Baarmoeder meest gevaarlijke plaats op aarde

Ik wist niet wat ik hoorde. Schokkend. Bij onderzoek van een zwangere vrouw in het Haagse HagaZiekenhuis was ontdekt dat er maar twee bloedvaten door de navelstreng naar haar ongeboren kindje liepen in plaats van drie. Verder was alles goed met het kindje. Toch is bij de aanstaande ouders al twee keer aangedrongen op abortus.

Een goede kennis vertelde me dit over zijn zwangere dochter. Zij denkt er geen moment over om haar kindje te laten aborteren, maar toch is het heftig om zoiets te horen.
In wat voor land leven we eigenlijk? De baarmoeder is de meest gevaarlijke plaats op aarde. Nergens vallen zoveel slachtoffers. In ons land alleen al meer dan 30.000 per jaar.

Het is ook weer niet zo dat ziekenhuizen zo graag ongeboren kinderen aborteren. Het komt voor dat in de ene ‘operatiekamer’ een kindje wordt geaborteerd, terwijl in een andere kamer op enkele meters afstand in hetzelfde ziekenhuis wordt gevochten voor het leven van een ongeboren of pasgeboren kindje. Dat zijn vreemde tegenstellingen.

Dat het HagaZiekenhuis erop aandrong op dit kindje te laten aborteren, komt waarschijnlijk voort uit angst. Angst voor claims als er na de geboorte toch iets met het kindje blijkt te zijn. Er was immers geconstateerd dat er een ader te weinig door de navelstreng loopt.
Dit soort zaken komt vaker voor de laatste tijd. Ziekenhuizen willen dat voorkomen en komen daarom met dit soort vreselijke adviezen.
Abortus is het grootste kwaad op deze aarde. Vijftig miljoen ongeboren kinderen worden jaarlijks op een gruwelijke wijze gedood in de moederschoot. Drie keer de bevolking van ons land. Ze mogen niet geboren worden. Het levenslicht is hun niet gegund. Massamoord. Een ander woord kan ik er niet voor bedenken. Lees Psalm 139 maar eens, hoe mooi daar geschreven wordt over nieuw leven dat God in de moederschoot wonderlijk weeft. Ons leven is Zijn kunstwerk.

Bijna niemand doet iets aan om dit vreselijke kwaad een halt toe te roepen. De Verenigde Naties zwijgen. President Obama vuurt geen kruisraketten af op abortusklinieken om de moordenaars te stoppen.

Enkele jaren geleden zei een abortusarts in de Volkskrant: ‘De foetus is medisch afval. Het wordt verwerkt door een speciale unit van het afvalverwerkingsbedrijf. In de abortuskliniek wordt het curettement, dat wat wordt weggezogen, ingevroren. Omdat het afval maar één keer per maand wordt opgehaald.’

Walgelijk om te lezen wat er in de abortusklinieken gebeurt, die verhullend gezondheidscentra worden genoemd. Wat moet zo’n ongeboren kindje een vreselijk lijden ondergaan als het wordt verbrijzeld. We zouden meer op de bres moeten staan voor het ongeboren leven! Of hebben we ons er al bij neergelegd dat de strijd verloren is?
Ik heb buitengewoon veel bewondering voor mensen die geregeld bij abortusklinieken waken en bidden, in de hoop ongeboren kinderen te redden. Dat zouden meer mensen moeten doen, als een getuigenis dat het leven heilig is.

In Genesis 4 lezen we dat het bloed van Abel, die gedood werd door zijn broer Kaïn, vanaf de aardbodem roept tot God (vers 10). Leviticus 17:11-14 zegt dat de ziel van het vlees in het bloed is. Ook al vertelt Kaïn niet wat er is gebeurd, God weet het. Hij weet alles.
Roept zo ook niet het bloed van alle geaborteerde kinderen vanaf de aardbodem tot God in de hemel? Laat we hier niet lichtvaardig over denken. We roepen Gods oordelen over ons heen door onze ongeboren kinderen op te offeren aan de goden van vrijheid, welvaart, gezondheid en luxe. Wat kunnen we anders doen dan tot de Here naderen en Hem vragen of Hij Zich over ons land wil ontfermen.

Hoe zal er vanuit de hemel gekeken worden naar wat er in onze abortusklinieken gebeurt? Ongelooflijk groot zal de schare zijn van alle kinderen die nooit geboren mochten worden. Ooit zullen de aborteurs alle kinderen weer terugzien die ze gedood hebben wanneer ze voor God rechterstoel zullen staan. Wat zullen ze dan een spijt hebben. Nu is er voor abortusartsen echter nog bekering mogelijk.

En ik weet het: veel vaders en moeders worstelen ermee dat ze ooit hun kind hebben laten aborteren. Wat een wroeging, wat een spijt. Maar ook voor hen is er vergeving als ze door genade hun vertrouwen op de Here Jezus leren stellen. Wat een goed werk doen hulpverleners die deze mensen bij de hand nemen, met hen praten, hen begeleiden en hun laten zien dat er ook voor hen vergeving en hoop is.

Zal er in de hemel wel een plaatsje zijn voor deze kinderen die op de aarde niet welkom waren? Dat geloof ik zeker. De Here Jezus zei immers: ‘Laat de kleine kinderen tot Mij komen en verhinder hen niet, want voor zulke mensen is het Koninkrijk van God’ (Lucas 18:16).

Dirk van Genderen