(Her)bouw uw tempel

Ik werd getroffen door de woorden van de profeet Haggaï. Door hem spoorde de Here het volk van Juda aan om de herbouw van de tempel de hoogste prioriteit te geven. Ze waren al wel aan die herbouw begonnen, ruim tien jaar eerder, maar het herbouwvuur was gedoofd en ze kozen voor hun eigen carrière: de bouw van eigen huizen en een goed salaris.

In het jaar 586 voor Christus was de tempel in Jeruzalem verwoest. Het volk van Juda verbleef in ballingschap in Babel. Dan, in 538 voor Christus, vaardigt Kores een decreet uit dat de ballingen terug mogen keren naar Jeruzalem om de tempel te herbouwen. Vol goede moed begonnen ze eraan, in het jaar 536 voor Christus.
Na de terugkeer bouwden de Joden onmiddellijk het brandofferaltaar weer op om de dagelijkse offers te brengen (Ezra 3:1-6). Het werk vond plaats onder leiding van de landvoogd (of gouverneur) van Juda en de hogepriester Jozua, maar zes jaar later stopten ze ermee, uit angst voor de buurvolken en uit gebrek van vertrouwen op God. Daar kwam nog bij dat de ouderen zeer teleurgesteld waren, omdat de oude tempel veel mooier was dan deze zou worden.

In het jaar 530 voor Christus kwam het woord van de Here tot Haggaï. Ook de Here had gezien dat de herbouw van de tempel gestopt was. Het volk was eerst huizen voor zichzelf gaan bouwen, in plaats van het huis van de Here.
De Here had al geprobeerd de aandacht van de volk te trekken, door Zijn zegen in te houden. Ze zaaiden wel op de akkers, maar de opbrengst viel zwaar tegen. Ze dronken wel, maar het leven gaf hun geen echte vreugde. Ze hadden wel kleding, maar ze voelden zich er niet prettig in, het gaf hun geen warmte. En het geld dat ze verdienden, verloren ze ongemerkt weer.

Maar het volk merkte de stem van de Here hierin niet op. Daarom schakelde de Here Zijn profeet in. Haggaï hoorde de stem van de Here wel en bracht vervolgens de boodschap van de Here over aan Zerubbabel, Jozua en het volk. We lezen in de verzen 7-11:

7 Zo zegt de HERE van de legermachten:
Let aandachtig op uw wegen.
8 Ga het gebergte in,
haal hout
en herbouw dit huis.
Dan zal Ik er behagen in scheppen,
en verheerlijkt worden,
zegt de HERE.
9 U rekent op veel, maar zie, het wordt weinig.
Wat u in huis bracht, daar blies Ik in.
Waarom?

spreekt de HERE van de legermachten.
Vanwege Mijn huis, dat verwoest ligt,
terwijl u zich uitslooft, ieder voor zijn eigen huis.
10 Daarom onthoudt de hemel u dauw,
en het land onthoudt u zijn opbrengst,
11 want Ik riep droogte uit over het land,
over de bergen en over het koren,
over de nieuwe wijn en over de olie,
en over wat het land oplevert,
over de mensen en over de dieren
en over al de inspanning van uw handen.

Heftig, vindt u niet? Het volk sloofde zich uit voor hun eigen huizen, terwijl het huis van de Here er nog verwoest bij lag. Daarom hield de Here Zijn zegen in.

Hoe is dat bij ons? Wij kunnen toch ook zo druk zijn met ons werk, met onze huizen, onze bankrekeningen, onze carrière…, dat we niet toekomen aan de dienst van de Here. En misschien probeert de Here ook wel onze aandacht te krijgen, opdat we het leren eerst het Koninkrijk van God te zoeken en Zijn gerechtigheid (Mattheus 6:33). Alle dingen die we dan nodig hebben, zal de Here erbij geven, zegt dat vers ook nog.

De boodschap van Haggaï raakt de hoorders. ‘Het volk was bevreesd voor het aangezicht van de HERE’ (Haggaï 1:12). Maar het volk wordt bemoedigd: ‘Ik ben met u, spreekt de HERE’.
Wonderlijk om te lezen hoe de Here de boodschap van Haggaï gebruikt om de geest van Zerubbabel, van Jozua en van het volk op te wekken om de herbouw van de tempel weer aan te pakken.

In vers 1 lezen we dat de Here tot Haggaï sprak op de eerste van de zesde maand. Vers 1 van hoofdstuk 2 zegt dat de herbouw een vervolg krijgt op de 24e van de zesde maand, dus 23 dagen nadat de Here tot Haggaï heeft gesproken.

Als wij aangeraakt zijn door een preek of door iets wat we horen of lezen, dan gaan we daarna vaak weer over tot de orde van de dag. We zijn ‘bijna bewogen’, maar er gebeurt vaak niets.
O, lieve mensen, stellen we ons hart wel echt open voor de boodschap van de Here? Jazeker, ik weet het, de Here moet het doen, door Zijn Heilige Geest. U bent me al voor. Maar is er ook gebed voor dat de Here het zal doen? We verwachten vaak zo weinig van Hem. Terwijl Hij zo graag geeft…

Op de 21e dag van de zevende maand kwam het woord van de Here opnieuw tot Haggaï. Het volk wordt aangespoord om de herbouw van de tempel krachtig ter hand te nemen. ‘Werk door, want Ik ben met u, spreekt de HERE van de legermachten’ (vers 5b).
Dan worden de woorden van de profeet één grote profetie, die heenwijst naar wederkomst van de Here Jezus, naar Zijn Rijk van vrede en gerechtigheid. Er wordt een geweldig heerlijke toekomst geschilderd. Lees maar:

7 Want zo zegt de HERE van de legermachten:
Nog één ogenblik, en dat is een korte tijd,
dan zal Ik de hemel, de aarde,
de zee en het droge doen beven.
8 Ik zal alle heidenvolken doen beven.
Zij zullen komen naar het verlangen van alle heidenvolken
en Ik zal dit huis vullen met heerlijkheid,
zegt de HERE van de legermachten.
9 Van Mij is het zilver en van Mij is het goud,
spreekt de HERE van de legermachten.
10 De heerlijkheid van dit toekomstige huis zal groter zijn
dan die van het eerste,
zegt de HERE van de legermachten.
In deze plaats zal Ik vrede geven,
spreekt de HERE van de legermachten.

Verderop in hoofdstuk 2 lezen we dat het volk met grote inzet werkt aan de tempel. Ze zoeken, om het in de woorden van het Nieuwe Testament te zeggen, eerst Gods Koninkrijk en Zijn gerechtigheid. Ze wijden hun leven opnieuw toe aan de Here en gaan aan de slag. En wat gebeurt er dan? De Here ziet het en schenkt opnieuw Zijn zegen.

Ligt er nog zaad in de schuur?
Zelfs tot de wijnstok, de vijgenboom, de granaatappelboom toe,
En de olijfboom, die geen vrucht gedragen heeft,
Die zal Ik vanaf deze dag zegenen
(vers 20).

Wat een rijke boodschap ligt er in dit kleine Bijbelboekje. Er zou nog veel meer over te zeggen zijn, maar daar is hier de ruimte niet voor.
Leest u zelf deze beide hoofdstukken nog maar eens door. Biddend. En vraag of de Here door Zijn Woord en door de Heilige Geest tot u spreken wil. ‘Spreek Here, Uw knecht hoort.’
Het kan goed zijn dat de Here laat zien dat we onze tempel moet (her)bouwen…

Dirk van Genderen