Aanbidden: met de handen in de lucht of op de knieën?

In veel evangelische gemeenten wordt aan het begin van de samenkomst ruim de tijd genomen voor aanbidding, vaak in de vorm van liederen, om de Here te aanbidden. In de meeste kerken, waar ‘vanzelfsprekend’ ook wordt gezongen, ligt de nadruk veel minder op de aanbidding. Hoe spreekt de Bijbel over aanbidding?

De Here Jezus geeft in Johannes 4, in Zijn gesprek met de Samaritaanse vrouw, aan dat we de Vader zullen aanbidden in Geest en in waarheid (vers 24). Het is de bewuste verheerlijking van Hem, geleid door de Heilige Geest. Een aanbidden, wat voortvloeit uit een innerlijke houding van ontzag en eerbied voor Zijn majesteit, Zijn heerlijkheid.
Dat kan door woorden, in liederen, gebeden en gedachten, maar ook in de stilte, door te knielen en je voor Hem neer te buigen. Misschien hebt u daar wel een speciaal plaatsje voor: in uw huis, in de natuur… Omdat Hem toekomt alle lof, eer en dankzegging.

Vaak wordt in het Oude Testament voor aanbidden het woord hawah gebruikt, wat buigen betekent, diep buigen. Soms wordt dat woord ook vertaald met buigen, neerbuigen, soms met aanbidden.

In Genesis 22 bijvoorbeeld lezen we over Abraham, die zijn zoon Izak moet offeren. Als ze de plaats naderen waar hij zijn zoon moet offeren, laat hij zijn knechten achter en zegt tegen hen: ‘Blijven jullie hier met de ezel, dan zullen ik en de jongen daarheen gaan. Als wij ons neergebogen (andere vertalingen: aangebeden) zullen hebben, zullen wij bij jullie terugkeren’ (vers 5).
Daar gaan die twee, Abraham en zijn zoon. Ze nemen hout mee voor het brandoffer, het vuur en een mes. Een aanbiddingsteam nemen ze niet mee, ook geen muziekinstrumenten. En Abraham noemt dit aanbidding, neerbuigen voor God.

’s Morgens was hij er speciaal vroeg voor opgestaan. De daad van aanbidding van Abraham, maar ook van Izak, maakte de hemel open. Vers 11: ‘De Engel van de Here riep tot hem vanuit de hemel en zei: Abraham, Abraham!’

We kunnen zingen, loven, prijzen, onze handen in de lucht opheffen, met onze handen klappen, maar als dat niet uit een leven met de Here voortkomt, is het slechts een emotionele ervaring. Dan voelt het misschien goed, maar blijft je hart leeg. Je voelt je misschien gedwongen om mee te doen, terwijl je hart er niet in mee kan gaan.

Als we de Here gehoorzamen, dan aanbidden we Hem. Wij verbinden dat met liederen, maar het is veel meer. Het is een leven, toegewijd aan Hem.
Aanbidding is ten diepste een leefwijze, geen evenement! Abrahams leven was oprecht, een leven van gehoorzaamheid aan de Here.

Psalm 95:6 zegt: ‘Kom, laten wij ons neerbuigen en neerbukken, laten wij knielen voor de HERE, Die ons gemaakt heeft.’ Sommige vertalingen gebruiken het woord aanbidden in plaats van neerbuigen en neerbukken.

Het is opmerkelijk dat juist het Bijbelboek Openbaring vaak over aanbidding spreekt. In Openbaring 4:8 krijgen we een blik in de hemel en lezen we over de aanbidding van de vier dieren, die sterk doen denken aan de vier cherubs die we tegenkomen in Jesaja 6.
‘En de vier dieren hadden elk voor zich zes vleugels rondom, en van binnen waren die vol ogen. Ze hadden geen rust en zeiden dag en nacht: Heilig, heilig, heilig is de Here God, de Almachtige, Die was, Die is, en Die komt!’

Daarop werpen de 24 ouderlingen/oudsten, wat ziet op de vertegenwoordigers van de gelovigen, zich neer voor de troon (vers 9 tot 11).
‘En telkens wanneer de dieren heerlijkheid, eer en dank brachten aan Hem Die op de troon zat en Die leeft in alle eeuwigheid,
wierpen de vierentwintig ouderlingen zich neer voor Hem Die op de troon zat, aanbaden Hem Die leeft in alle eeuwigheid, en wierpen hun kronen neer vóór de troon en zeiden:
U bent het waard, Here, te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de kracht, want U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil bestaan zij en zijn zij geschapen.’

Hier zie je opnieuw dat ze de Here aanbidden door zich neer te werpen, te knielen voor Hem. Hij, de Here, is groot en zeer te prijzen. In Openbaring zie je telkens de combinatie van neerbuigen en aanbidden.

