De strijd tussen atheïsten en gelovigen

Op zaterdag 20 juni jl. was ik uitgenodigd op een discussiemiddag in Utrecht, georganiseerd door de vrijdenkersvereniging ‘De Vrije Gedachte’, met als motto ‘Geloof versus Ongeloof – een Vriendschappelijk Duel’. Het verzoek was om een column voor te dragen over ‘De strijd tussen atheïsten en gelovigen, vanuit christelijk/gelovig perspectief’. Hierbij de tekst van deze column.

Het georganiseerde ongeloof is in opmars. Kijk maar naar de atheïstische reclamecampagnes in Engeland, Nederland en Duitsland en de groeiende belangstelling voor ontdopen in Groot-Brittannië. Naar de botsing van meningen over het ontstaan van het leven. Naar de strijd om de ruimte van homoseksuele leerkrachten op christelijke scholen.

Er was in ons land altijd ruimte voor allerlei manieren van denken en van geloven. De weerstand tegen zo’n tolerantie neemt echter eenzijdig toe.

Drie voorbeelden.

1. Er is steeds minder tolerantie wanneer je publiekelijk stelt te geloven dat God de aarde en het Leven in zes dagen van 24 uur heeft geschapen. Wanneer je vasthoudt aan wat de Bijbel hierover zegt, ben je in de ogen van velen hopeloos ouderwets en niet meer serieus te nemen.

Ik schrijf de wetenschap niet af. Wis en waarachtig niet. Het is een machtig wonder van de Schepper dat wij die vermogens hebben.
Enkele maanden geleden, toen de folder ‘Evolutie of schepping’ huis-aan-huis werd bezorgd, zat de bekende bioloog Midas Dekkers in ‘Pauw en Witteman’. Als een vurig pleitbezorger van de evolutie. Op de vraag van de Ark-bouwer Johan Huibers waar het allereerste leven vandaan komt, zei Dekkers heel eerlijk: ‘Dat weet ik ook niet, maar ik kies voor de evolutie omdat ik niet in God wil geloven’.
De initiatiefnemer van de folder ‘Evolutie of schepping’ werd zelfs met de dood bedreigd. Verscheidene malen. Hij werd geraakt door de haat tegen God die uit veel reacties sprak. Van de zo geroemde vrijheid van meningsuiting is Anno 2009 soms niet veel meer over.

2. Je mag als minister kennelijk niet meer zeggen dat je je zorgen maakt over de seksuele moraal van de jeugd. Minister Rouvoet – het gaat over hem – had naar aanleiding van een documentaire over misstanden op het gebied van seksualiteit onder de jeugd gesteld dat er een generatie verloren dreigt te gaan omdat ze een verknipt beeld heeft van seksualiteit.
De minister wordt vervolgens deze week op het matje geroepen door D66. Hij zou zijn excuses aan moeten bieden aan de Nederlandse jeugd voor deze uitspraak.

3. Het bevoegd gezag van een christelijke school in Emst wordt ter verantwoording geroepen wanneer zij stelt dat een leerkracht die z’n homoseksualiteit praktiseert, botst met de grondslag van de school, lees: de Bijbel, en niet langer kan functioneren op deze school. Dan zet het COC, op advies van minister Plasterk, de tegenaanval in.

Deze minister lijkt het als zijn hoofdtaak te beschouwen de emancipatie van homoseksuelen in dit land, en ook wereldwijd, te bevorderen. Hij wil christelijke scholen dwingen leerkrachten die hun homoseksualiteit praktiseren in dienst te nemen dan wel te houden. Veel scholen beschouwen dit echter als een aanval op de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van onderwijs.
Plasterk zal het daarom best lastig hebben met het recente advies van de Raad van State dat christelijke scholen, op basis van Europese regels een grote vrijheid hebben om ‘beroepsvereisten’ te stellen. Die eisen moeten vanzelfsprekend wel te herleiden zijn tot de grondslag van de scholen.

