Kunnen de gebeden van Gods kinderen de loop van de geschiedenis beïnvloeden?

In de reacties onder het commentaar van vorige week werd de vraag opgeworpen of de gebeden van Gods kinderen de loop van de geschiedenis kunnen beïnvloeden. Sommigen reageerden bevestigend op deze vraag, anderen ontkennend. Deze vraag is belangrijk genoeg om er deze week verder op in te gaan. Mijn antwoord is niet: ‘ja of nee’, maar: ‘ja en nee’.


Iemand reageerde als volgt: ‘Je zegt overtuigd te zijn dat God mensen zoekt om met hun gebeden de loop van de geschiedenis te kunnen beïnvloeden. Heel eerlijk schrik ik wel van een dergelijke aanname. Belangrijker is echter een Bijbelse onderbouwing hiervan – dat wij, de huidige gelovigen van het Lichaam, in staat zouden zijn via gebed de loop van de geschiedenis te veranderen – deze ontbreekt in je betoog.’

Het volgende had ik geschreven: ‘De Heere zoekt naar voorbidders. Dat zegt Gods Woord. Dat gold toen en ik ben ervan overtuigd dat Hij ook vandaag zoekt naar mensen, die met hun gebeden de loop van de geschiedenis kunnen beïnvloeden. Kan Hij u roepen, jou, om door Hem te worden ingeschakeld? ‘Heere, genees ons land, red ons, schenk een herleving.’

Hoe langer ik erover nadenk en biddend mee bezig ben, des te meer ben ik overtuigd van de waarheid van deze woorden. Allereerst wil ik vanuit de Bijbel enkele gedeelten met u delen waar we zien dat de gebeden van Gods kinderen, hun vertrouwen op Hem, hun geloof in Hem, invloed hebben gehad op de loop van de geschiedenis.

De strijd tussen Israel en Amelek
In Exodus 17 kijken we naar de aanval van Amelek op Israel, in Ravidim. Jozua gaat voorop in de strijd, Mozes klimt naar de top van de heuvel vlakbij, met de staf van God in zijn hand, om te bidden.
Als Mozes die staf omhoog houdt, is Israel sterker dan de Amelekieten, maar als zijn hand moe wordt en de staf zakt, is het andersom. Gelukkig zijn Aäron en Hur bij hem om zijn handen te ondersteunen, zodat Israel de overwinning behaalt.

Mozes doet voorbede voor het volk na de zonde met het gouden kalf
Ik denk aan Mozes. Terwijl Mozes bij de Heere op de berg Sinaï is, buigt het volk zich neer voor het gouden kalf, om het te aanbidden. De Heere wordt dan zeer toornig op het volk, en wil het vernietigen. Dat zou het einde van het volk Israel hebben betekend.
Wat gebeurt er dan? Mozes tracht dan het aangezicht van de Heere gunstig te stemmen. ‘Laat Uw brandende toorn varen en heb berouw over het kwaad voor Uw volk’ (Exodus 32:12).

Vers 14 zegt dan: ‘Toen kreeg de HEERE berouw over het kwaad dat Hij gesproken had Zijn volk te zullen aandoen.’ Het is dan niet opeens in orde, de straf van de Heere is zwaar, er vallen op die dag 3000 man van het volk (Exodus 32:28), waarna Mozes opnieuw de berg Sinaï opgaat om verzoening te bewerken voor het volk voor het aangezicht van de Heere.

Mozes staat in de bres voor het volk
Psalm 106 zegt over dit gebeuren, waarbij het voortbestaan van het volk Israel op het spel stond: ‘Hij zei dat Hij hen zou wegvagen. Als Mozes, Zijn uitverkorene, niet voor Zijn aangezicht in de bres had gestaan, om Zijn grimmigheid af te wenden, dan zou Hij hen te gronde gericht hebben.’

De psalmist zegt hier heel duidelijk dat door de inzet van Mozes de loop van de geschiedenis is veranderd. God stond op het punt het volk Israel te vernietigen, maar spaarde het volk omwille van de schuldbelijdenis, de verootmoediging, de smekingen, de gebeden van Mozes.

Hier moet wel iets aan worden toegevoegd. In Gods plan met Zijn volk en met de wereld was dit allemaal al opgenomen. Openbaring 13:8 zegt immers: ‘…het Lam, Dat geslacht is van de grondlegging van de wereld af’. Van de grondlegging van de wereld was al zeker dat de Heere Jezus zou komen en Zijn leven zou geven, Zijn bloed zou storten, om verzoening, verlossing en eeuwig leven tot stand te brengen. Dat kon alleen maar als het volk Israel zou bestaan. En zeker, tegelijk is het waar dat God al wist dat Mozes op de bres zou gaan staan voor Zijn volk, waarna Hij het spaarde van de ondergang.

