Als Gods Geest komt, kan niemand Zijn werk meer tegenhouden. Dan gaan mensen bidden, zich verootmoedigen en blijven ze bidden en tot de Heere roepen, zolang Hij hen leidt. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen wat dat inhoudt, zolang we het niet zelf hebben meegemaakt. Lees wat Edward Miller daarover schrijft in zijn boek ‘Cry for ME Argentina’.

In ‘Cry for ME Argentina’ beschrijft zendeling Edward Miller de opwekking in Argentinië in het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw.
U kent wellicht mijn verlangen naar een herleving, een opwekking. Deze week verdiepte ik me in de opwekking die in 1949 uitbrak in Argentinië. Graag wil ik aan u doorgeven wat zendeling Edward Miller, die er nauw bij was betrokken, schrijft over wat er aan die opwekking vooraf ging.
Miller vertelt dat in 1949 vijftig studenten van zijn bijbelschool in Argentinië begonnen te bidden om een opwekking. Ze ervaarden een ‘hemelse aanwezigheid’, waardoor ze een zware gebedslast voor hun volk ontvingen. De lessen werden opgeschort. Dag aan dag, dagen lang, baden de studenten van deze school voor Argentinië, een toen geestelijk zeer dor land. In het hele land waren onder de regering van Juan Peron slechts 600 oprechte gelovigen bekend, schrijft hij.
Bidden en huilen
‘Nooit heb ik mensen zo hard en zo lang horen bidden en huilen,’ gaat hij verder. ‘Het leek wel bovennatuurlijk. Tegenwoordig kennen we nauwelijks nog voorbede. Het was een intens bidden en smeken dat de Vader Zich zou openbaren.’
Dag en nacht baden deze studenten, soms snikten of huilden ze. Het huilen van deze jongemannen kan het best omschreven worden als een soort bovenaards verdriet. De studenten, gelovige jongemannen, bekeerden zich van hun zondige daden. Door de Heilige Geest werden ze geleid tot verootmoediging en berouw, voor zichzelf, maar ook voor hun stad, hun streek, hun volk.
Na vijftien dagen voortdurende voorbede en verdriet voor het aangezicht van de Heere, ontvingen ze een woord ter bemoediging. ‘Huil niet meer, want de Leeuw van de stam van Juda heeft de prins van Argentinië overwonnen.’
Maandenlang zagen ze uit naar wat de Heere zou gaan doen in Argentinië. Ze waren er vast van overtuigd dat Hij in zou grijpen en Zijn grootheid zou tonen.
Achttien maanden later was het zover. De Argentijnen stroomden naar de voetbalstadions om het Evangelie te horen. Zelfs de grootste stadions waren nog te klein voor alle mensen. De opwekking was begonnen.
Geestelijke strijd
Ook in een ander boek, ‘The Secrets of the Argentine Revival’ schrijft dr. R. Edward Miller over de opwekking die in eind 1949 uitbrak in Argentinië, maar dan meer over zijn eigen geestelijke strijd, die ervaan voorafging.
‘In januari 1949 leek er een bitter einde te komen aan mijn zendingscarrière. Met een andere zendeling, Robert T., gingen we naar de stad Lavelle (= De Vallei), aan de voet van het Andes Gebergte. We waren van plan een evangelisatiecampagne te houden, omdat we wisten dat het Evangelie daar nog nooit was gebracht. We geloofden dat een machtig werk van God zichtbaar zou worden in die stad waar geen enkele kerk was.’
‘We zetten een tent neer voor onze campagne. We bezochten alle huizen, nodigden de inwoners uit, deelden traktaten uit en baden dagelijks urenlang. Avond aan avond hielden we onze bijeenkomsten, maar er kwam niemand. Tot overmaat van ramp spoelde ook onze tent nog weg door hevige stortregens.
Na twee weken gaven we het op, het was een grote mislukking geworden. Er was geen enkele vrucht zichtbaar. Ik was ervan overtuigd dat de oorzaak buiten mijzelf gezocht moest worden. Het was harde grond om te arbeiden, de mensen wilden niets van het Evangelie horen.’
‘God, waar bent U?’
Miller gaat verder: ‘Ik riep het uit: “Waar is de God van Elia? Waar is de God van glorie, van kracht, van wonderen? Waar was God, Die mensen overtuigt en Zijn genade uitstort, zoals ik in mijn jeugd had gezien in andere opwekkingen?”
