Ons kerkgebeuren speelt zich grotendeels binnen de muren van ons kerkgebouw af. Misschien verstoppen we ons wel teveel. Vandaar mijn oproep: kerken, gemeenten, gooi uw deuren open. Ga naar buiten, de straat op, naar de mensen toe. Dat is de weg die de Bijbel ons wijst.
Laten we eens in de Bijbel kijken naar de wijze waarop de Here gediend werd en hoe de boodschap van het Evangelie werd doorgegeven.
In het Oude Testament lezen we dat voor de zondeval van Eva en Adam de Here met hen sprak, gewoon in het open veld, in het Paradijs. Ook na de zondeval zocht Hij hen op en riep tot Adam: ‘Waar bent u?’ (Genesis 3:9). In Genesis 4:26 lezen we dat men in de tijd van Enos, de zoon van Seth, de Naam van de HERE begon aan te roepen. Dat zal ook wel in de openlucht zijn gebeurd.
We maken een hele grote sprong naar de tijd dat het volk van Israel tijdens de woestijnreis de tabernakel had, waar de Here in die tent van de samenkomst sprak met de geestelijke leiders van het volk. Maar de samenkomsten vonden in de openlucht plaats. Later kwam de tempel in plaats van de tabernakel, als plaats waar de Here Zich aan het volk openbaarde en waar de dienst van de verzoening plaatsvond.
De profeten lieten hun stem klinken op het open veld, op de straten. Iedereen moest het horen. Dat deden ze niet in een kerkgebouw of in de tempel, maar juist daarbuiten.
Wanneer er een nationale terugkeer plaatsvond tot de Here na een periode van zonde en afdwaling van God, vond de openbare schuldbelijdenis vaak plaats in het openbaar, als nationale schuldbelijdenis (Ezra, Nehemia).
Let ook op de bediening van de Here Jezus. Hij sprak soms in de tempel, maar vaker in de openlucht. Iedereen moest Zijn boodschap kunnen horen.
Die lijn zien we doorgaan in het Bijbelboek Handelingen. Ook daar vindt de verkondiging van het Evangelie vaak plaats in de openlucht.
Denk eens aan de uitstorting van de Heilige Geest, op het Pinksterfeest. Petrus houdt dan zijn Pinksterpreek, in de kracht van de Heilige Geest, in de openlucht. Vele duizenden luisteren naar zijn boodschap en drieduizend mensen komen dan tot geloof in de Here Jezus (Handelingen 2:41).
De apostelen blijven niet bij elkaar zitten in de kerk, nee, ze gaan de straat op. Daar geeft de Here allerlei mogelijkheden om Zijn almacht te tonen door de apostelen heen en het Evangelie te verkondigen. Denk maar de kreupele die wordt genezen (Handelingen 3), aan Petrus en Johannes, wanneer ze worden opgepakt en getuigenis afleggen van de hoop die in hen is (Handelingen 4).
Kennelijk hadden de eerste christenen in de tijd van Handelingen weinig angst. Ze werden immers vervolgd en toch verstopten ze zich niet. Ze konden worden uitgelachen, belachelijk worden gemaakt, opgepakt worden, gedood. Stefanus werd gestenigd (Handelingen 6), Jakobus werd onthoofd (Handelingen 12).
En toch spraken ze vrijmoedig over de Here Jezus, tot iedereen die het wilde horen. En ze verheugden zich erover dat ze waardig waren geacht om smaadheid te lijden omwille van de Naam van de Here Jezus (Handelingen 5:41).
En de Here zegende hen, zegende hun getuigenis. ‘En het Woord van God verbreidde zich en het aantal discipelen in Jeruzalem nam sterk toe; en een menigte priesters werd aan het geloof gehoorzaam’ (Handelingen 6:7).
Wat was hun geheim? Was hen hun eigen moed, hun eigen kracht? Hun eigen tactiek, misschien? Hun geheim lezen we in Handelingen 4:13: ‘Toen zij nu de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes zagen en merkten dat zij ongeleerde en eenvoudige mensen waren, verwonderden zij zich en herkenden zij hen als mensen die met Jezus samen waren geweest.’
Kennen wij dat geheim? Dat is noodzakelijk, hoor. Dat we de Here Jezus kennen, bij Hem zijn, in Zijn nabijheid. Dat merken de mensen om ons heen.
We zien nog meer in het Bijbelboek Handelingen. Petrus krijgt van de Here de opdracht om niemand onrein te achten (Handelingen 10). En Paulus kreeg een visioen om over te steken naar Macedonië om ook daar het Evangelie te verkondigen (Handelingen 16).
Het Evangelie is niet alleen voor de Joden, maar ook voor de heidenen. Niet alleen voor de Nederlanders, maar ook voor alle andere culturen in ons land. Zij gingen erop uit om het Evangelie door te geven, zo mogen ook wij eropuit gaan met de Beste Boodschap die er in deze wereld is.
Paulus ging naar Athene, naar de Areopagus, om aan de wijsgeren daar de éne God te verkondigen Die hemel en aarde gemaakt heeft (Handelingen 17). Leest u het hele boek Handelingen maar eens. Wellicht hebt u daar in deze vakantie de tijd voor.
Soms komen de mensen uit de wereld ´vanzelf´ onze kerken en gemeenten binnen, door God geleid, gestuurd door de Heilige Geest. Zo groot is de Here ook. Zeker, laten we Zijn almacht niet inperken.
Maar het is ook onze taak, onze roeping om, zoals we ook in Handelingen lezen, Zijn getuigen te zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde (Handelingen 1:8).
Zet de deuren van uw kerk maar alvast open. Opdat mensen naar binnen zullen komen – dat ook – maar dat de gemeenteleden erdoor naar buiten zullen gaan. Met het Evangelie de straat op, de openlucht in, biddend, getuigend, helpend. Tot eer van de Here en tot zegen van velen.
Stel je de gemeente eens voor die er maandelijks (of vaker) op uittrekt, met de Bijbel, met een pan soep, een thermoskan koffie, met broodjes, om er te zijn voor mensen die zelf de weg naar de kerk niet kunnen vinden. En dan niet 10 van de 200 mensen, maar de gehele gemeente. Wie op pad kan gaan, gaat mee, wie niet mee kan, blijft in de kerk achter om te bidden. Dat gaat er wat gebeuren… Omdat we een machtig God hebben…
Dirk van Genderen