Het Lam van God

Op een buitengewoon aangrijpende wijze wordt in Jesaja 53 het lijden en sterven van de Here Jezus beschreven. ‘Als een lam werd Hij ter slachting geleid…’ (vers 7). Het is opmerkelijk dat juist dit hoofdstuk in de lezingen in de Joodse synagogen wordt overgeslagen. Kennelijk weten ze (nog) geen raad met de inhoud. Maar dat gaat veranderen. De dag breekt aan dat het Joodse volk Hem zal zien Die ze doorstoken hebben (Zacharia 12:10).

In Jesaja 53:7 klinkt het: ‘…als een lam werd hij ter slachting geleid…’ Waar gebeurde dat eerder? Bij de viering van het Pascha, bij de uittocht van het volk Israel uit Egypte. De Israëlieten moesten een eenjarig gaaf, mannelijk dier van de schapen of geiten nemen en dat na vier dagen laten slachten.

Stelt u zich eens voor: vier dagen was dat lam bij hen in huis geweest en dan moest het worden geslacht. Het bloed moesten ze vervolgens smeren aan de buitenkant van de deurposten. En overhaast moesten ze die nacht vervolgens het vlees eten; het is Pascha voor de Here (Exodus 12:11).
Diezelfde nacht zou de Here het gehele land van Egypte doortrekken en alle eerstgeborenen van mens en dier doden. De God van Israel zal Zijn macht tonen tegenover de goden van Egypte.
‘En het bloed zal u tot een teken zijn aan de huizen waarin u verblijft. Als Ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan en er zal geen plaag onder u zijn die verderf teweegbrengt, als Ik het land Egypte zal treffen’ (Exodus 12:13). Op die dag bevrijdde de Here het volk Israel uit Egypte.

Het bloed van het geslachte lam bracht bevrijding, verlossing. Dit is een aangrijpend beeld van het offer dat het volmaakte Lam, de Here Jezus zou brengen aan het kruis op Golgotha. Daarnaar verwijzen de geciteerde woorden uit Jesaja 53: ‘…als een lam werd hij ter slachting geleid…’
In Johannes 1:29 wees Johannes de Doper al op Hem, toen Hij naar de Jordaan kwam om gedoopt te worden: ‘Zie, het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.’

Als het Lam liet Hij Zich vrijwillig naar de slachtbank leiden. In de eeuwigheid had Hij het al tot de Vader gezegd: ‘Toen zei Ik: Zie, Ik kom, in de boekrol is over Mij geschreven. Ik vind er vreugde in, Mijn God, om Uw welbehagen te doen ’ (Psalm 40:8 en 9a).
Op Goede Vrijdag gedenken we deze slachting van het Lam van God. Marcus 10:45 zegt: ‘Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven als losprijs voor velen.’

Zo ging Hij de weg naar Golgotha. Hij, de Almachtige, had bliksem uit de hemel kunnen laten neerdalen en allen kunnen verteren. Maar nee, als het Lam liet Hij Zich leiden. Een lam verzet zich niet.
Hij liet Zich geselen, bespotten, bespuwen, een doornenkroon opzetten. Hij had u op het oog, jou, mij… De enige manier om ons te redden, was Zijn kruisdood.

Ik kan me er alleen maar over verwonderen. Begrijpen kan ik het niet. Hij liet zich aan het kruis nagelen. Vreselijk lijden. Lichamelijk, maar nog meer geestelijk, omdat de vloek die wij door onze zonden hadden verdiend, op Hem neerkwam. Door God en mensen werd Hij verlaten. Daar hing Hij tussen hemel en aarde. Het werd midden op de dag aardedonker. ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten’ (Mattheus 26:46).
Droppels bloed druppelden naar beneden uit de spijkergaten in zijn handen. Hij gaf Zijn bloed, het bloed dat reinigt van alle zonden (1 Johannes 1:7).

‘Het is volbracht’ (Johannes 19:30). De zon ging weer schijnen in Jeruzalem en over Golgotha. De vogels begonnen weer te fluiten. De strijd was gestreden. ‘En Hij boog het hoofd en gaf de geest’ (Johannes 19:30).
Een soldaat kwam aanlopen en stak een zwaard in Zijn zij, om te zien of Hij echt dood was. Het bewijs: er kwam bloed en water uit (Johannes 19:34).