Ik werd geconfronteerd met mijn eigen mislukking, daar in Lavelle. Er was gebrek aan kracht, Gods kracht, in mijn bediening. Al mijn excuses verdwenen. Ik kon niet langer vluchten voor de realiteit. Ik had hard gewerkt, veel gebeden, maar het leidde tot niets. God bracht mij tot de overtuiging dat ik geen opwekking tot stand kon brengen. Mijn besluit stond vast. Ik zou de zending verlaten en teruggaan naar Amerika. Ik had de roep van God om de zending in te gaan, kennelijk niet goed verstaan.’
‘Maar de Heere maakte mij duidelijk dat een opwekking nooit door mijn inspanningen zou komen, maar door Zijn Geest. Hij liet mij de tekst uit Zacharia 4:6 lezen: “Niet door kracht en niet door geweld, maar door Mijn Geest, zegt de Heere van de legermachten.”
Ook Jesaja 31:3 en 4 kwamen mij in gedachten: “…De HEERE zal Zijn hand uitstrekken… de HEERE van de legermachten zal neerdalen om te strijden…”
Totale overgave
Terwijl Miller alles overdacht, kwam hij op het punt dat hij stopte met al zijn zendingsactiviteiten en geen andere uitweg zag dan het gebed. ‘Er volgde een geestelijke strijd,’ vervolgt Miller, ‘maar na enige tijd kon ik niet anders dan mij totaal overgeven aan de Heere Jezus. Dagenlang was ik acht uur per dag bezig met Gods Woord en met gebed. Mijn collega zendelingen snapten er niets van. Zij vonden dat iemand die al zijn tijd doorbracht met Bijbellezen en gebed, maar geen enkele zendingsactiviteit ontplooide, geen recht meer had op een salaris.
Ik trok me terug in een leegstaande ruimte van de kerk in Mendozo, waar ik zo af en toe ook preekte, om daar de Heere te zoeken, met vasten, bidden en Bijbellezen, met het diepe verlangen naar een krachtige werking van Gods Geest in Argentinië. Als er in die week niets zou gebeuren, zou ik terugkeren naar huis en een ‘gewone’ baan zoeken.’
Hij las in de Bijbel de oproep van de Heere om Zijn aangezicht te zoeken. Maar hoe doe je dat? Na zeven dagen van gebed en vasten had Miller nog geen antwoord van God ontvangen. Terwijl hij hiermee worstelde, was het alsof de Geest tot hem zei: ‘Een lege maag is niet de weg naar de hemel, maar wel het Bloed van Jezus.’
Het bleef stil
Toch overwoog hij de zending vaarwel te zeggen, maar kon dat uiteindelijk niet. ‘Dan zou ik het risico lopen dat de God van Elia, de God van Petrus of de God van zoveel andere Godsmannen nooit mijn God zou worden. Ik bleef bidden en in de Bijbel lezen, wekenlang. Na zeven weken was ik voor mijn gevoel geen stap verder. Bidden, huilen, mediteren, Bijbelstudie, wandelen, knielen, het bleef stil vanuit de hemel.
God had geen haast om Zijn geheimenissen te onthullen. Twee maanden gingen voorbij. ‘De vijand, de duivel, probeerde mij voortdurend te ontmoedigen.’
Miller was zo wanhopig op God naar zoek, dat hij op een gegeven moment niet anders meer kon dan tegen Hem zeggen: ‘Als er aan het eind van deze week, om 5 uur ’s middags, nog geen antwoord van U is, dan weet ik dat ik op de verkeerde weg zit en ga ik weer gewoon verder met evangeliseren als voorheen.’
De eerste bekeerling
Ook deze week kwam er geen antwoord van God. Dus pakte Miller een stapel traktaten en ging de straat op. Juist op dat moment arriveerde de plaatselijke dominee met zijn onbekeerde tienerzoon. God had het zo geleid. De dominee stortte bij Miller zijn hart uit. Minuten werden uren. De tiener viel op z’n knieën, beleed zijn zonden, vroeg om vergeving en kwam tot geloof in de Heere Jezus.
‘Ik hoorde een zachte stem: “Je ziet, mijn zoon, wanneer Ik het wil, kan Ik zielen naar je toebrengen. Keer terug en ga opnieuw in gebed totdat Ik jou vertel dat het tijd is om je kamer te verlaten.’
