Vier woorden vervuld, drie nog niet

‘En zie, gij zult zwanger worden en een Zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven. Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van Zijn vader David geven en Hij zal als Koning heersen tot in eeuwigheid, en Zijn koningschap zal geen einde nemen’ (Lucas 1:31 en 32). Dit waren de woorden van de engel Gabriël tot Maria. In hoeverre zijn deze woorden vervuld?

Afgelopen dagen las ik deze woorden van de engel Gabriël. Het zijn in feite zeven afzonderlijke woorden. De eerste vier zijn reeds vervuld:
– gij zult zwanger worden;
– en een Zoon baren;
– en gij zult Hem de naam Jezus geven;
– Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden.

Maar de laatste drie woorden wachten nog op hun vervulling:
– en de Here God zal Hem de troon van Zijn Vader David geven;
– en Hij zal als Koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid;
– en Zijn koningschap zal geen einde nemen.

Sommigen zullen wellicht opmerken dat ook deze laatste drie woorden van de engel reeds vervuld zijn in de Kerk, de Gemeente. Dit is immers Zijn volk, zegt men dan, van wie Hij het hoofd is, de Koning. Hij zal als Koning over hen heersen, tot in eeuwigheid.
Ik begrijp deze redenering, maar toch geloof ik dat deze woorden ten diepste een andere betekenis hebben, waarvan de vervulling nog aanstaande is.
De eerste vier woorden van de engel zijn immers ook letterlijk vervuld, dan is het toch aannemelijk dat dit ook voor de drie laatste woorden geldt.

…en de Here God zal Hem de troon van Zijn vader David geven…
In deze woorden ligt een verwijzing naar 2 Samuël 7:12-16. In vers 13 staat: ‘Ik zal Zijn koninklijke troon voor immer bevestigen.’
Je kunt niet zeggen dat de Here Jezus nu al op de troon van Zijn vader David zit. Hij zit, zegt Hebreeën 12:3, aan de rechterzijde van de troon van God, aan de rechterhand van Zijn hemelse Vader. Waarbij ik wel op wil merken dat je tegelijk wel kunt zeggen dat Hij Koning is. Zijn Koningschap is echter nu nog niet van deze wereld (Johannes 18:36).
Het is veelzeggend dat we in Jeremia 3:17 lezen: ‘Te dien dage zal men Jeruzalem noemen de troon des HEREN, en alle volken zullen zich daarheen verzamelen om de naam des HEREN te Jeruzalem.’ Dat gaat nog gebeuren…
En in Mattheus 25:31 lezen we: ‘Wanneer dan de Zoon des mensen komt in Zijn heerlijkheid, en al de engelen met Hem, dan zal Hij plaats nemen op de troon Zijner heerlijkheid.’ Ik geloof dat het ook hier gaat over de troon in Jeruzalem, waarop de Here Jezus plaats zal nemen als Hij terugkomt naar deze aarde, bij Zijn wederkomst.

…en Hij zal als Koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid…
Kun je zeggen dat de Here Jezus nu al heerst als Koning tot in eeuwigheid over het huis van Jakob? Met Jakob wordt hier Israel bedoeld. Deze situatie is nu nog geen werkelijkheid. Dat staat nog te gebeuren.
In Johannes 6 lezen we dat ze de Here Jezus Koning wilden maken nadat Hij de vijf gerstebroden en de twee vissen had vermenigvuldigd en duizenden mensen had gevoed. Maar Hij trok Zich terug omdat Zijn tijd nog niet gekomen was om Koning van Israel te worden.
Ik acht het onmogelijk dat het huis van Jakob verwijst naar de kerk. Dan zou hier gestaan hebben ‘het huis van Abraham’. De kerk is niet in de plaats van Israel gekomen.

…en Zijn Koningschap zal geen einde nemen…
Op diverse plaatsen in de Bijbel lezen we dat de Here Jezus koning zal worden over de ganse aarde. En aan dat Koningschap zal geen einde komen. Ik geloof dat dit gebeurt op de dag van Zijn wederkomst.
Zacharia 14:9 zegt: ‘En de Here zal Koning worden over de gehele aarde.’
Daniel 2:44 zegt: ‘Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten dat in eeuwigheid niet te gronde zal gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk zal overgaan.’
En in Micha 4:7 lezen we: ‘…en de HERE zal Koning over hen zijn op de berg Sion, van nu aan tot in eeuwigheid’.
Ook Jesaja 9:6 is helder: ‘Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over Zijn Koninkrijk, doordat Hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid.’

Misschien reageert u: ‘De Here Jezus heeft nu toch al alle macht in hemel en op aarde. Hij is Hij nu toch al Koning?’ Mattheus 28:18 zegt dat Hem is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Zeker, dat mogen we zeker weten en dat mag ons troosten en bemoedigen.

Maar laten we de macht van de satan in deze wereld niet onderschatten. In Mattheus 4, bij de verzoeking in de woestijn, biedt de satan de Here Jezus alle koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid aan als Hij Zich voor hem nederwerpt en hem aanbidt (vers 10).
In Johannes 12:31, en ook in 14:30 en 16:11, noemt de Here Jezus de satan de overste van deze wereld, die echter buitengeworpen zal worden. In 2 Korinthe 4:4 wordt de satan de god van deze eeuw genoemd.
Toch mogen we weten dat de Here Jezus dood en graf overwonnen heeft. Romeinen 8:37 zegt dat we met Hem meer dan overwinnaars zijn. De overwinning over de satan is reeds behaald, de Here Jezus is verhoogd, maar de onderwerping van alle machten wacht nog op de voltooiing.

Nu gaat de satan nog rond als een brullende leeuw (2 Petrus 5:8). In Gods kracht kunnen we hem echter weerstaan. Zijn tijd is echter kort.
Vol verwachting mogen we uitzien naar het moment dat de Here Jezus terugkomt. Dan zullen de laatste drie woorden van de engel uit Lucas 1 werkelijkheid worden. Dan zullen allen die Hem hebben leren kennen als hun Heiland en Verlosser met Christus als koningen heersen, duizend jaren lang (Openbaring 20:4). En ik geloof dat daarna het moment komt dat Hij het Koningschap over zal dragen aan Zijn Vader. 1 Korinthe 15:24 zegt immers dat Hij het Koningschap overdraagt aan God de Vader, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben. Hij moet immers als Koning heersen, totdat Hij al Zijn vijanden onder Zijn voeten gelegd heeft.

Hij zal van de Here God de troon van Zijn vader David ontvangen.
Hij zal als Koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid.
Zijn Koningschap zal geen einde nemen.

Ik wens u allen van harte Gods rijke zegen toe voor de kerstdagen en voor het nieuwe jaar.

Dirk van Genderen