Verlangen naar Gods heerlijkheid

Het is mijn verlangen dat Gods heerlijkheid meer zichtbaar gaat worden in ons land. Dat we in onze samenkomsten Zijn aanwezigheid zullen ervaren. Dat als we Zijn Woord lezen, we het zeker weten: Hij is er en Hij spreekt, door Zijn Woord en door de Heilige Geest. Dat we misschien wel middenin de nacht wakker worden en onze naam horen, van God zelf, zoals ooit een jongen in de tempel hoorde: ‘Samuel, Samuel.’ Waarop hij antwoordde: ‘Spreek, want Uw dienaar luistert’ (1 Samuel 3:10). Dit kunnen wij niet zelf bewerkstelligen. Onze verwachting is van de Heere alleen.

Ik proef in delen van christelijk-gelovig Nederland verlangen naar eenheid, verlangen naar geestelijke vernieuwing, verlangen naar opwekking, herleving. Op diverse plaatsen zijn gebedsgroepen ‘actief’. En toch hoor ik ook: We bidden al zo lang en er verandert zo weinig. Sommigen raken moedeloos en houden het voor gezien. Anderen zijn trouw en gaan door, elke week, elke dag.

Zelf kunnen we geen herleving, geen vernieuwing tot stand brengen. Sommigen proberen dat, met nieuwe methoden. Maar dat zal geen blijvend resultaat opleveren, met geestelijke diepgang.
Wat moeten we dan doen? Stoppen met werken, stoppen met bidden? O, nee, altijd geldt de roeping om getuige van de Heere Jezus te zijn. Hoe dan verder? Nog harder werken en nog harder bidden? Ook niet.

Ik las Psalm 27. In vers 14 lezen we daar: ‘Wacht op de HEERE, wees sterk en Hij zal uw hart sterk maken; ja, wacht op de HEERE.’

Dit Psalmvers bemoedigt me zo. Ook ik maak me zorgen over de geestelijke ontwikkelingen in ons land, om het geestelijke verval. En zeker, de Heere werkt ook. Er komen mensen tot geloof. Er gebeuren wonderlijke dingen. Laten we niet doen alsof de Heere ons land zou hebben verlaten. Dat is beslist niet waar. Dan zouden we Hem enorm tekort doen. Als u zo denkt, belijdt dat dan aan de Heere Jezus. Als Hij onze ogen ervoor opent, dan zien we dat Hij leeft en dat Hij werkt.

Laat niemand nu zeggen: ‘Een geestelijke vernieuwing en herleving zal niet meer gebeuren in deze eindtijd, het zal alleen maar slechter worden, zondiger, met meer geestelijke afval. Voor de Heere Jezus is toch niets te wonderlijk? In de moslimwereld is een grote opwekking gaande, dan zou dat hier toch ook kunnen…

Ondertussen is er wel dat vurige verlangen naar meer van Gods werk, meer van Zijn heerlijkheid, meer van Zijn zegen, meer van Zijn aanwezigheid in ons eigen leven, in onze kerken en gemeenten, in ons land.
Dat kunnen wij niet bewerkstelligen. Dat kan alleen Hij, de Heere Jezus. Daar zie ik naar uit. Verlangend. Met verwachting.

Daarom spreken de woorden uit Psalm 27 mij zo aan: ‘Wacht op de Heere, wees sterk…’ Wachten is geen teken van zwakte. Juist in het wachten kunnen we heel sterk zijn. In Gods kracht. We staan als het ware op de uitkijk: begint het al?
Onze oren en ogen zijn open. We staan op onze wachtpost, zoals Habakuk 2:1 zegt: ‘Ik ging op mijn wachtpost staan, nam mijn plaats in op de vestingwal, en keek uit om te zien wat Hij in mij spreken zou…’

‘Heere, spreek tot ons… We wachten op U. We hebben onze plaats ingenomen op onze wachtpost. Heere, toon ons welke weg we hebben te gaan. Toon ons Uw heerlijkheid. We aanbidden u en loven en prijzen Uw grote Naam.’
In het geloof mogen we de Heere Jezus al zien, ‘met heerlijkheid en eer gekroond’ (Hebreeën 2:9).

De Heere wil ons Zijn weg wijzen. Als we in Zijn Woord lezen of ernaar luisteren, kan Hij tot ons spreken door Zijn Geest. Hij kan ons een overtuiging in ons hart, in onze gedachten geven, en ons zo Zijn weg duidelijk maken. Hij kan ook door anderen tot ons spreken of onze gedachten bevestigen. Soms ook spreekt Hij door omstandigheden tot ons, om ons Zijn weg te duidelijk te maken.

Habakuk 2:2 zegt: ‘Toen antwoordde de HEERE mij en zei…’ Horen we Hem als Hij tot ons spreekt? Is dat onze houding: ‘Spreek Heere, Uw dienaar luistert…’
Soms zullen we moeten wachten op Hem. Wachten is niet met de handen over elkaar zitten en niets doen. Wachten is vol van activiteit.
Habakuk 2:3 zegt: ‘Als Hij uitblijft, verwacht Hem, want Hij komt zeker, Hij zal niet wegblijven.’

Met Jesaja bidden we het mee: ‘Och, dat U de hemel zou openscheuren, dat U zou neerdalen…’ (Jesaja 64:1).
‘Heere, kom in ons midden, stort Uw Geest uit, doe ons Uw heerlijkheid zien. We hebben er geen enkel recht op, vergeef ons onze zonden, was en reinig ons met Uw bloed. Doe het Heere, om de eer en glorie van Uw grote Naam en tot zegen van hen die U nog niet kennen.’

Dirk van Genderen