Drie keer bidden, zeven keer bidden…

Ik las over Elia. Wat een Godsman was hij! En toch zegt Jakobus 5 dat Elia een mens van gelijke bewegingen was als wij. Hij sprak dat het niet zou regenen in Israël, en het regende drie jaar en zes maanden niet. Elia sprak en God deed het. Drie jaar en zes maanden later sprak Elia opnieuw, terwijl de lucht nog strakblauw was, dat er regen zou komen. En er kwam regen, heel veel regen.

Die drie jaar en zes maanden moest Elia zich verbergen voor Achab en Izebel. Eerst bij de beek Krith en later bij de weduwe in Zarfath. En de Here zorgde voor hem, zoals Hij ook voor ons zal zorgen als de nood groot is en we ons vertrouwen op Hem alleen stellen. God stuurde ‘hemelse’ boden naar hem toe. ’s Morgens en ’s avonds brachten de raven hem brood en vlees.

Later volgt de geschiedenis met de Baäl-priesters. Elia’s God bewijst machtiger te zijn dan Baäl. We lezen in 1 Koningen 18 dat de Baäl-priesters tevergeefs proberen hun god in actie te laten komen. Dan is het de beurt aan Elia. Hij bidt:
‘HERE, God van Abraham, Izak en Israël, laat het heden bekend worden dat U God bent in Israël, en ik Uw dienaar, en dat ik al deze dingen overeenkomstig Uw woord heb gedaan.
Antwoord mij, HERE, antwoord mij, zodat dit volk weet dat U, HERE, de ware God bent, en dat U hun hart tot inkeer gebracht hebt.’
Ontzagwekkend is het antwoord van de Here op dit gebed van Elia:
‘Toen viel er vuur van de HERE neer, verteerde het brandoffer, het hout, de stenen en het stof. Zelfs het water in de geul likte het op.
Toen heel het volk dat zag, wierpen zij zich met hun gezicht ter aarde en zeiden: De HERE is God, de HERE is God!’

Na die geweldige overwinning op de Karmel bidt Elia om regen. ‘Here God, de drieënhalf jaar zijn voorbij, er moet nu wel regen komen,’ zo zal hij wellicht gebeden hebben. Zijn geloof wordt danig op de proef gesteld. Hij heeft al een aantal keer gebeden, maar de lucht blijft strakblauw. Hij is verwikkeld in een zware geestelijke strijd. En dan, nadat hij voor de zevende keer heeft gebeden, ziet zijn knecht een wolkje opkomen boven de zee. De regen is in aantocht. De Here heeft zijn gebeden gehoord en verhoord.

Soms is het genoeg om drie keer te bidden, zoals Paulus deed, toen hij bad of de Here de doorn uit zijn vlees wilde verwijderen (2 Korinthe 12). Paulus leefde zo in Gods nabijheid, dat hij de stem van de Here verstond toen die hem antwoordde: ‘Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.’ Elia moest zeven keer bidden.

Elia moest zeven keer bidden, voordat hij antwoord van de Here kreeg. Soms zullen we vaker voor iets moeten bidden, soms minder. Open je oren en je hart (Paulus), open je ogen (Elia), zodat je Gods antwoord kunt horen. Zeven is trouwens het getal van de volheid, het getal van God zelf. Ook het getal 3 (bij Paulus) heeft alles met de Here de maken: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Nu zou je toch denken dat Elia zich wel weer in het openbaar durft te vertonen na wat er op de Karmel is gebeurd. Zijn God heeft immers krachtig bewezen de levende God te zijn. Maar juist op dit moment, na deze geweldige geestelijke overwinning, stort Elia totaal in. En reken er maar op dat de satan woedend was op Elia, na de dood van al zijn Baäl-priesters, en zeker zou proberen hem zo snel mogelijk uit te schakelen.

Als Elia hoort dat Izebel hem de volgende dag wil doden, vlucht hij naar Berseba. Hij trekt de woestijn in, kruipt onder een bremstruik en wil daar sterven. ‘Het is genoeg. Neem nu mijn leven, HERE, want ik ben niet beter dan mijn vaderen’ (1 Koningen 19:4).

Ik weet niet of u dit soort gevoelens herkent. Elia is echt niet de enige die zo door matheid en moeheid overvallen wordt. Na een geestelijk hoogtepunt, waarin je hebt ervaren dat God bij je was, voor je streed of je misschien wel door het water of het vuur droeg (Jesaja 43), kan het plotseling geestelijk donker worden in je leven.

De Here ziet Zijn knecht Elia en ontfermt Zich over hem. Hij veroordeelt hem niet. Hij weet dat Elia rust en voedsel nodig heeft. Een engel raakt hem aan en zegt: ‘Sta op, eet.’ Dan ziet Elia een koek en een kruik water. Als hij, nadat hij gegeten en gedronken heeft, weer in slaap is gevallen, maakt de engel des Heren hem opnieuw wakker en zegt: ‘Sta op, eet, want de reis zou voor u te ver zijn.’

Hij eet en drinkt weer en ontvangt daaruit zoveel kracht van God Zelf dat hij er veertig dagen en veertig nachten op vooruit kan, tot hij bij de berg Gods, de Horeb komt. Daar openbaart de Here Zich aan hem, in het suizen van een zachte koelte en krijgt hij nieuwe taken en opdrachten.

Het is mijn verlangen – en ik hoop ook van u – om evenals Elia van de Here telkens weer nieuwe kracht en nieuwe visie te ontvangen om verder te gaan en bruikbaar te zijn voor Hem. Tot de eer van Zijn grote Naam en tot zegen van anderen.

Dirk van Genderen