‘Here, scheur de hemel open…’

Afgelopen woensdag, 12-12-2012, was er in Dordrecht een bijeenkomst rondom het thema opwekking, waar de vraag werd gesteld of er belemmeringen kunnen zijn voor een opwekking. Misschien hebt u er wel iets over gelezen op CIP of in het RD. Ik mocht daar ook spreken en het verzoek kwam om de lezing te mogen horen. Helaas zijn er geen opnamen gemaakt, dat gaat dus niet lukken. Wel wil ik u een samenvatting geven van mijn bijdrage.

Velen verlangen naar een opwekking, een herleving, een reveil. U, ik, velen…
Er wordt om gebeden, er wordt naar uitgezien.
Velen vragen zich af: waarom komt de opwekking niet? We hebben al zolang gebeden, ernaar uitgezien…

Ze worden moedeloos… De opwekking zal wel niet meer komen.
Velen zijn op een bepaald moment om een herleving gaan bidden…
Maanden, jaren… De opwekking kwam niet…
Het gebed verflauwde… De gebedsgroep kwijnde weg.

Wij mogen hier zijn, met een intens verlangen naar opwekking, herleving….
U bidt misschien al jaren op een opwekking en u vraagt zich af: Wanneer? Waarom nog niet?

Kunnen er belemmeringen zijn voor een opwekking? Sommigen zeggen: We leven in de eindtijd en dan zal het geestelijk gezien alleen maar donkerder worden, zonder opwekking.
Ook ik geloof dat we leven in de eindtijd en dat de wederkomst van de Here Jezus nabij is, wellicht dichterbij dan we denken.

Toch geloof ik niet dat we ons neer mogen leggen bij leeglopende kerken; bij een overheid die het christelijke getuigenis weg wil stoppen achter de voordeuren van onze huizen en kerken.

Er is zoveel matheid, lauwheid, vaagheid bij ons, ook bij mij. Diep in mij brandt het verlangen naar een nieuwe reformatie. Een reformatie die we niet zelf tot stand kunnen brengen.
Opwekking is een soeverein werk van God. Kan het zijn dat wij zelf de grootste belemmering zijn, onze ijver voor de Here en voor Zijn zaak.
Kan het zijn dat we onszelf nog te belangrijk vinden? Als de Here een opwekking geeft, zal Hij dat wel via mij, via ons doen. Hij heeft ons nodig…

Als dit in ons leeft, misschien heel subtiel, dan moeten we ons daarvan bekeren. Het mag nooit om ons gaan, maar uitsluitend om de eer van de grote Naam van de Here. Alleen Hem komt alle lof, eer en aanbidding toe.

Ik denk aan zendeling Erlo Stegen, die ik jaren geleden ontmoette. We spraken over de opwekking onder de Zoeloes in Zuid-Afrika.
Hij was wanhopig, na jaren zendingswerk. In hun wanhoop kwamen ze bij elkaar en gingen op de knieën. Ze beleden hun zonden en lagen daar geestelijk verbroken, voor Gods aangezicht.
Ze riepen tot God in de hemel met de woorden van Jesaja 64:1 ‘Och, dat U de hemel zou openscheuren, dat U zou neerdalen…’

Opeens, er werd op de deur geklopt. Een Zoeloe kwam naar binnen en riep het uit: ‘Ik heb gezondigd, ik ben verloren, is er voor mij nog vergeving mogelijk.’ Ze vertelden hem over de Here Jezus en hij werd gered, kwam tot geloof.
Even later gebeurde hetzelfde en dat ging maar door. De opwekking was begonnen, op het moment dat Erlo Stegen en zijn team het niet meer wisten en in hun wanhoop tot de Here riepen. De Here was gekomen…

Denk ook aan Daniël, aan zijn gebed in Daniël 9. Daniel ging op de knieën voor de Here en beleed zijn zonde en de zonde van zijn volk. ‘Wij hebben gezondigd,’ (vers 5).
Ik geloof dat de Here ook ons deze weg wijst: de weg van verootmoediging, de weg van schuldbelijdenis. Wijs niet langer met de vinger naar deze kerk, die gemeente, die politieke partij, of naar welke groep dan ook die in onze ogen zeer zondig is. Zolang we dat nog doen, zijn we hoogmoedig. ‘Here, wij hebben gezondigd, ons volk, wij, ik. Vergeef ons, wees ons genadig. Bij ons is een beschaamd gelaat. We pleiten op Uw barmhartigheid. Here, schenk bekering, geef een terugkeer naar U.’

De laatste weken zijn ook sterk de woorden uit Joël 3 in mijn gedachten. De Here zal de volken oordelen ‘vanwege Mijn volk en Mijn eigendom Israël, dat zij onder de heidenvolken verstrooid hebben. Mijn land hebben zij verdeeld,’ (vers 2).
‘Here, ook wij als volk van Nederland hebben onze mond dichtgehouden in New York, bij de Verenigde Naties, toen het ging over de statusverhoging van de Palestijnen in Uw land. We hadden onze stem moeten laten horen, daartegen, maar we zwegen en stemden in feite toe. O Here, vergeef, wees ons genadig. We verootmoedigen ons voor U, belijden onze schuld. Bekeert U ons.’

Een groot deel van Nederland hangt aan een zijden draadje boven de hel, allen namelijk die de Here Jezus niet kennen als hun Verlosser en Heiland. In Handelingen 4:12 wordt immers heel duidelijk gezegd dat er slechts één Naam onder de hemel gegeven is, waardoor mensen behouden moeten worden, de Naam van de Here Jezus.
Misschien geldt dit ook wel voor geliefden van u. En de Here wil ze redden. Hij wil niet dat iemand verloren gaat, dat iemand getroffen zal worden door het oordeel. De zonden van ons land en van ons volk roepen tot God in de hemel, maar Hij is lankmoedig, geduldig.

‘We gaan voor U op de knieën, Here. Red allen die U nog niet kennen. We denken aan allen die getroffen zijn en worden door natuurrampen. Wij zijn geen haar beter. Het is genade dat U ons nog gespaard hebt. En dwars daar doorheen klinkt Uw roepstem: ‘Bekeer u, bekeer u, waarom zou u sterven? Land, land, land, hoor het Woord van de Here.’

O lieve mensen, laten we de Here zoeken en aanroepen met alles wat in ons is. In het diepe besef dat Hij bij machte oneindig veel meer te doen dan wij bidden of bedenken.
‘Hem nu Die bij machte is te doen ver boven alles wat wij bidden of denken, overeenkomstig de kracht die in ons werkzaam is, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot in alle eeuwigheid. Amen’ (Efeze 3:20 en 21).

Dirk van Genderen