij kan ons leven totaal vernieuwen. Hij kan situaties veranderen. Voor Hem is niets te wonderlijk.

Najagen van heiliging
Wie het oprechte verlangen heeft en vertrouwt dat de Here God door Zijn Geest heiliging in hem of haar werkt, en Gods weg daarin wil gaan, zal ervaren dat Hij dat ook doet.
Heiliging betekent apart gezet van de wereld en toegewijd aan God. Het is ook deel krijgen aan Gods heerlijkheid, aan Zijn luister en majesteit.
De Bijbel maakt duidelijk dat je, vanaf het moment dat je tot geloof in de Here Jezus komt, in Gods ogen een heilige bent. En de benaming heilige is als een appèl om heilig te leven, omdat God Zelf heilig is. We zijn dan geroepen om heiliging na te jagen, zegt Hebr. 12:14. ‘Zonder heiliging zal niemand de Here zien,’ wordt er zelfs heel nadrukkelijk aan toegevoegd.

U zou me verkeerd kunnen begrijpen en denken dat ik vind dat we nu zelf maar keihard ons best moeten gaan doen om heiliger te leven. Dat in ieder geval niet. Maar is het niet zo dat veel christenen wel een beetje erg lui zijn als het hierover gaat? Denk eens aan de hele praktische oproepen om zo te lopen dat we de onvergankelijke erekrans ontvangen (1 Kor. 9:25) en onszelf te bewaren in de liefde Gods door onszelf op te bouwen in het allerheiligst geloof en door te bidden in de Heilige Geest (Judas :20).
Ook Paulus’ oproep in Efeze 6 om de geestelijke wapenrusting aan te doen, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen van de duivel, is een duidelijke opdracht.

Het is het najagen van de heiliging, het ernaar staan, het gericht zijn op het ene doel, op God Zelf. Niet om ons eeuwig behoud, de hemel, daarmee veilig te stellen. Want het is pure genade wanneer we eenmaal binnen mogen gaan in Gods heerlijkheid.
Is het niet zo dat ons christenzijn er vaak maar een beetje bij hangt? Als het te dichtbij komt, deinzen we terug. ‘Wie gelooft, is toch een vrij mens’, stellen sommigen. Ze zeggen dat het kijken naar programma’s waarin Gods geboden aan de lopende band worden overtreden, geen negatieve invloed heeft op hun geestelijke leven. Ze zijn immers toch al verlost…

Er dreigen hier twee gevaren. Aan de ene kant gaat het mis wanneer alleen maar wordt benadrukt dat heiliging en groei naar geestelijke volwassenheid voor 100 procent Gods werk is. Net zo mis gaat het wanneer alleen wordt gesteld dat het voor 100 procent van onze inzet afhankelijk is. Wie de Bijbel goed leest, zal ontdekken dat het gaat om het evenwicht tussen Gods werk en onze verantwoordelijkheid. Wanneer Hij de heiliging niet in ons uitwerkt door Zijn Geest, komt er van heiliging en groei niets terecht. Maar wanneer wij met onze armen over elkaar gaan zitten wachten tot God iets gaat doen en ondertussen in de zonde leven, gaat het ook gegarandeerd fout.

Laten we in ons eigen leven nagaan hoe de stand van zaken is. Hebben we compassie voor hen die Jezus nog niet kennen? Raakt ons de openlijke zonde in de samenleving?
Het kan zijn dat we op een gegeven moment wel tevreden zijn met wat God ons nu geeft. We genieten van Zijn zegen en van de gaven die Hij schenkt. En we mogen Hem daar dankbaar voor zijn, maar het is mijn gebed, mijn verlangen om Hem meer en beter te leren kennen. ‘Om Hem te kennen en de kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap aan Zijn lijden…’ (Fil. 3:10) Ik hoop en bid dat het ook uw verlangen is.

Worden als een kind
Dan is er nog een punt waar ik op wil wijzen. Wie ‘groot’ wil zijn in het Koninkrijk van God, wie geestelijk wil groeien en staat naar geestelijke volwassenheid, zal moeten leren klein te worden, of zoals de Here Jezus het zegt in Matt. 18:3: ‘Voorwaar, Ik zeg u, wanneer gij u niet bekeert en wordt als de kinderen, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan.’
Diezelfde gedachte zit ook in de opmerking van Johannes de Doper, wanneer hij zegt: ‘Hij moet wassen, ik moet minder worden’ (Joh. 3:30).

Het is het kruisigen van ons ik, het met Christus de dood ingaan, het als een kind vertrouwen op de Vader. Het is je veilig en geborgen weten in Hem.
Dit mogen we leren. Je zou het bijna omgekeerde groei kunnen noemen. Terwijl de Here Jezus steeds groter in je wordt, word je in jezelf steeds kleiner. Het is sterven aan jezelf en opwassen en toenemen in de genade en de kennis van de Here Jezus Christus (2 Petrus 3:18).
Het is vertrouwen dat wat Hij doet, goed is. Het is Zijn werk in ons en door ons heen. En soms doet dat pijn, maar ook tuchtigingen wil hij gebruiken om ons deel te laten krijgen aan Zijn heiligheid (Hebr. 12:10).

Dirk van Genderen