‘Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn’

‘Voorwaar, Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het paradijs zijn’ (Lucas 23:43). Deze woorden sprak de Here Jezus kort voor Zijn sterven aan het kruis tot één van de twee moordenaars, die met Hem werden gekruisigd. Wat bedoelt de Here Jezus hier met het paradijs en waar is die andere moordenaar na zijn dood terechtgekomen?

Om hier een beter zicht op te krijgen, moeten we op zoek gaan naar wat de Bijbel zegt over het leven na de dood. Als het over het hiernamaals gaat, gebruikt het Oude Testament het Hebreeuwse woord sheol, wat soms met hel of dodenrijk en ook wel met kuil of graf wordt vertaald. Toch moeten we hier niet direct aan de hel denken, maar veel meer aan het leven na de dood. Een zorgvuldig lezen van de Bijbelse gegevens maakt duidelijk dat sheol bestaat uit twee gedeelten, met twee verschillende ‘soorten inwoners’.

Leven na de dood
De mens is absoluut onsterfelijk. Dood is niet dood. Daniel 12:2 zeg: ‘Velen van hen die slapen in het stof van de aarde, zullen ontwaken, dezen tot eeuwig leven en genen tot versmading, tot eeuwig afgrijzen.’ Zodra iemand stierf, ging zijn of haar ziel, tot de hemelvaart van de Here Jezus, direct naar sheol, het dodenrijk.

In het Nieuwe Testament wordt het woord hades gebruikt voor sheol. Daar wordt hetzelfde mee bedoeld. Het is de wereld van de overleden geesten, met twee afdelingen.
De Here Jezus licht in Lucas 16 een tipje op van de sluier die over de hades hangt. Hij vertelt daar over de rijke man en de arme Lazarus. Toen de rijke man overleed en hij zijn ogen opsloeg in de hades, het dodenrijk, werd hij al direct gepijnigd. Hij zag Abraham en Lazarus van verre en riep: ‘Vader Abraham, heb medelijden met mij en zend Lazarus, opdat hij de top van zijn vinger in water dope en mijn tong verkoele, want ik lijd pijn in deze vlam.’
Abraham zegt dan: ‘Tussen ons en u is een onoverkomelijke kloof…’

Dit gedeelte uit Lucas 16 maakt wel duidelijk dat je direct na je dood bij vol bewustzijn bent. Ook staat je eeuwige bestemming dan onherroepelijk vast. De rijke man was hier nog niet in de hel, maar in het dodenrijk, de hades. Pas in Openbaring 20:14 lezen we dat de hades in de hel wordt geworpen.
Lazarus was ook in de hades, maar dan in de ‘schoot van Abraham’, het goede gedeelte, het paradijs. Daar kwam dus ook de moordenaar tot wie de Here Jezus zei: ‘Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het paradijs zijn. En Hij kwam daar zelf ook.
Ook Lazarus was nog in de hades. Maar niet lang meer, want met de hemelvaart van Christus is hij, met alle gestorven gelovigen die in het paradijs waren, mee naar de hemel gegaan (Efeze 4:8-10: ‘Daarom heet het: opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mede, gaven gaf Hij aan de mensen. Wat betekent dit: Hij is opgevaren, anders dan dat Hij ook nedergedaald is naar de lagere, aardse gewest: Hij, Die nedergedaald is, Hij is het ook, Die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen’.
Dit betekent dat nu, sinds de hemelvaart van de Here Jezus, alleen ongelovigen nog naar de hades gaan, terwijl de gelovigen die nu overlijden, direct naar de hemel gaan. Paulus zag uit naar het moment dat hij bij de Here zou zijn. ‘Wij zijn vol goede moed en wij begeren te meer ons verblijf in het lichaam te verlaten en bij de Here onze intrek te nemen’ (2 Korinthe 5:8). En in Filippenzen 1:23 zegt hij het zo: ‘heen te gaan en met Christus te zijn, is mij verreweg het beste.’