De Israëlieten moesten hun lam slachten op de 14e dag van de eerste maand van hun nieuwe kalender, waarna ze door God werden bevrijd uit Egypte. Op diezelfde datum, 1500 jaar later, werd het Lam geslacht.
Hij was gestorven, werd begraven. Het voorhangel van de tempel scheurde middendoor (Lucas 23:45). De weg naar het hemelse heiligdom werd geopend. ‘Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip.’ (Hebreeën 4:16).

Zijn graf werd verzegeld. Toen opeens, op de eerste dag van de week, toen de zon opging, was er een aardbeving. Een engel kwam uit de hemel naar het graf toe en rolde de steen weg van het graf (Mattheus 28:2). Het Lam stond op. Hij, de Levensvorst, de Here Jezus, is Overwinnaar. Hij heeft dood en graf overwonnen. ‘De dood is verslonden tot overwinning’ zegt 1 Korintiërs 15:54 zo mooi. Zijn opstanding is de absolute garantie voor onze opstanding.

Nu is Hij in de hemel, aan de rechterhand van de troon van Zijn hemelse Vader (Hebreeën 12:2).
Openbaring 5:6: ‘En ik zag, en zie: te midden van de troon en van de vier dieren en te midden van de ouderlingen stond een Lam als geslacht, met zeven horens en zeven ogen.’
Het Lam is ook de Leeuw van Juda: ‘Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken’ (Openbaring 5:5).

De Here Jezus kwam als het Lam, om Zich te laten offeren voor de zonde, maar bij Zijn wederkomst is Hem het oordeel gegeven, en zal Hij de wereld te regeren en vrede te brengen. Openbaring 6:16 en 17: ‘En zij zeiden tegen de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam. Want de grote dag van Zijn toorn is aangebroken en wie kan dan staande blijven?’

Het bloed van het Lam is ongelooflijk belangrijk. Als we door genade de Here Jezus hebben mogen leren kennen als onze Heiland en Verlosser, dan heeft Hij ons gereinigd door Zijn bloed. Openbaring 12:11 zegt dat zij daardoor de draak, de satan hebben overwonnen: ‘En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood.’

In Openbaring 13:8 lezen we over de aanbidding van het beest dat uit de zee opkomt: ‘En allen die op de aarde wonen, zullen het aanbidden, althans van wie de namen niet zijn geschreven in het boek des levens van het Lam Dat geslacht is, van de grondlegging van de wereld af.’
Voor ons is dat niet werkelijk te begrijpen, maar het was Gods plan, al voordat de wereld werd gecreëerd, dat het Lam geslacht zou worden. Degenen die geschreven staan in het boek van het leven van het Lam zullen het beest dat opkomt uit de zee (Openbaring 13:1) niet aanbidden.

Over dit boek des levens wordt ook gesproken in Openbaring 20:12: ‘En ik zag de doden, klein en groot, voor God staan. En de boeken werden geopend en nog een ander boek werd geopend, namelijk het boek des levens. En de doden werden geoordeeld overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, naar hun werken.’

Ook in Openbaring 21 komen we het Lam weer tegen. In vers 9 wordt gesproken over de bruid, de vrouw van het Lam, het nieuwe Jeruzalem (vers 10).
Een tempel zal er niet zijn in het nieuwe Jeruzalem, zegt vers 22: ‘Ik zag geen tempel in haar, want de Here, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam.’
De stad heeft geen zon en geen maan meer nodig, want de heerlijkheid van God verlicht haar, haar lamp is het Lam (vers 23).
‘…alleen zij die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam’ (vers 27) mogen er binnen komen.

Prachtig is wat we dan lezen in Openbaring 22:1-5:
‘1 En hij liet mij een zuivere rivier zien, van het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam kwam.
2 In het midden van haar straat en aan de ene en de andere zijde van de rivier bevond zich de Boom des levens, die twaalf vruchten voortbrengt – van maand tot maand geeft Hij Zijn vrucht. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de heidenvolken.
3 En geen enkele vervloeking zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daar zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen,
4 en zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofd zijn.
5 En daar zal geen nacht zijn, en zij hebben geen lamp en ook geen zonlicht nodig, want de Here God verlicht hen. En zij zullen als koningen regeren in alle eeuwigheid.’

Wat zal het daar heerlijk zijn! Daar is de mooiste lentedag op aarde nog maar kinderspel bij.
‘20 Hij Die van deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen. Ja, kom, Here Jezus!
21 De genade van onze Here Jezus Christus zij met u allen. Amen.’

Gezegende paasdagen toegewenst,
Dirk van Genderen