‘Here, zegen dit commentaar’

Ik zit hier achter mijn laptop om een nieuwe tekst voor de site te schrijven, in de stilte, met een opengeslagen Bijbel naast me en een gebed in mijn hart. Soms – ook nu – kom ik zo onder de indruk van Gods heiligheid, Zijn trouw, goedheid en grootheid, dat ik het uitroep: ‘Heilig, heilig, heilig, zijt Gij, Here, der heerscharen’.

Ik besef mijn onmacht, mijn geringheid, mijn zwakte… en zeg het Jesaja na: ‘Wee mij, ik ga ten onder, want er is zoveel onreinheid in mij. Here, ontfermt U Zich over mij, wees mij genadig.’ En Gode zij dank, dankzij Zijn genade, dankzij het offer van de Here Jezus, is er verzoening, is er vergeving en mogen we in volle vrijmoedigheid tot Hem komen, in Zijn nabijheid, Zijn tegenwoordigheid.

Mijn Bijbel ligt opengeslagen bij Efeze 6 en mijn ogen worden getrokken naar vers 19, waar Paulus de gemeente van Efeze vraagt voor hem te bidden. ‘Bid ook voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond het woord geschonken worde, om vrijmoedig het geheimenis van het Evangelie bekend te maken’.
Weet u, het is mijn diepe verlangen om Zijn woorden te spreken, te schrijven. Om als een kanaal van Hem te zijn, door Hem gebruikt te kunnen worden. En zeker, ik besef mijn eigen kleinheid, mijn zwakheid, mijn tekort aan wijsheid. En soms schrijf of zeg ik dingen die niet goed zijn. Ik vraag u om gebed, om voorbede, om wijsheid van de Here Zelf, om de leiding van de Heilige Geest, om vrijmoedigheid in het schrijven en spreken.

Sommige mensen kunnen zo onbarmhartig reageren. Niet dat mij dat zozeer raakt, maar dan denk ik wel eens: uit wat voor houding reageren we op elkaar? Vanuit het vlees, ons eigen ik, onze hoogmoed, onze eigenwijsheid, onze liefdeloosheid, of is er in de reactie iets te proeven van Gods Geest? Ga dat eens bij uzelf na.
Galaten 6:1 zegt het zo treffend: ‘Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt (en ik vul maar in: zelfs als er iets verkeerd wordt gezegd of geschreven), helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen.’

En dan buig ik beschaamd mijn hoofd. Ook mijn mond en mijn pen zijn soms te snel, te fel. Ik denk aan wat ik enkele weken geleden schreef over de heer Doornenbal, over wat hij had gezegd op de conferentie van New Wine. Hoewel wij inhoudelijk van opvatting blijven verschillen, ben ik te ver gegaan in wat ik over hem schreef en deed ik het niet in een geest van zachtmoedigheid jegens hem. Ook hij stelt het verlossingswerk van de Here Jezus centraal. Ik heb contact met hem gehad en heb mijn excuses aangeboden voor het feit dat ik niet eerst zijn toespraak had beluisterd voordat ik mijn commentaar schreef en ook geen contact met hem had opgenomen.

En tegen wie denkt dat het een teken van zwakte is als we elkaar en de Here onze zonden belijden, wil ik zeggen: Dat denken we vaak, maar Hij wil juist werken in de weg van verootmoediging en schuldbelijdenis.
Dat houdt ons ook nederig en bewaart voor hoogmoed. Het zit zo in ons om ons geestelijk te verheffen boven anderen. Luister eens naar Paulus in Efeze 3:8:‘Mij, verreweg de geringste van alle heiligen, is deze genade te beurt gevallen, aan de heidenen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen…’ Dat is wat, dat Paulus zich ‘verreweg de geringste van alle heiligen’ noemt. In ootmoedigheid mogen we zelfs hem uitnemender achten dan onszelf (Filippenzen 2:3).

De inhoud van dit commentaar verrast mij. ‘Here, doet U er maar mee wat U behaagt en laat het tot zegen van vele lezers zijn.’

Dirk van Genderen