De zegen van de hemelvaart van de Heere Jezus

De hemel ging – menselijkerwijze gesproken – open op Hemelvaartsdag. De Heere Jezus ging de hemel binnen. Met Zijn bloed ging Hij het heiligdom binnen, waardoor Hij een eeuwige verlossing teweeg heeft gebracht, zegt Hebreeën 9:12.
Hij kreeg een ereplaats, op de troon, aan de rechterhand van Zijn hemelse Vader. En allen die Hem kennen, mogen in de Geest ook al daar zijn. God heeft ons met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus (Efeze 2:6). Voor Gods aangezicht, in Zijn tegenwoordigheid. Wat een geestelijke rijkdom, wat een voorrecht.

De Heere Jezus ging naar de hemel om de Trooster, de Heilige Geest, te zenden, om ons in alle waarheid te leiden. Om te weten wat het betekent dat de Heere Jezus nu in de hemel is, moeten we de betekenis van woord hemel nagaan. Je komt allerlei benamingen tegen, in de verschillende vertalingen, zoals lucht, hemelse gewesten, hemel en derde hemel.
In Efeze 6:12, waar we in de HSV de uitdrukking ‘in de hemelse gewesten’ lezen, staat in de grondtekst: ‘en tois epouraniois.’ Dat heeft de betekenis: ‘het zich bevinden in de hemelse gewesten’.

Als de Bijbel in 2 Korinthe 12:2 over een derde hemel spreekt, betekent dit dat er ook een eerste en een tweede hemel is. De luchtlaag om de aarde, tot de dampkring, is de eerste hemel. Denk aan wat we lezen over de schepping: ‘God schiep de hemel en de aarde’ (Genesis 1:1).
Het woord hemel staat in de meervoudsvorm: een eerste en een tweede hemel. De sterrenhemel is de tweede hemel. God zei tegen Abraham dat Hij zijn nageslacht zo talrijk zou maken als de sterren aan de hemel (Genesis 26:4).

De hemelse gewesten
Waar bevinden zich de hemelse gewesten? Daarbij moeten we denken aan de tweede en aan de derde hemel, omdat ‘de hemelse gewesten’ ook de betekenis heeft: ‘zich bevinden in/boven de hemelse dingen’. De eerste plek boven een plaats waar je hemelse dingen tegenkomt, is de tweede hemel (de sterrenhemel) en verder ook de derde hemel.

In Efeze 1:3 lezen we: ‘Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus…’
En vers 20: ‘…die Hij gewerkt heeft in Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten.’
Efeze 2:6: ‘…en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus.’

In deze drie geciteerde verzen gaat het over de derde hemel, de plaats waar God woont en troont.

Geestelijke strijd
In Efeze 3:10 gaat het duidelijk over de tweede hemel, de sterrenhemel, waar gesproken wordt over overheden en machten in de hemelse gewesten: ‘…opdat nu door de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelvoudige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden.’
Hier worden de boze geestelijke machten of machthebbers bedoeld, die vanuit de hemelsferen hun boze invloed willen uitoefenen op de aarde.

Ook in Efeze 6:12 gaat het over de tweede hemel: ‘Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.’

De satan en zijn overheden en machten kunnen sinds hun opstand tegen God niet meer in de derde hemel komen, maar ze zijn wel actief op de aarde en in de eerste en in de tweede hemel.
Jesaja 14:12 en 15 zeggen hierover: ‘Hoe bent u uit de hemel gevallen, morgenster, zoon van de dageraad. (…) U bent in het rijk van de dood neergestort, in het diepst van de kuil.’

Openbaring 12:7 spreekt over een oorlog tussen Michael en zijn engelen tegen de draak en zijn engelen. Dit vond plaats na de opstand van de satan tegen God. ‘Maar zij (de draak, de satan en zijn engelen; dvg) waren niet sterk genoeg en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden,’ zegt vers 8. Hier wordt met de woorden ‘de hemel’ de ‘derde hemel’, de woonplaats van God, bedoeld.

Uit Job 1: … blijkt dat de satan na zijn opstand tegen God nog wel toegang heeft tot in de eerste en de tweede hemel: ‘Het gebeurde op een dag, dat de zonen van God kwamen om hun opwachting te maken bij de HEERE, dat ook de satan in hun midden kwam’ (vers 6 en Job 2:1).
Uit de derde hemel was hij verbannen, dus moet deze ontmoeting plaats hebben gehad in de tweede hemel.

De gelovigen zijn al gezet in de derde hemel
En de gelovigen dan? Efeze 1:3 zegt: ‘Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus.’
Hoewel ons lichaam zich nog op deze aarde bevindt, zijn we in geloof geestelijk al verbonden met Christus in de (derde) hemel, omdat dat de plaats is waar Hij is: ‘…en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus’ (Efeze 2:6). Wat een voorrecht, wat een rijkdom, omdat we al deelhebben aan alle geestelijke zegen die Christus verworven heeft.

We zijn door God opgewekt en door Hem gezet in de hemelse gewesten in Christus Jezus. Dit is gebeurd, ook al leven we nog op aarde. Wat een genade!
Wij denken: ‘Christus is in de hemel en wij zijn nog op aarde.’ Toch is dat maar ten dele waar. Wij zijn nog op aarde, jazeker, maar we zijn ook al in de hemel. Dat mag ons rust geven, vrede, volkomen vrede, in een wereld in crisis.

Ingaan in de troonzaal
Denk eens aan Hebreeën 10:19 en 22: ‘Omdat wij nu, broeders, vrijmoedigheid hebben om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus (…) laten wij tot Hem naderen met een waarachtig hart, in volle zekerheid van het geloof, nu ons hart gereinigd is van een slecht geweten en ons lichaam gewassen is met rein water.’

Ingaan in het heiligdom is ingaan in de troonzaal van God, de hemel (de derde hemel). Daar mogen we nu al binnengaan, niet pas na dit leven.

In Kolossenzen 3 klinkt het: ‘Als u nu met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechterhand van God zit. Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn, want u bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God’ (Kolossenzen 3:1-3).
Als we Christus kennen, is ons leven – nu al! – met Christus verborgen in God, in de hemel.

Ons burgerschap, onze wandel is in de hemelse gewesten (Filippenzen 3:20). Op aarde zijn we burgers in het land waar we wonen, maar door het geloof in de Heere Jezus, door ons zijn in Hem, maken we nu al deel uit van het Rijk, het Koninkrijk van God. We zijn daarheen onderweg, als pelgrims, maar we maken er al deel van uit, we horen er al bij.

Hij heeft ons met Hem levend gemaakt’ (Efeze 2:1), ‘ons met Hem opgewekt en met Hem gezet in de hemelse gewesten in Christus’ (Efeze 2:6). Ons Hoofd, de Heere Jezus als Hoofd van Zijn gemeente, is opgenomen, opgevaren naar de hemel. Toen al zette Hij de zijnen in de hemel.
Aan het einde van ons leven wordt dat volkomen werkelijkheid, tenzij wij de wederkomst van de Heere Jezus meemaken. Dan zullen we zonder te sterven voor altijd met de Heere Jezus zijn. Er is toch niets heerlijkers te bedenken dan dat!

Dirk van Genderen