De aarde verwelkt…

Soms gebeurt het dat een Bijbeltekst telkens weer in je gedachten komt. Daar moet je dan iets mee, de Heere heeft een boodschap voor je, wil je iets duidelijk maken. Afgelopen week was dat bij mij zo. Elke dag werd ik bepaald bij Jesaja 24, en dan met name bij de woorden ‘Het land treurt, het land verwelkt’ (vers 4). We zien dit in Nederland om ons heen gebeuren. In de meeste landen om ons heen valt regelmatig regen, maar bij ons is het droog, zeer droog. Heeft de Heere ons hiermee iets te zeggen? Ik meen van wel.

De wereld verkeert in een soort alarmstemming. ‘We moeten onze planeet redden. De aarde wordt bedreigd, de temperatuur stijgt. We moeten nu ingrijpen om de aarde leefbaar te houden voor ons nageslacht.’ En het mag wat kosten. Er wordt niet op 10 miljard meer of minder gekeken om de CO2-uitstoot terug te dringen, waardoor, zo hoopt men, de temperatuur op aarde minder snel zal stijgen.

Heel duidelijk wil ik stellen dat het onze, door God gegeven opdracht is, om zo goed en verantwoord mogelijk met Zijn schepping om te gaan. Dat hebben we in het verleden vaak niet (goed) gedaan en het kan zeker nog veel beter. Laten we eerder voorop lopen dan achteraan sukkelen.
Maar laten we nooit denken dat wij de aarde kunnen redden. Dat is mijn punt. Het lijkt een soort nieuwe religie te zijn, om de aarde optimaal te verzorgen. Soms raakt het aan aanbidding van de aarde, een soort nieuw evangelie. Velen geloven dat de mensheid gered zal worden als we de opwarming maar een halt kunnen toeroepen.

Er zijn ook andere meningen
Wetenschappers die er anders over denken, die niet meegaan in het koor van temperatuurstijging door het handelen van de mens, worden in de media zelden of nooit meer aan het woord gelaten. Dat is kwalijk, omdat één van de kernwaarden van goede journalistiek ‘hoor en wederhoor’ is.
Het is nu in Nederland al lange tijd heel warm, maar beseffen we dat er andere landen en gebieden zijn waar het nu juist kouder is dan ‘normaal’. En zo hard stijgt de gemiddelde temperatuur op aarde echt niet. Ik heb zelfs overzichten gezien die eerder duiden op een afvlakking van de stijging of misschien wel een (lichte) daling.

Laten we niet vergeten dat in de geschiedenis de temperaturen op aarde ook fluctueerden. Duizend jaar geleden was het veel warmer dan nu. Ooit trokken de Vikingen naar Groenland om daar veeteelt te bedrijven. In Schotland werd wijn verbouwd. In die tijd had dat niets met meer CO2 in de lucht te maken, het zijn de natuurlijke variaties in het klimaat.

Ik kan me nog herinneren, toen ik jong was, dat verwacht werd dat de temperaturen zouden gaan dalen, met de nodige consequenties voor het leven op aarde en de opbrengsten van de oogsten. Later, een jaar of 25 geleden, was er de angst voor de zure regen. Bomen en gewassen zouden sterven, gebouwen zouden worden aangetast, kortom het voortbestaan van het leven op aarde werd bedreigd. Na een paar jaar hoorde je er niemand meer over. Nu is er angst dat de gevolgen van de opwarming desastreus zullen zijn voor de aarde en de mensheid.

Wat zegt de Bijbel?
Een belangrijke vraag is of de Bijbel iets zegt over de natuur, het milieu en het klimaat. Jazeker. God heeft de aarde zeer goed geschapen. Perfect, lees Genesis 1 en 2 maar. Door de zondeval van de mens is de dood en het lijden, ook in de natuur, in de wereld gekomen. Daar ligt de diepste oorzaak van alle problemen met het milieu.
Maar hier mogen we ons niet bij neerleggen. De opdracht die Adam en Eva in het paradijs al kregen om de aarde te bebouwen en te bewaren, is ook onze opdracht. We moeten op een zeer verantwoorde wijze omgaan met Gods schepping, maar zelfs al doen we dat optimaal, dan nog zijn we niet in staat de aarde en de mensheid te redden. De Enige Die dat kan en ook zal doen, is God zelf.

In Romeinen 8 staat dat de schepping zucht en in barensnood is en met reikhalzend verlangen uitziet naar het openbaar worden van de kinderen van God (vers 19). De schepping lijdt onder de hitte en de droogte door onze zonden. Soms raakt mij dat heel diep. Het is toch bijzonder dat de schepping reikhalzend uitziet naar het moment van de wederkomst van de Heere Jezus, de dag ook dat de heerlijkheid van de Heere Jezus zichtbaar zal worden in al de Zijnen. Op die dag zal ook het lijden van de schepping voorbij zijn.

