Bij ‘toeval’, door de Heere geleid, vond ik een Engelstalig boek, met de titel ‘The life of George Müller’. Het boek is is al meer een eeuw oud en geeft een indrukwekkend verslag van het leven van deze gedreven Godsman, die ruim tweehonderd jaar geleden werd geboren en 92 jaar later stierf. Het levensverhaal van George Müller (1805-1893) is één van de meest treffende getuigenissen van de betrouwbaarheid van God die de wereld ooit heeft gezien.

George Müller. (Beeld: Wikimedia)
Müller vertrok uit Pruisen richting Engeland. In Duitsland leefde hij in zijn jeugd in zonden. Hij zat zelfs in de gevangenis, maar de Heere greep in in zijn leven. Hij kwam tot geloof in de Heere Jezus en wijdde zijn leven toe aan Hem. Hij bereidde zich voor op de zending en ging naar Londen om er zendingswerk onder Joden te gaan doen.
Na enige tijd raakte hij ervan overtuigd dat dit toch niet het werk was waar de Heere hem voor riep. Hij werd predikant, maar wel met de bepaling dat hij geen salaris wilde ontvangen. De Heere zou voor hem zorgen. Daar kwam hij toe omdat hij in Londen had gehoord van een tandarts die een geweldige praktijk met een heel hoog inkomen vaarwel had gezegd om in Perzië zendeling te worden op eigen kosten, vertrouwende op de HEERE alleen.
Naast zijn predikantschap in verschillende kerken, wist hij zich ook geroepen om zich in te zetten voor de duizenden weeskinderen, om wie niemand zich bekommerde. Maar hoe kwam hij aan geld om de opvang en de zorg te organiseren? Hij wist maar één weg.
Zijn hele leven, ook toen het werk groeide en steeds meer kinderen werden opgevangen en verzorgd, bracht hij alles wat hij nodig had, in gebed bij de Heere God. Nooit klopte hij aan bij mensen, omdat hij vast geloofde dat God in al zijn behoeften zou voorzien. En juist dat aspect van zijn vertrouwen op God maakt diepe indruk. Op de meest wonderbaarlijke momenten en wijzen beantwoordde God zijn gebeden.
Altijd kwam het geld, vaak van mensen die hij niet eens kende. Veel gevers bleven voor altijd anoniem, anderen vertelden hem dat ze zich door God gedrongen voelden een bepaald bedrag aan hem te geven.
Bijna nooit waren het hele grote bedragen die hij ontving, waardoor hij constant afhankelijk bleef van de zorg van zijn hemelse Vader. Nauwkeurig hield hij alle giften bij. In totaal ontving hij zo meer dan 1,38 miljoen pond sterling. Omgerekend naar onze tijd zou dat een gigantisch bedrag zijn.
Als er meer geld binnenkwam dan nodig was voor ‘zijn’ werk voor de Heere, ging het overige naar de zending.
Zijn Godsvertrouwen was zo groot, dat hij een keer, zonder dat er brood was, zijn honderden weeskinderen aan tafel riep voor de maaltijd en God dankte voor het voedsel dat er nog niet eens was. Nauwelijks had hij toen ‘amen’ gezegd, of er kwam eten, genoeg voor iedereen. Zoals God Elia voorzag door de raven brood bij hem te laten brengen, zo wist Hij ook wat George Müller nodig had.
Er zou nog veel meer te vertellen zijn over het geloofsvertrouwen van deze man van God. Grote indruk maakten ook zijn zendingsreizen, die hij maakte tussen zijn 60e en 90e levensjaar. In tientallen landen bracht hij aan honderdduizenden mensen het Evangelie. Velen, zeer velen kwamen tot geloof in de Heere Jezus.
Deze man spreekt nog nadat hij gestorven is en al juicht voor Gods troon. Denken wij vaak niet te klein van God? Zoeken wij niet eerder onze toevlucht bij mensen dan bij Hem? George Müller had prachtige ‘bedelbrieven’ kunnen maken, waarin hij de mensen had kunnen vertellen over het mooie werk dat hij deed en hen op kunnen roepen die mooie projecten te steunen. Heel veel mensen, ook christenbroeders, begrepen niet dat hij dat niet deed.
Als Müller geld tekort kwam voor aardappels, vroeg hij het aan de Heere. Een belangrijk Bijbelvers voor hem was Psalm 81:11 – ‘Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen.’
Als hij een Bijbelgedeelte niet begreep, deed hij hetzelfde. Als hij het Woord aan de weeskinderen moest brengen, bad hij om de hulp van de Heilige Geest. Sterk benadrukte hij dat hij geen bijzondere gelovige en bijzonder lievelingetje van God was. ‘Wat God in en door mij deed, wil Hij ook bij anderen doen. Het komt erop aan dat we in alles totaal op Hem leren vertrouwen. Hij zal nooit iemand laten staan.’
Hij hield zich echter vast aan de woorden van de Heere Jezus: ‘Bid en u zal gegeven worden; zoek en u zult vinden; klop en zal voor u opengedaan worden. Want ieder die bidt, ontvangt; wie zoekt, die vindt; en voor wie klopt, zal opengedaan worden’ (Mattheus 7:7 en 8).
Hij bad vele tientallen jaren voor de bekering van een goede vriend. ‘Ik heb nu 63 jaar en acht maanden voor hem gebeden en hij is nog niet bekeerd. Maar het zal zeker gebeuren.’ Müller was nog maar een paar dagen gestorven, of zijn vriend kwam tot bekering, zelfs nog voor zijn begrafenis.
De laatste avond van zijn leven op aarde had hij nog een Bijbelstudie geleid. De volgende ochtend vonden ze hem dood in zijn slaapkamer, in gebedshouding voor zijn bed, zoals hij gewend was.
Wanneer George Müller een gebed op z’n hart had, zocht hij eerst de Bijbel erop na of er een belofte was voor dit gebedsverzoek. Soms las hij dagenlang in de Schrift, voordat hij ermee naar God ging.
Dan, als hij de belofte gevonden had, zoals dat de Heere niet wil dat iemand verloren gaat, maar dat allen tot bekering zullen komen (2 Petrus 3:9), bad hij met een open Bijbel voor zich en zijn hand op de belofte, om bij God daarop te pleiten. Zo ontving hij wat hij vroeg.
Dirk van Genderen