Vol vreugde mogen we het elkaar op de Paasmorgen toeroepen: ‘De Here is waarlijk opgestaan.’ Als geliefden overlijden die de Here Jezus mogen kennen, hoeven we niet te treuren zoals degenen die geen hoop hebben. Natuurlijk zijn we dan heel verdrietig, maar op hetzelfde moment dat iemand zijn ogen voor het laatst sluit op aarde, slaat hij zijn ogen op in het paradijs, bij de Here Jezus en wordt daar bekleed met witte klederen.
Er staan soldaten voor het graf van de Here Jezus. Stel je voor dat Zijn discipelen Hem komen stelen. Enkele dagen eerder was Hij in het graf gelegd, nadat Hij was gestorven aan het kruis op Golgotha. Hij had het uitgeroepen: ‘Het is volbracht’.
Dan is er opeens een zware aardbeving. De soldaten slaan op de vlucht en een engel rolt de steen van het graf weg. De Here Jezus wordt opgewekt door de Vader, ja, staat Zelf op uit de doden.
Hij, de Levensvorst, de Here Jezus Christus, is Overwinnaar. Hij overwon dood en graf. Hij leeft tot in alle eeuwigheden!
‘De dood is verslonden tot overwinning’ jubelt 1 Korintiërs 15:54. Pasen is het grote keerpunt in de wereldgeschiedenis.
De dood hoeft ons geen angst meer aan te jagen. Lees het verlangen van Paulus, in Filippenzen 3:10 en 11 zegt: ‘Opdat ik Hem mag kennen, en de kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap met Zijn lijden, doordat ik aan Zijn dood gelijkvormig word, om hoe dan ook te komen tot de opstanding van de doden.’
Paulus zag uit naar de opstanding, naar de verheerlijking, ook al zou het lijden betekenen en de dood, om dat te bereiken. Door het geloof weten we de weg, voortdurend ziende op de Here Jezus.
Misschien denkt u: Wat heb ik hieraan? Je moest eens weten in wat voor ellendige en hopeloze situatie ik me bevind… Pijn, verdriet, zorg, een huwelijk dat op springen staat, ziekte…
Ik wil u met nadruk zeggen dat de Here Jezus Zijn leven heeft gegeven en is opgestaan om ook u Zijn genade te schenken. Hij wil ook u troosten, bemoedigen, ondersteunen, kracht geven in zwakheid. ‘Door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen’ (Jesaja 53:5).
En wanneer u niet meer weet hoe het verder moet, is dat wellicht het moment om alles los te laten en in Zijn hand te geven. Omdat Hij leeft, hoeven we niet bang te zijn voor de toekomst. Omdat Hij leeft, heef dit leven zin.
Als we de Here Jezus mogen kennen en volgen, zullen we eenmaal voor altijd bij Hem zijn.
Direct na ons sterven of – dat kan ook – als we de wederkomst van de Here Jezus meemaken.
Wanneer na ons sterven onze nabestaanden treuren en huilen, zijn we al ingegaan in Zijn heiligdom.
Denk maar aan de woorden die Hij sprak tegen de moordenaar die met Hem gekruisigd was en die aan Hem vroeg of Hij hem wilde gedenken als Hij in Zijn Koninkrijk gekomen zou zijn: ‘Heden zult u met Mij in het Paradijs zijn’ (Lucas 23:43). Heden, vandaag, direct.
De Here Jezus is ons voorgegaan. ‘Met Zijn eigen bloed is Hij voor eens en altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht’ (Hebreeën 9:12).
Paulus spreekt in 2 Korinthe 5:1 en 2 over de dood als het afbreken van onze aardse tent.
‘Wij weten immers dat, wanneer ons aardse huis, deze tent, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen.
Wij verlangen er vurig naar om met deze woning die uit de hemel is, overkleed te worden.’
De hemel is ons ware thuis. We zijn vreemdelingen en bijwoners op deze aarde, pelgrims, onderweg naar het Vaderhuis met Zijn vele woningen.
Na onze dood zullen we door engelen naar onze plaats van bestemming worden gebracht, waar we bij Christus zullen zijn.
Onze ziel zal dan in de hemel overkleed worden met witte klederen (zie de brieven aan de zeven gemeenten in Openbaring 2 en 3).
Allen die geschreven zijn in het ‘Boek van het leven van het Lam’ (Openbaring 20:27) mogen er binnen komen. Allen die het Lam, de Here Jezus, mogen kennen, staan geschreven in dit Boek van het leven van het Lam. Zij zullen de eeuwigheid met Hem doorbrengen.
Eenmaal – wie weet hoe spoedig al – breekt het moment aan dat allen die in de Here ontslapen zijn, zullen opstaan uit de dood, wanneer Hij terugkeert naar deze aarde. Ze zullen opstaan uit de graven. De zee zal de doden teruggeven. Allen die op de brandstapels zijn omgekomen, zullen weer levend worden, evenals alle gelovigen die in de eerste eeuwen in de arena’s door de leeuwen zijn verscheurd.
Hierover lezen we in 1 Thessalonicenzen 4:13-18: ‘Maar ik wil niet, broeders, dat u onwetend bent ten aanzien van hen die ontslapen zijn, opdat u niet bedroefd bent zoals ook de anderen, die geen hoop hebben. Want als wij geloven dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in Jezus ontslapen zijn, terugbrengen met Hem.
Want de Here Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Here in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Here zijn. Zo dan, troost elkaar met deze woorden.’
In 1 Korinthe 15 klinkt het: ‘Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden.
Want dit vergankelijke moet zich met onvergankelijkheid bekleden en dit sterfelijke moet zich met onsterfelijkheid bekleden.’
Ons toekomstige lichaam zal hetzelfde zijn als het lichaam van de Here Jezus na Zijn opstanding. Afstanden zijn dan geen probleem meer, muren en deuren evenmin. Na Zijn opstanding verscheen de Here immers en verdween Hij. Hij kwam zo door de dichte deur naar binnen.
1 Johannes 3:2b zegt immers: ‘Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn.’
We zullen als koningen met Christus regeren, duizend jaar lang, zegt Openbaring 20:4: ‘En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, die het beest en zijn beeld niet hadden aangebeden, die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en op hun hand. En zij werden weer levend en gingen als koningen regeren met Christus, duizend jaar lang.’
Openbaring 21 spreekt vervolgens over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. En de zee was er niet meer.
‘En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is.
En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn.
En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.
En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar’ (vers 1 tot 5).
O, wat een uitzicht, wat een verwachting voor ieder die de Here Jezus mag kennen en liefhebben. Dit leven op deze aarde duurt maar een ogenblik.
Hoe heerlijk zal het zijn om de eeuwigheid door te brengen in de tegenwoordigheid van de Here Jezus, in Zijn heerlijkheid! Door genade zullen ook wij mogen delen in die heerlijkheid.
Ik wens u allen gezegende paasdagen toe!
Dirk van Genderen