De weken die volgden, bracht Miller weer door met Bijbelstudie en gebed. Toen op een dag werd hij plotseling overweldigd door een besef van Gods aanwezigheid. De deuren van de hemel gingen open. Gods glorie was aanwezig, de Heilige Geest daalde neer en Miller hoorde een stem, diep in zijn ziel. ‘Ik wist wat Zijn wil was voor Argentinië: bekering, redding.’
Persoonlijke opwekking
De andere zendelingen vroegen mij of ik dacht dat het nu Gods tijd was voor opwekking in Argentinië. Ik wist dat niet, maar één ding wist ik zeker: mijn persoonlijke opwekking was nu gekomen.
Zes weken later plantte God een diepe zekerheid in zijn hart: ‘Nu zal Ik Mijn Geest uitstorten op de kerk. Roep de mensen op tot gebedssamenkomsten. Laat ze maandagavond beginnen, om 20.00 uur, tot middernacht aan toe. En dat alleen degenen komen die de hele avond willen blijven bidden. Het ging om gehoorzaamheid. Gods tijd was gekomen.’
Tijdens de zondagse kerkdienst nodigde Miller de aanwezigen uit om maandagavond te komen bidden. Die avond kwamen er drie bidders, samen met Miller en zijn vrouw. ‘Eerst lazen we wat de Bijbel zegt over gebed. Toen knielden we neer voor de Heere. Er was totale stilte. Ik begon te bidden, te zingen, maar de anderen zwegen. Na vier uur vroeg ik hen of de Heere hun bepaalde dingen had duidelijk gemaakt. Hadden ze misschien de behoefte gevoeld om ook hardop te bidden. Dat bleek niet zo te zijn.’
‘Wat moesten we doen? De Heere gaf ons de overtuiging op Hem te blijven wachten en de volgende avond weer samen te gaan bidden. Evenals de vorige avond bad alleen Miller. Aan het eind van de avond vertelde één van de aanwezigen dat ze, net als de vorige avond, een aandrang voelde om op de tafel te slaan, die voor in het kleine kerkje stond, maar dat niet durfde.
De derde avond verliep net als de beide vorige avonden. De vierde avond kwamen we opnieuw bij elkaar. Om 23.00 uur vroeg ik iedereen op te staan van het knielen en op hun stoel te gaan zitten. Aan die jonge vrouw vroeg ik op ze nog steeds op die tafel wilde slaan. Dat bleek zo te zijn, maar ze durfde het niet. Ik vroeg iedereen om te gaan zingen en rond de tafel te lopen en de tafel aan te raken. Plotseling begon die ene vrouw te zingen en God de eer te geven. We ervaarden de komst van de Heilige Geest. Die vrouw riep het uit: ‘Heere, ik ook, ga mij niet voorbij. Vul ook mij met Uw Geest. En Hij kwam tot ons, in al Zijn volheid.’
Stromen van hemelse zegen
‘We beseften het nog niet, maar deze dag werd het begin van de grote opwekking in Argentinië in het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw. Velen hadden ervoor gebeden. God ontfermde Zich over dit land. Hij had de gebeden gehoord, de tranen gezien. De vijand was overwonnen, in Zijn kracht. Hij kwam, zoals Hij had beloofd. Het was alsof vanaf dat moment stromen van hemelse zegen over Argentinië stroomden. Het was bijzonder dat de opwekking begon in de stad Mendoza. Dat was de stad waar precies honderd jaar eerder, zendeling Allen Gardiner en een paar andere zendelingen, hun levens hadden gegeven voor het Evangelie. Het zaad dat was geplant, kwam nu tot wasdom.’
Tot zover Argentinië, waar de gebeden van enkele bidders bepalend waren voor de komst van de opwekking. Dat zie je in vrijwel elke opwekking.
Wie van ons mag, kan de Heere roepen om een bidder te zijn voor een opwekking, een herleving in ons land? Het vraagt toewijding, het vraagt overgave, het vraagt gehoorzaamheid…
Tegelijk is het een voorrecht om door de Heere Jezus ingeschakeld te worden, in het diepe verlangen in Zijn tegenwoordigheid te zijn en Zijn Geest aan het werk te zien in ons eigen leven en in de levens van vele anderen.
Dirk van Genderen