Soms vraag ik me af hoe het komt dat mensen die zeggen niet in God te geloven, zich toch zo tegen Hem en Zijn volgelingen keren. Dat is toch helemaal niet nodig. Waarom zou je zoveel energie stoppen in iets wat slechts bestaat in de gedachten van een groep mensen? Is er misschien toch angst dat God mogelijk wel bestaat?
Het zit dieper. Het gaat niet louter om het ontkennen van het bestaan van God. Men legt zich steeds meer toe op het bestrijden van God. Denk aan de benaming antitheïsten. God is ongewenst. God zit in de weg. God moet uit het publieke leven worden gebannen. De morele invloed van het christendom moet worden afgeschaft.

Ik wil gelovigen aanmoedigen en bemoedigen, zeker ook (jonge) christenwetenschappers die God willen dienen met de wetenschap, om vol te houden! Ook al drukt men je in de hoek van ‘ouderwets, achterlijk, niet-intellectueel, onwetenschappelijk’ of iets dergelijks, wanneer je vasthoudt aan God en aan Zijn Woord. Vertrouw op Hem, leef met Hem en laat je leiden door Hem, door Zijn Woord en Zijn Geest. En vergeet nooit dat Gods genade, Zijn gunst en Zijn zegen meer waard is dan alle schatten van de hele wereld en alle applaus van wie dan ook. Dat applaus is tijdelijk, Gods zegen is eeuwig.

Christenen bidden voor atheïsten, ja, voor allen die niet in Jezus geloven. God wil niet dat zij verloren gaan, maar dat ook zij tot geloof in Hem komen en gered worden. En ik bid ook dat God mensen geeft, die het debat durven en kunnen aangaan met deze beweging.
Het komt er steeds meer op aan dat christenen niet alleen pal staan voor de hele Bijbel als het absoluut betrouwbare Woord van God, maar dat ze God persoonlijk kennen en geloven in Jezus Christus. Ik heb de indruk dat de aanvallen op het geloof in God heftiger worden.
Gelukkig hoeven we deze strijd niet in eigen kracht te voeren. God zelf zal voor ons en door ons heen strijden. In Zijn kracht mogen we de ‘strijd’ aangaan.

Wij zijn hier bij elkaar in dit gebouw, maar de strijd speelt zich niet hier af. Hoewel die strijd hier wel zichtbaar wordt. Er woedt namelijk een geestelijke strijd. Een strijd in de onzichtbare wereld. Daar spreekt de Bijbel heel duidelijk over.
Een strijd tussen waarheid en leugen, geloof en ongeloof, licht en duisternis. Een strijd tussen God en Zijn tegenstander, de duivel.
En er absoluut meer tussen hemel en aarde dan wat voor ogen is. En ik geloof ook in leven na dit leven.

Het gaat erom met welke onzichtbare wereld we verbonden zijn. Ik sta hier als gelovige, als een volgeling van Jezus Christus.
En mijn motivatie om hier te zijn, vind ik in de Bijbel. Daar staat – voor wie het wil weten – in 1 Petrus 3:15: ‘Weest altijd bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop, die in u is’. Dat doe ik zo krachtig mogelijk. Nu hier, en ook op mijn website en overal waar ik de kans krijg.
Mijn hoop is op God. Hem wil ik volgen, Hem wil ik gehoorzamen en aan Zijn Woord, de Bijbel, houd ik onverkort vast, van begin tot eind. Omdat ik geloof, beter: zeker weet, dat Zijn Woord de waarheid is. Omdat Hij de waarheid is.

Uiteindelijk zal die waarheid zegevieren. Er komt een einde aan de strijd. Wanneer Jezus terug zal komen op deze aarde om Zijn rijk van vrede en gerechtigheid op te richten. Dat moment zou wel eens heel dichtbij kunnen zijn. Dan zal iedereen ontdekken dat God wel degelijk bestaat.

Dank jullie wel!!!

Dirk van Genderen