Ook in Openbaring 5:9 tot 14 lezen we woorden van aanbidding, ook in combinatie met het zich neerwerpen voor Hem, Die leeft tot in alle eeuwigheid:

‘En zij zongen een nieuw lied en zeiden: U bent het waard om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie.
En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde.
En ik zag, en hoorde een geluid van vele engelen rondom de troon, van de dieren en van de ouderlingen. En hun aantal bedroeg tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen.
En zij zeiden met luide stem: Het Lam Dat geslacht is, is het waard om de kracht te ontvangen, en rijkdom, wijsheid, sterkte, eer, heerlijkheid en dankzegging.
En elk schepsel dat in de hemel, op de aarde, onder de aarde en op de zee is, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Aan Hem Die op de troon zit, en aan het Lam zij de dankzegging, de eer, de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid.
En de vier dieren zeiden: Amen. En de vierentwintig ouderlingen wierpen zich neer en aanbaden Hem Die leeft in alle eeuwigheid.’

Ook in Openbaring 11:15 tot 17 lezen we weer over aanbidding en het zich terneer werpen voor de Here.
‘En de zevende engel blies op de bazuin, en er klonken luide stemmen in de hemel, die zeiden: De koninkrijken van de wereld zijn van onze Here en van Zijn Christus geworden, en Hij zal Koning zijn in alle eeuwigheid.
En de vierentwintig ouderlingen, die voor God op hun troon zitten, wierpen zich met hun gezicht ter aarde en aanbaden God,
en zeiden: Wij danken U, Here, God de Almachtige, Die is en Die was en Die komt, omdat U Uw grote kracht ter hand hebt genomen en Koning geworden bent.’

In Openbaring 14:6 en 7 lezen we:
‘En ik zag een andere engel, die hoog aan de hemel vloog. En hij had het eeuwige Evangelie, om dat te verkondigen aan hen die op de aarde wonen, en aan elke natie, stam, taal en volk.
En hij zei met een luide stem: Vrees God en geef Hem eer, want het uur van Zijn oordeel is gekomen. En aanbid Hem Die de hemel, de aarde, de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.’

In het Nieuwe Testament wordt meestal het woord proskuneo gebruikt voor aanbidden. Hier zit de gedachte in van neerbuigen, zich onderwerpen aan de Here. Het is uitdrukking geven aan een uitermate hoge graad van onderdanigheid en bewondering.
Wat is de Here te prijzen! Dat gebeurt ook in de eerste vijf verzen van Openbaring 19.

‘En hierna hoorde ik een luide stem van een grote menigte in de hemel zeggen: Halleluja, de zaligheid, de heerlijkheid, de eer en de kracht zij aan de Here, onze God.
Want Zijn oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig, omdat Hij de grote hoer geoordeeld heeft, die de aarde te gronde gericht heeft met haar hoererij, en omdat Hij het bloed van Zijn dienstknechten aan haar gewroken heeft.
En zij zeiden voor de tweede keer: Halleluja! En haar rook stijgt op in alle eeuwigheid.
En de vierentwintig ouderlingen en de vier dieren wierpen zich neer, aanbaden God, Die op de troon zit, en zeiden: Amen, Halleluja!
En er kwam een stem uit de troon, die zei: Loof onze God, al Zijn dienstknechten, en die Hem vrezen, kleinen en groten!’

Het is mooi om de eenheid van Oude en Nieuwe Testament te zien. In beide hebben de woorden aanbidden (hawah en proskuneo) ongeveer dezelfde betekenis: God eren in nederige onderwerping. Het is dienst aan Hem.

Wat betekent dit alles voor ons aanbidden vandaag? Meer dan ooit ben ik me ervan bewust dat het bij aanbidding niet om dat ene halve uurtje in de week gaat wanneer opwekkings- en aanbiddingsliederen worden gezongen. Het gaat over ons hele leven, dat ons hele leven toegewijd zal zijn aan Hem.

Soms heb ik tijdens het zingen, met name als de muziek hard is, de neiging stil te worden voor de Here en voor Hem neer te knielen. In stille verwondering over Zijn goedheid, Zijn genade, Zijn grootheid, Zijn heiligheid, Zijn heerlijkheid.

Kolossenzen 3:16 en 17 adviseert: ‘Laat het woord van Christus in rijke mate in u wonen, in alle wijsheid; onderwijs elkaar en wijs elkaar terecht, met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Zing voor de Here met dank in uw hart.
En alles wat u doet met woorden of met daden, doe dat alles in de Naam van de Heere Jezus, terwijl u God en de Vader dankt door Hem.’

Ongeveer dezelfde woorden klinken in Efeze 5:18b-20: ‘…maar word vervuld met de Geest,
en spreek onder elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zing voor de Here en loof Hem in uw hart, en dank altijd voor alle dingen God en de Vader in de naam van onze Here Jezus Christus.’

Psalmen, lofzangen en geestelijke liederen… In de ene kerk worden alleen psalmen gezongen, in een andere gemeente uitsluitend opwekkingsliederen. Wij kiezen vaak eenzijdig. Gods Woord wijst ons de weg. Zing voor de Here! Aanbid Hem.
De handen omhoog of geknield. Beide kom je tegen in de Bijbel, bijvoorbeeld in 2 Kronieken 6:13:
‘Salomo had een koperen podium gemaakt, en had het in het midden van de voorhof neergezet; zijn lengte was vijf el, zijn breedte vijf el, en zijn hoogte drie el. Hij ging daarop staan, en knielde op zijn knieën neer tegenover heel de gemeente van Israël, en hij spreidde zijn handen uit naar de hemel…’

Dirk van Genderen