‘Heere, red mijn kind, bekeer mijn kleinkind’

Het is een groot verdriet voor veel ouders en grootouders wanneer hun kind, hun kleinkind niets meer van het geloof wil weten. Ik ontmoet ze regelmatig, ouders die mij aanspreken, grootouders, soms met tranen in de ogen. Een ouder echtpaar vertelde mij: ‘Onze dochter en schoonzoon hebben ons verboden met onze kleinkinderen over de Heere Jezus te spreken.’

Wat een verdriet, wat een pijn. Te moeten zwijgen over de Kostbaarste Persoon die je door genade mag kennen. ‘Maar ze kunnen ons niet verbieden voor hen te bidden, en dat doen we elke dag en dat blijven we doen zolang we kunnen,’ vertelden ze door hun tranen heen. ‘De Heere is machtig om hen te bekeren, tot geloof te doen komen. Dat is ons diepste verlangen…’

Gelukkig zijn ze er nog, kerken en gemeenten met veel jeugd, veel kinderen. Laten we er zeer dankbaar voor zijn. Maar er zijn ook kerken en gemeenten waar je vrijwel geen jeugd meer ziet.
Soms werkt het als een soort vicieuze cirkel. Als de jeugd en gezinnen met jonge kinderen vertrekken, blijven er steeds minder jongeren en kinderen over. En als er dan maar een paar meer zijn, wordt de verleiding groot om ook maar te gaan, hopelijk nog wel naar een andere gemeente, maar dan met meer jeugd.

In grotere kerken is er vaak een goed georganiseerd jeugdwerk, met wekelijkse catechisaties en jeugdverenigingen. Dit helpt zeker om jongeren vast te houden, hoewel er helaas ook daar jongeren afhaken. Soms omdat ze geen aansluiting vinden bij de anderen, soms omdat ze heel bewust het geloof vaarwel zeggen.
Het doet pijn als er jongeren afhaken. Als gemeente zijn we toch één geheel, één lichaam, als het goed is. Eén in de Naam van de Heere Jezus. Het zou ons wel wat meer mogen raken als iemand ons verlaat.

Als diegene gelooft, de Heere Jezus mag kennen en liefhebben en zich meer thuis voelt in een andere gemeente, dan hoeven we daar niet om te treuren, hoewel het altijd jammer is als iemand vertrekt. Veel meer zou het ons moeten raken als iemand vertrekt omdat het geloof hem of haar weinig of niets meer zegt. We laten het vaak gebeuren… Maar raakt het ons nog? Liggen we op de knieën voor degenen die afstand hebben genomen van het geloof? Bidden we de Heere om zijn/haar bekering? Dat is toch het allerbelangrijkste, dat ook zij de Heere Jezus leren kennen.

In nogal wat (vrije) evangelische gemeenten, baptistengemeenten, christengemeenten om er enkele te noemen, wordt er over het algemeen minder voor en met jongeren en kinderen gedaan. Tijdens de zondagse samenkomst is er vaak wel een kinderdienst, maar een vorm van wekelijkse catechisaties of verenigingen is vaak minder gebruikelijk, hoewel er gelukkig ook goede uitzonderingen zijn.

Hoe een gemeente het ook invult, speciale aandacht voor de jeugd is noodzakelijk. Omdat veel jongeren van huis uit niet zoveel meekrijgen van het geloof, van de Bijbel, wordt dit steeds belangrijker. Hoewel de eerste verantwoordelijkheid thuis ligt, in het gezin. Zeker in een tijd dat er zoveel op hen afkomt, vooral via de media.
Als kerken en gemeenten mogen we onze kinderen en jongeren bij de hand nemen en bij de Heere Jezus brengen. Hen toerusten voor hun taak in de maatschappij, dat ze vast zullen staan, gegrond, verankerd zullen zijn op de Rots, het Fundament, Christus.

Het is zo belangrijk dat onze jongeren heldere, duidelijke voorbeelden van gelovigen om zich heen zien. Hopelijk hun ouders, opa’s en oma’s, als ze die hebben, vrienden in de kerk, gemeenteleden, voorgangers.
Als u kinderen hebt, kleinkinderen: komen ze dan uit bij de Heere Jezus als ze u volgen? En als u geen kinderen, geen kleinkinderen hebt, wat een groot verdriet kan zijn: bid dan alstublieft voor kinderen, jongeren in uw familie, in uw kerk, uw gemeente, dat ze Heere Jezus mogen (leren) kennen en navolgen.
Kunnen wij het Paulus nazeggen, richting onze kinderen, kleinkinderen, jongeren in de gemeente: ‘Wees navolgers van mij, zoals ik navolger van Christus ben’ (1Korinthe 11:1). Komen ze bij Christus uit als ze u navolgen?

En toch gaat het soms heel anders dan wij hadden verwacht, gehoopt, gebeden. Je ziet het wel in één gezin. De ene gaat trouw naar de samenkomsten, volgt de Heere Jezus, heeft Hem lief, terwijl de ander het geloof vaarwel zegt. Waarom?
Ik weet hier geen gemakkelijke antwoorden op. Soms zijn de oorzaken zichtbaar, vaak ook niet. Voor ouders, broers en zussen kan dit erg moeilijk zijn. Je zou die ander geloof wel in handen willen geven, maar dat is onmogelijk.
En laten we niet uit het oog verliezen dat jongeren er snel doorheen prikken als er in een gemeente een verwaterd Evangelie wordt gebracht. Laten we als gemeente trouw zijn en blijven aan Gods Woord en de volle waarheid en rijkdom van het Evangelie verkondigen.

Geef de hoop niet op, blijf geloven dat de Heere machtig is om verloren zonen en dochters terug bij de Vader te brengen. Blijf bidden. Blijf het geloof voorleven, houdt de relatie met uw kinderen en kleinkinderen goed. Gebed kan de hemel in beweging zetten.
Denk eens aan de gelijkenis die de Heere Jezus in Lukas 15 vertelt, over de vader en zijn twee zonen. De vader in die gelijkenis is een treffend beeld van de Vader in de hemel. Hij is met ontferming bewogen, zendt Zijn Geest om Zijn jongste zoon, die Hem vaarwel heeft gezegd en de wereld is ingetrokken, tot inkeer te brengen. Hij staat voortdurend op de uitkijk tot het moment dat die ene zoon terugkomt. En Hij is buitengewoon verheugd als Zijn zoon Hem in de armen valt. ‘Mijn zoon was dood en is weer levend geworden. Hij was verloren en is gevonden’ (vers 24).

Wat wij niet kunnen, kan de Heere wel. Door Zijn Geest en door Zijn Woord. Laten we alles van Hem verwachten en blijven uitzien naar het moment dat verloren zonen en dochters terugkomen bij de Heere Jezus. Dan is er feest in de hemel en feest op aarde.

Dirk van Genderen