Intolerantie jegens christenen groeit

Als ik de ontwikkelingen goed inschat, neemt de intolerantie toe jegens christenen die uitkomen voor hun christen-zijn. De vraag is hoe we hierop moeten reageren. Moeten we ach en wee roepen, er grote artikelen over schrijven en de politiek mobiliseren? Of is het beter de andere wang toe te keren wanneer we worden ‘geslagen’?

Ik geef eerst enkele voorbeelden die ik de afgelopen paar weken hoorde dan wel las.
* Iemand die regelmatig in één van de grotere steden in het zuiden van het land gaat evangeliseren, lukte het na verscheidene bedreigingen om nog net om op tijd weg te komen toen iemand met een mes op hem af kwam terwijl hij aan het evangeliseren was.
* In het debat over schepping of evolutie wordt scherp geschut in stelling gebracht tegen degenen die geloven wat de Bijbel zegt over de schepping en het begin van het leven. In wetenschappelijke kring is er nauwelijks plaats voor je wanneer je vasthoudt aan een schepping in zes dagen en een ouderdom van de aarde van zo rond de zesduizend jaar.
* De Britse evolutionist Richard Dawkins vergeleek mensen die geloven in een schepping door God in zes dagen met degenen die de holocaust ontkennen.
* Een verpleegster vertelde dat het in het ziekenhuis waar zij werkt nauwelijks meer wordt geaccepteerd dat zij vanwege haar christen-zijn niet mee wil werken aan een abortus.
* In de politiek zie je gebeuren dat de weerstand tegen met name het reformatorische onderwijs toeneemt. Dat vindt men in bepaalde kring maar eng. En het zou de integratie van leerlingen van zulke scholen in de samenleving bemoeilijken.
* Iemand die achter Israel staat omdat hij vast wil houden aan wat Gods Woord zegt over Israel en over het Joodse volk, krijgt soms nare reacties over zich heen.
* In steeds meer plaatsen willen gemeenten de subsidie aan christelijke hulpverleningsorganisaties bevriezen.

U kunt deze lijst wellicht aanvullen met zaken waar u zelf tegenaan loopt of bent gelopen. Ik hoor dat trouwens graag van u, wellicht kan ik er dan later nog eens op terug komen.
Het lijkt me wel duidelijk dat de intolerantie toeneemt in een land waar zo hoog wordt opgegeven van de tolerantie jegens andersdenkenden. Zolang we ons geloof maar binnen de muren van ons eigen huis houden, vooruit, dan moet je het zelf weten. En binnen de vier muren van de kerk kan ook nog, zolang er maar geen geluidsfragmenten naar buiten komen, die zomaar aanstoot zouden kunnen geven.

Hoe moeten we hiermee omgaan? Sommige christenen hebben de neiging de boodschap aan te passen, om nare reacties te voorkomen. En zeker, we zullen altijd in wijsheid onze woorden moeten kiezen. Maar laten we onze boodschap niet aanpassen met het oog op wat mensen ervan vinden. Laten we trouw blijven aan God Zelf, aan Zijn Woord en de ‘scherpe’ randjes niet van onze boodschap afhalen. Wanneer we een deel van de waarheid weglaten – zoals wat de Bijbel zegt over het oordeel, over de zonde, over de hel – dan gaan we een ander Evangelie brengen, dat dan geen evangelie meer is, maar een leugen.

Het is zeker goed om zonodig aan de bel te trekken. En te ‘strijden’ voor onze overtuiging. We hoeven ons immers niet te schamen voor het Evangelie. En een verdediging van het geloof in bijvoorbeeld de media kan meer begrip geven voor onze geloofsovertuiging en kan andere christenen helpen zelf het gesprek aan te gaan over het geloof.

Tegelijk moet het ons niet verbazen dat niet iedereen staat te applaudisseren wanneer we voor ons christen-zijn uitkomen. Zei de Here Jezus het al niet: ‘Ze hebben Mij vervolgd, ze zullen ook u vervolgen’ (Johannes 15:20). En een vers eerder lezen we: ‘Indien gij van de wereld waart, zou de wereld het hare liefhebben, doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld uitgekozen heb, daarom haat u de wereld.’

Heel vaak en heel snel roepen we ach en wee wanneer we moeten lijden vanwege ons geloof, hoewel het in Nederland vaak nog wel meevalt. In tal van landen is de situatie veel ernstiger.
Het kan ons helpen ons te realiseren hoe christenen, volgelingen van de Here Jezus, in vroegere eeuwen reageerden op smaad, laster, uitsluiting, vervolging en soms zelfs de dood vanwege het volgen van de Here Jezus.
Paulus zei al in Handelingen 20:24: ‘Maar ik tel mijn leven niet en acht het niet kostbaar voor mijzelf, als ik slechts mijn loopbaan mag ten einde brengen en de bediening, die ik van de Here Jezus ontvangen heb om het Evangelie der genade Gods te betuigen.’

Voor velen, zeer velen heeft het volgen van de Here Jezus zeer grote consequenties gehad. Soms werden ze behandeld als tweederangs burgers, soms werden ze vervolgd, soms koste het hun hun leven. Maar voor alles waren ze gericht op de Here Jezus. Laat dat ook bij ons zo zijn. Dan gaan we het lijden om Christus’ wil zien in een ander licht. Dan mogen we het leren, wat de apostelen in praktijk brachten toen ze waren opgepakt omdat ze het Evangelie brachten: ‘Zij dan gingen uit de Raad weg, verblijd, dat zij verwaardigd waren ter wille van de Naam smadelijk behandeld te zijn’ (Handelingen 5:41). Dan kan God ons genade geven om ook de andere wang toe te keren wanneer we geslagen worden (Mattheus 5:39).
Een Indiase evangelist zegt het zo: ‘Ik ben bereid te lijden voor Christus, omdat Hij heeft geleden voor mij en Zijn leven gegeven heeft om mij te redden.’

Gisteravond las ik Filippenzen 3:20 en 21, waarin Paulus de gemeente van Efeze voorhoudt dat ze burgers zijn van een rijk in de hemelen, waaruit ze ook de Here Jezus Christus als Verlosser verwachten. Hij zal hun vernederd lichaam veranderen, zodat het aan Zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt. Die verwachting mag ook ons leven stempelen als we de Here Jezus mogen kennen. Laat deze woorden u bemoedigen. Naar dat moment mogen we uitzien met groot verlangen.

Dirk van Genderen