Doorgang naar het eeuwige leven
Veel christenen zien op tegen de dood. Dat is begrijpelijk, ook omdat het vaak met veel lijden gepaard gaat. Toch is het de enige mogelijkheid om in die weg voor altijd bij de Here te zijn, tenzij wij nog leven als Hij wederkomt.
De dood wordt ook wel de laatste vijand genoemd. Toch is het een machteloze vijand, omdat hij ons, als we de Here Jezus mogen kennen, juist binnenleidt in de hemel. Hebreeën 2:14 en 15 zeggen: ‘Christus is gekomen opdat Hij door Zijn dood, hen, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen, en allen zou bevrijden die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren.’
De hemel is ons echte thuis. Wanneer we ernstig ziek zijn doen we er alles aan om weer gezond te worden. En ik begrijp dat. Als we ziek geweest zijn, zijn we zeer dankbaar wanneer we weer hersteld zijn. Maar Paulus sprak over de dood als iets wat verreweg het beste was. Dan zou hij immers bij de Here zijn, voor altijd.

Weet u wat er gebeurt wanneer u sterft? Van het ene op het andere ogenblik zult u of in de hemel of in de hades zijn. Wanneer de nabestaanden treuren, zal een gelovige, door engelen begeleid, juichend de hemel binnengaan en Christus aanschouwen van aangezicht tot aangezicht. Daar zal hij bekenden ontmoeten die hem zijn voorgegaan, geliefden, maar ook Mozes, David en al die anderen. En wat zal het zijn om de Here Jezus te aanschouwen in al Zijn luister en heerlijkheid. Ze zullen nog geen opstandingslichaam hebben, maar wel een tijdelijk lichaam.
Bij de opstanding, wanneer Christus wederkomt, zullen we net zo’n opstandingslichaam ontvangen als de Here Jezus sinds Zijn opstanding, op de paasmorgen, heeft. 1 Johannes 3:2 zegt immers: ‘…maar wij weten dat als Hij zal geopenbaard zijn, we Hem gelijk zullen wezen.’ Een lichaam dat niet meer veroudert, niet ziek meer wordt en ook een lichaam dat kan verschijnen en verdwijnen, net zoals de Here Jezus.

Het nieuwe Jeruzalem
Het boek Openbaring geeft een prachtige beschrijving van onze eeuwige bestemming in het Nieuwe Jeruzalem. ‘En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is’ (Openbaring 21:1 en 2). De afmetingen zijn onvoorstelbaar groot. U kunt denken aan 2500 kilometer lang, 2500 kilometer breed en 2500 kilometer hoog (Openbaring 21:16). We kunnen ons er nauwelijks een voorstelling van maken. Een prachtige stad van zeer kostbaar edelgesteente. Leest u zelf Openbaring 21 maar eens.

Helaas zullen velen hier geen deel aan hebben. Al degenen die hun vertrouwen in dit leven niet op de Here Jezus hebben gesteld, die niet wilden dat Christus Koning over hen zou zijn. Zij zijn bij hun sterven direct in de hades terecht gekomen en worden daar voortdurend gepijnigd. En het moment komt dat deze ongelovigen in het laatste oordeel voor God zullen staan, om geoordeeld te worden. Dan wordt werkelijkheid wat we lezen in Openbaring 20:14 en 15: En de dood en het dodenrijk werden in de poel des vuurs geworpen. En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs.’
Deze poel des vuurs is de hel. Het Nieuwe Testament gebruikt hier verschillende woorden voor, zoals tartarus in 2 Petrus 2:4 en Judas:6. Verder wordt ook het woord gehenna gebruikt (Marcus 9:44, 46 en 48). En tenslotte het woord hades, waar we het al eerder over hadden.
Christus sprak over het vuur van de hel en Openbaring spreekt over de poel van vuur en zwavel. Ook de mensen die in de hel terecht komen, leven voor eeuwig voort. Ze verbranden niet en worden niet vernietigd. Ook de satan en zijn demonen zullen zich onder de gepijnigden bevinden (Openbaring 20:10).

Dit is een buitengewoon ernstige boodschap. Omdat het leven ernstig is. De Here Jezus gaf Zijn leven aan het kruis op Golgotha om ons te redden van de eeuwige dood. Op de paasmorgen stond Hij op uit de dood. Hij is de Opstanding en het Leven. Stel vandaag nog uw vertrouwen op de Here Jezus. Bekeert u en gelooft het Evangelie en u zult ook gered worden en voor eeuwig bij de Here mogen zijn, om Hem te loven en te prijzen en de Allerhoogste voor eeuwig te dienen. Dat mag ons uitzicht zijn en ons vaste hoop geven voor de toekomst. Omdat het Goede Vrijdag en Pasen is geweest!

Dirk van Genderen