Jesaja
In het Bijbelboek Jesaja kom je opmerkelijke woorden tegen over het lijden van de schepping, van de aarde.
Jesaja 51:6 zegt: ‘Sla uw ogen op naar de hemel en aanschouw de aarde beneden,
want de hemel zal verdwijnen als rook, de aarde zal verslijten als een kleed,
evenzo zullen haar bewoners sterven.
Maar Mijn heil zal voor eeuwig bestaan, Mijn gerechtigheid zal niet verbroken worden.’

Ook in het al eerder genoemde Jesaja 24 wordt gesproken over de ellendige toestand waarin de aarde verkeert.
Vers 4: ‘Het land treurt, verwelkt; hij verkommert, verwelkt – de wereld; zij verkommeren – de voornaamsten van de bevolking van het land.
5. Want het land is ontheiligd door zijn inwoners: zij overtreden de wetten, zij veranderen elke verordening, zij verbreken het eeuwige verbond.
6. Daarom verteert een vervloeking het land en moeten zijn inwoners boeten.’

Er is kennelijk een verband tussen de toestand waarin de natuur, de schepping in het land zich bevindt en de geestelijke situatie in een land. Zonden en overtredingen hebben een negatief effect op het milieu. Daar horen we nooit over.
En, vraag ik mezelf af: Hebben wij regen verdiend? Hebben wij Gods zegen verdiend? Nee, toch. De zonden van ons land en van ons volk roepen tot God in de hemel. Ieder jaar worden er in ons land 30.000 ongeboren kinderen gedood in de moederschoot. En nog zoveel meer vindt er plaats wat ingaat tegen Gods Woord.
Het is lankmoedigheid van God, zoals 2 Petrus 3 het zegt, dat Gods oordelen nog niet in alle hevigheid over ons heen zijn gekomen.

Bekeer u!
De oproep zou moeten klinken: ‘Bekeer u en Ik, de Heere, zal uw land genezen.’
Letterlijk staat dit zo in 2 Kronieken 7:14:
‘…en Mijn volk, waarover Mijn Naam is uitgeroepen, in ootmoed buigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zij zich bekeren van hun slechte wegen, dan zal Ik vanuit de hemel horen, hun zonden vergeven en hun land genezen.’

Er zijn voorbeelden uit de geschiedenis dat de Heere deze woorden waar maakte, dat een opwekking ook gepaard ging met materiële zegen, dat de Heere bijvoorbeeld grotere oogsten gaf. Deze zegen was nooit wereldwijd, maar altijd lokaal, op de plaats, de omgeving waar de opwekking plaatsvond.

Ik meen verder dat de Bijbel spreekt over het ingrijpen door God in de natuur, richting de wederkomst van de Heere Jezus, zowel wat de temperatuur betreft als ook door andere natuurverschijnselen. Er komt verzengende hitte, als een oordeel van God. Het is als een appèl: bekeer je, de wederkomst is aanstaande.
In Openbaring 16 lezen we in vers 9, nadat de vierde engel zijn schaal heeft uitgegoten over de zon: ‘En de mensen werden verzengd door grote hitte. Maar zij lasterden de Naam van God, Die macht heeft over deze plagen, en zij bekeerden zich niet om Hem de eer te geven.’

In Lucas 21, in de eindtijdrede van de Heere Jezus, voorzegt Hij in de verzen 25-28:
‘Er zullen tekenen zijn in zon, maan en sterren, en op de aarde benauwdheid onder de volken, in radeloosheid vanwege het bulderen van zee van golven.
En het hart van de mensen zal bezwijken van vrees en verwachting van de dingen die de wereld zullen overkomen, want de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden.
En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in een wolk, met grote kracht en heerlijkheid.
Wanneer nu deze dingen beginnen te geschieden, kijk dan omhoog en hef uw hoofd op, omdat uw verlossing nabij is.’

Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde
Laten we het van de Heere verwachten en tegelijk onze verantwoordelijkheid nemen. Jazeker. In het besef dat het redden van de aarde niet in onze macht ligt.
En we mogen zeker weten dat het moment komt dat de aarde nieuw wordt. Wanneer de Heere Jezus komt. Dat moment komt, wanneer Christus komt. De dag zal komen dat Hij een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal maken. ‘Zie, Ik maak alle dingen nieuw’ (Openbaring 21:5). Wat een uitzicht!

Dirk van Genderen