Zwijg niet langer, sta op, spreek!

Het lijden van onze vervolgde broeders en zusters bleef mij, na wat ik er vorige week over schreef, de afgelopen dagen bezighouden. Want terwijl wij genieten van onze vrijheid en misschien wel van onze barbecue of vakantie, lijden onze broeders of zusters in de Heere elders onder vervolging en marteling. Nu, op dit moment, terwijl u dit leest. Zij wachten op u, op mij, op ons meeleven, onze steun, onze stem, ons gebed.

In onze Westerse samenleving hebben wij het lijden weggestopt. Het leven moet fijn zijn en ook onze kerkdiensten moeten fijn zijn. Vinden velen. Geniet van het leven, geniet van het geloof, geniet van God, geniet van Jezus en geniet van de Heilige Geest.
En zeker, we mogen van het leven genieten en van het kennen van de Heere Jezus. Dat zegt de Bijbel ook. ‘Geniet van het leven met de vrouw die u liefhebt,’ adviseert Prediker 9:9.

Toen ik hier verder over doordacht, besefte ik dat het leven van de Heere Jezus op aarde voor een aanzienlijk deel een leven van lijden was. Vervolging, minachting, afwijzing. ‘De vossen hebben holen, de vogels in de lucht nesten, maar de Zoon des mensen heeft niets waarop Hij het hoofd kan neerleggen,’ (Mattheus 8:20).

Beseffen we dat de meeste Bijbelschrijvers ook te maken hadden met lijden, werden vervolgd. Tal van brieven in het Nieuwe Testament zijn geschreven in de gevangenis. Het lijden hoort bij het geloof, bij het volgen van de Heere Jezus.

Het lijden van onze vervolgde broeders en zusters in landen als Noord-Korea, India, Nigeria en China staat vaak zo ver bij ons vandaan. We lezen er wel eens over in bladen van stichtingen die zich voor hen inzetten, we bidden af en toe voor hen, maar daar blijft het vaak bij, ook bij mij als ik eerlijk ben.
Is het de afstand misschien? Als er in ons land christenen zouden worden opgepakt en gemarteld, dan zouden we wel in actie komen. Toch?

Moeten wij de Heere dan vragen om lijden? Dat niet. Maar hun lijden mag wel eens wat vaker en wat meer ons lijden zijn. ‘Als één lid lijdt, lijden alle leden mee,’ (1 Korinthe 12:26).
Hoe kan hun lijden ons lijden worden? Door er in de prediking vaker aandacht aan te besteden. Door voor hen te bidden. Door hen te steunen. Door in de media en in de politiek, nationaal en internationaal, aandacht te vragen voor hun situatie.

Weet u dat zij het merken als er voor hen wordt gebeden? Dat zeggen ze zelf. En zij bidden voor ons, dat wij trouw zullen blijven in het geloof en vast zullen houden aan het Woord van God.

Toen Petrus in de gevangenis zat, ging de gemeente in gebed. U denkt misschien: uit onze gemeente zit er niemand vanwege het geloof in de gevangenis of in een strafkamp.
Maar de Kerk, de Gemeente, is toch groter dan onze kerk, onze gemeente? De Heere Jezus vergadert Zijn gemeente wereldwijd. Die Noord-Koreaanse gelovige die op dit moment wordt gemarteld in het strafkamp, is uw geestelijke broer. Dat Nigeriaanse gelovige meisje, dat door islamitische terroristen is ontvoerd en door hen wordt misbruikt, is uw zusje in het geloof.

Als je dat beseft, doet het toch pijn? Dan ervaar je toch lijden? Dan ga je toch voor hen op de knieën?
‘Als je zo gaat leven, krijg je toch een somber leven,’ reageert u misschien. Somber is niet het juiste woord, meen ik. Dan word je juist een realist. Dan besef je des te meer dat er een geestelijke strijd woedt op deze aarde.

Paulus schrijft in 2 Korinthe 4:10 dat hij altijd van het sterven van de Heere Jezus in zijn lichaam meedraagt, opdat ook het leven van Jezus in zijn lichaam openbaar wordt.
Dit werd voluit zichtbaar in zijn leven. Hij had recht van spreken. Hij werd vervolgd, bracht jarenlang door in de gevangenis, had een doorn in zijn vlees, een engel van de satan, die hem met vuisten sloeg.

Sommige gelovigen spreken wel eens over een ‘gekruisigd leven’. Als onze oude mens, ons ‘ik’, gedood is aan het kruis en we mogen leven met en in Christus, als een totaal nieuwe schepping. Dan wordt het leven van Jezus in ons openbaar, omdat we Zijn sterven in ons lichaam meedragen. Eénmaal is dat werkelijkheid geworden, tegelijk is het een proces dat voortduurt tot de laatste dag van ons leven of tot op het moment dat de Heere Jezus komt.

Dit leven wordt ook voluit zichtbaar in de levens van veel gelovigen die Anno 2019 worden vervolgd. Door deelgenoot te zijn van hun lijden – op afstand, dat wel – mag dat ook zichtbaar worden in ons leven.

In het vrije Westen hebben we als kerken, gemeenten en christelijke organisaties de luxe elkaar te bevechten over thema’s als de opname, het duizendjarig rijk en de doop. Toen in Nigeria de vervolging uitbrak, stopte de onderlinge strijd tussen de verschillende kerkgenootschappen. Wij hebben nog steeds de vrijheid om elkaar te bestrijden. Het is toch een aanfluiting voor de wereld. Dat brengt hen echt niet tot bekering.

Denk eens aan het gebed van de Heere Jezus, kort voor Zijn lijden en sterven, tot Zijn Vader: ‘…opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt,’ (Johannes 17:21).

Kniel neer en sta op voor onze vervolgde broeders en zusters. Zwijg niet langer, maar spreek. En vergeet niet hen in uw gebeden in de hemelse troonzaal te brengen, bij de Heere.

Dirk van Genderen