Voor God in de bres staan voor het land

Toen ik nadacht over de crisis rond het coronavirus werd ik geraakt door de woorden uit Ezechiël 22:30: ‘Ik zocht naar iemand onder hen die een muur kon optrekken en voor Mijn aangezicht in de bres kon staan voor het land, zodat Ik het niet te gronde hoefde te richten, maar Ik vond niemand.’
Ongeveer dezelfde woorden lezen we in Ezechiël 13:5: ‘U bent niet in de bressen geklommen, en voor het huis van Israel wierp u geen muur op om op de dag van de HEERE staande te blijven in de strijd.’


Ik vroeg mij af: hoeveel van zulke voorbidders zijn er in ons land? Bidders, strijders, die een muur kunnen optrekken voor Gods aangezicht, die in de bres staan voor ons land… Ik weet het niet hoeveel het er zijn, maar de Heere wel… Hij ziet hen die voor Hem op de knieën liggen.
In de uitbraak van dit virus hoor ik de roepstem van de Heere: ‘Bekeer u tot Mij, keer u af van uw zonden.’

De profeet Ezechiël moest Gods oordelen aankondigen over de zonden van het volk Israel. Hij zocht naar een voorbidder, iemand die een muur kon optrekken, iemand die voor Zijn aangezicht in de bres kon staan voor het land, om Gods oordelen af te wenden. God zocht, maar vond niemand, waarna de oordelen in alle hevigheid over het volk kwamen.

En zeker, Ezechiël spreekt hier tegen het volk Israel, dat God de rug heeft toegekeerd. Maar deze woorden raken ook ons. Ik ben er diep van overtuigd dat God, net als toen, ook nu zoekt naar voorbidders. Voorbidders voor Israel, voorbidders voor Nederland of in welk land u ook woont. En naar voorbidders voor uw woonplaats, uw gemeente, uw familie, uw gezin.

Ook Mozes was een voorbidder voor zijn volk. In Psalm 106:23 lezen we over hem en over het volk Israel: ‘Als Mozes, Zijn uitverkorene, niet voor Zijn aangezicht in de bres had gestaan om Zijn grimmigheid af te wenden, dan zou Hij hen te gronde gericht hebben.’

Als we ook maar en flauw besef zouden hebben van het belang van voorbede, zouden we daar meer tijd in investeren. Voorbede is, zoals Ezechiël 22:30 zegt, het optrekken van een muur, een bescherming, een geestelijke bescherming. Het is in de bres staan voor Gods aangezicht. ‘Heere, wees ons genadig, ontfermt U Zich over ons, zie in gunst op ons neer, bescherm ons, spaar ons, vergeef ons onze zonden.’

Kent u dit? Wie bereid is deze weg met de Heere te gaan, kan soms ervaren dat er gebeden moet worden, intens gebeden, zonder dat je precies weet waarom, voor een persoon, voor een groep mensen, voor een gemeente, een regering, een land, een volk. Als voorbidder voor Gods aangezicht.
Terwijl je staat in de bressen die al geslagen zijn, om de oordelen, de dreigingen af te wenden, in Gods kracht, en in het besef dat alleen Hij dat kan en dat ook doet.

God zoekt voorbidders die voor ons land een muur willen optrekken en voor Gods aangezicht in de bres willen gaan staan, zeker nu, nu de zorgen over de dreiging van het coronavirus toeneemt. We geloven toch nog wel dat Hij gebeden hoort en verhoort? Hij is naar u op zoek. Dat zal tot zegen zijn voor ons land en voor ons volk.

Ook in het Nieuwe Testament lezen we over voorbidders. Over Epafras zegt Kolossenzen 4:12 dat hij altijd in de gebeden strijdt voor de gemeente in Kolosse, ‘opdat u, volmaakt en volkomen, vaststaat in heel de wil van God.’
Laten we bidden alsof het van ons afhangt, in het besef dat dit niet zo is, omdat ook de Heere Jezus voor ons bidt, eveneens de Heilige Geest, Die met onuitsprekelijke verzuchtingen voor ons bidt en pleit.

De Heere zoekt naar voorbidders. Dat zegt Gods Woord. Dat gold toen en ik ben ervan overtuigd dat Hij ook vandaag zoekt naar mensen, die met hun gebeden de loop van de geschiedenis kunnen beïnvloeden. Kan Hij u roepen, jou, om door Hem te worden ingeschakeld? ‘Heere, genees ons land, red ons, schenk een herleving.’

Dirk van Genderen