De volkstelling door David
Kan de Heere een plaag doen ophouden, zoals nu bij het coronavirus? Na de volkstelling door David, in 1 Kronieken 21, wordt het volk getroffen door een oordeel van God. De volkstelling is ‘slecht in de ogen van God, daarom treft Hij Israel’ (vers 7).
David belijdt Zijn zonde en smeekt de Heere de ongerechtigheid van Zijn dienaar weg te nemen, omdat hij dwaas heeft gehandeld.

De ziener Gad komt vervolgens naar David toe en legt hem drie mogelijke straffen van God voor. Dan zegt David in vers 13: ‘Het benauwt mij zeer. Laat mij toch in de hand van de HEERE vallen, want Zijn barmhartigheid is zeer groot’, waarop er een uitbraak van de pest plaatsvindt in Israel. Er sterven zeventigduizend man van het volk (vers 14).

Vervolgens stuurt God een engel naar Jeruzalem om daar verderf aan te richten. Maar als de HEERE dat verderf ziet, krijgt Hij berouw over dit kwaad en geeft de engel de opdracht zijn hand terug te trekken.
Op dat moment staat de engel bij de dorsvloer van Ornan, de Jebusiet. David ziet de engel van de Heere staan tussen de aarde en de hemel, met een uitgetrokken zwaard in de hand, uitgestrekt over Jeruzalem.
David werpt zich, samen met de oudsten, gehuld in rouwgewaden, met hun gezichten ter aarde. Opnieuw belijdt hij zijn zonde van de volkstelling en smeekt de Heere om genade voor het volk.

David koopt vervolgens de dorsvloer van Ornan en richt er een altaar op, waarna hij brandoffers en dankoffers brengt. Daarop zegt de Heere dat de engel het zwaard weer in zijn schede moet steken en wordt de plaag afgewend.

Wat een geschiedenis! Ik zie dit als een aansporing om ook nu tot de Heere te gaan, onze zonden en de zonden van ons land en ons volk te belijden en Hem te smeken ons genadig te zijn en de plaag van het coronavirus af te wenden.

2 Kronieken 7:13 en 14
Lees ook wat 2 Kronieken 7:13 en 14 zegt. En zeker, dit wordt allereerst tegen Israel gezegd, maar ik ben er vast van overtuigd dat hierin ook een boodschap voor Gods kinderen elders ligt, dus ook voor ons.

13. Wanneer ik de hemel sluit, zodat er geen regen valt, of wanneer Ik de sprinkhaan gebied om het land te verslinden, of wanneer Ik pest onder Mijn volk zend,
14. en Mijn volk, waarover Mijn Naam is uitgeroepen, in ootmoed buigt en bidt en zij Mijn aangezicht zoeken, en zij zich bekeren van hun slechte wegen, dan zal Ik vanuit de hemel horen, hun zonden vergeven en hun land genezen.


Laten ook wij, in deze crisissituatie, de weg gaan die de Heere ons hier wijst: in ootmoed buigen en bidden, Gods aangezicht zoeken en ons bekeren van onze slechte wegen. Dan zal Hij horen, onze zonden vergeven en ons land genezen.

Een visioen van een Macedonisch man
Nog een ander voorbeeld vanuit de Bijbel, nu uit het Nieuwe Testament. Ik denk aan Handelingen 19:9, waar we lezen dat Paulus in de nacht een visioen krijgt van een Macedonische man, die hem dringend vraagt: ‘Kom over naar Macedonië en help ons.’
Heeft deze Macedonische man echt bestaan en heeft hij dit gebed gebeden? Wij weten het niet. God gebruikt dit beeld wel om Paulus te roepen met het Evangelie naar Europa te gaan. Het beeld van die biddende man heeft de loop van de geschiedenis van Europa blijvend beïnvloed.
En heel de voortgang van het Evangelie door deze wereld wordt gedragen door de gebeden en is tegelijk Gods werk.

Daniël 9
Opmerkelijk zijn ook de woorden van Daniël in hoofdstuk 9:13. In het aangrijpende gebed van Daniël, waarin hij zich voor de Heere verootmoedigt en schuld belijdt voor zijn zonden en de zonden van het volk, staat in dat vers: ‘Wij hebben het aangezicht van de HEERE onze God, niet getracht gunstig te stemmen door ons af te keren van onze ongerechtigheden en verstandig met de waarheid om te gaan. Daarom heeft de HEERE over het onheil gewaakt en heeft Hij het over ons gebracht.’

In dit vers zit duidelijk de boodschap dat als het volk dit wel had gedaan, in gebed en door bekering, dat dit grote onheil van de ballingschap dan niet over het volk gekomen.

God verhoort gebeden om opwekking
Wat betreft de afgelopen eeuwen denk ik aan de opwekkingen die verspreid over de wereld hebben plaatsgevonden. Vrijwel altijd gaan opwekkingen vooraf door gebeden van Gods kinderen, die zich verootmoedigen, hun zonden belijden en de Heere om een herleving smeken. Als de Heere dan in Zijn goedheid een herleving zendt, verandert dat in die regio de loop van de geschiedenis. De zegen van de opwekking blijft vaak jaren of langer zichtbaar.

Een biddende Bijbelschool
De Engelse zendeling Rees Howells heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog een bijbelschool in Zuidwest-Engeland. In zijn beleving en in de beleving van de bidders op die Bijbelschool hopen en bidden ze dat de Heere de gebeden die tot Hem worden opgezonden, zal gebruiken om Engeland te vrijwaren van Duitse bezetting. Op het moment dat de Engelsen geen nieuwe aanvalsgolf van de Duitse oorlogsvliegtuigen meer kunnen afslaan, worden vanuit de Bijbelschool – en zeker ook elders in het land – de gebeden opgezonden tot de Heere. De legerleiding ziet op dat moment dat de Duitse luchtmacht opeens omkeert en terugvliegt naar Duitsland. Wanneer de bidders dit horen, gaan ze opnieuw in gebed, maar nu om de Heere te danken voor Zijn bescherming.

Ook in ons persoonlijke leven kunnen we meemaken dat het gebed de loop van ons leven verandert. Er zullen zeker lezers zijn die dit kunnen bevestigen uit hun eigen leven. Dat de Heere als antwoord op gebeden een nieuwe weg wees, misschien wel in Zijn dienst, uitkomst gaf, redde uit de nood, genezing schonk of genade en Zijn kracht om een zware weg te gaan.

Bid juist nu voor de overheid
Altijd, maar zeker ook nu, is het belangrijk om te bidden om wijsheid en kracht voor de overheid, dat de juiste beslissingen worden genomen. De eerste vier verzen van 2 Timotheus 2 wijzen ons de weg. En deze verzen laten zien dat de gebeden van Gods kinderen tot zegen voor een heel land zijn en dus invloed hebben op de loop van de geschiedenis.

1. Ik roep er dan voor alles toe op dat smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen worden gedaan voor alle mensen,
2. voor koningen en allen die hooggeplaatst zijn, opdat wij een rustig en stil leven zullen leiden, in alle godsvrucht en waardigheid.
3. Want dat is goed en welgevallig in de ogen van God, onze Zaligmaker,
4. Die wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis van de waarheid komen.   


Ten slotte nog een keer de vraag: ‘Kunnen de gebeden van Gods kinderen de loop van de geschiedenis beïnvloeden?’ JA! Met hoofdletters en een uitroepteken. De Bijbel laat dat op tal van plaatsen zien. Er zijn nog zoveel meer voorbeelden dat al genoemd zijn. Denk aan Hannah, de moeder van Samuel. Ze bad om een kind, God gaf haar Samuel en wat is hij belangrijk geweest voor de geschiedenis van Israel.
Ik denk ook nog aan alle gebeden die in Israel in de loop van de eeuwen zijn opgezonden om de komst van de Messias. En Hij is gekomen, heeft Zijn leven gegeven, Zijn bloed gestort, om ons, om Zijn volk te redden. Niemand is meer bepalend voor de loop van de geschiedenis dan Hij! En ook bad dat telkens opnieuw tot Zijn Vader, zouden wij het dan niet doen?

Zou alles wat al genoemd is en nog veel meer niet gebeurd zijn als Gods kinderen er niet om gebeden hadden? Die vraag kun je niet eens stellen. Zolang Gods kinderen op deze aarde zijn, zullen ze tot Hem bidden. En uiteindelijk is het de Heere Zelf Die de Geest van de genade en de gebeden in ons hart uitstort. Hij leert ons bidden. Hij spoort ons aan tot het gebed. En in de weg van het gebed wil Hij Zijn genade en Zijn gaven schenken.
Laten wij dan vrijmoedig naderen tot de troon van de genade, tot de Heere Zelf, en veel van Hem verwachten.

Dirk van Genderen