Vervolging wijst op wederkomst Heere Jezus

Op tal van plaatsen in de Bijbel wordt gesproken over de wederkomst van de Heere Jezus. Zoals Hij ooit naar de hemel ging, zo zal Hij eenmaal terugkeren naar deze aarde. Tal van tekenen worden in de Bijbel genoemd die aankondigen dat Zijn komst aanstaande is, zoals de verkondiging van het Evangelie tot aan de einden van de aarde, de terugkeer van het Joodse volk naar hun eigen land, natuurrampen, een toename van zonde en ongerechtigheid, oorlogen en de haat tegen het Joodse volk en tegen de christenen.

De vervolging van christenen is één van de tekenen die ons erop wijzen dat de wederkomst dichterbij komt. In Mattheus 24:9-13 lezen we:
‘Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en u doden, en u zult door alle volken gehaat worden omwille van Mijn Naam.
En dan zullen er velen struikelen en zij zullen elkaar overleveren en elkaar haten.
En er zullen veel valse profeten opstaan en die zullen er velen misleiden.
En doordat de wetteloosheid zal toenemen, zal de liefde van velen verkillen.
Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.’

In tal van landen is sprake van hevige, zware vervolging van christenen. De satan spant zich in tot het uiterste om Gods volk op aarde te dwarsbomen en zo mogelijk te vernietigen. Hij is het ook die achter al die religies en ideologieën zit die zich tegen de christenen keren. Hij is verantwoordelijk voor alle aanvallen op het christelijk geloof.

De satan kan God zelf niet aanraken, maar wel Zijn kinderen op aarde. En waar hij kan, doet hij dit. Maar het zal hem nooit lukken Gods Gemeente op aarde uit te roeien. Zijn aanvallen kunnen pijn doen, maar hij bereikt het tegenovergestelde van wat zijn bedoeling is. Juist in landen waar gelovigen worden vervolgd, groeit de Gemeente en is veelal sprake van krachtige geestelijke groei.

Wanneer we zien dat wereldwijd christenen het slachtoffer zijn van vervolgingen, herinnert ons dit er telkens aan dat de wederkomst van de Heere Jezus dichterbij komt. Het verband tussen de vervolging van gelovigen en het oordeel over de vervolgers bij de wederkomst van de Heere Jezus komen we ook tegen in Openbaring 6:9 tot 11:
‘En toen het Lam het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren omwille van het Woord van God, en omwille van het getuigenis dat zij hadden.
En zij riepen met luide stem: Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen?
En aan ieder van hen werd een lang wit gewaad gegeven. En tegen hen werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het aantal van hun mededienstknechten en hun broeders, die evenals zij gedood zouden worden, volledig zou zijn geworden.’

Hier wordt ons een unieke blik gegund in de hemel. Onder het altaar zijn daar de zielen van degenen die geslacht, gedood zijn omwille van het Woord van God, en van hun geloof in de Heere Jezus Christus.
Dit vijfde zegel handelt over de vervolging van gelovigen. Openbaring 6 heeft duidelijke parallellen met Mattheus 24. Nadat allerlei rampen zijn genoemd, die de aarde en haar inwoners zullen treffen, volgen daar enkele verzen over de vervolging van gelovigen.

Na de opening van het vijfde zegel ziet Johannes een altaar in de hemel, zoals hij ook elders in het boek Openbaring ziet. De Joden beschouwden de aardse tempel als een afbeelding van de hemelse tempel. Het hemelse altaar, met de erbij behorende offers (Openbaring 8) lijkt op het aardse reukofferaltaar (Exodus 30; Hebreeën 9:4), waarop de gebeden van de heiligen naar God werden opgezonden.

Het is opmerkelijk dat de zielen van de gedode gelovigen zich onder het altaar bevinden. Op aarde lagen ze als het ware op het altaar. Het altaar in de hemel zou je als een beeld van Gods troon kunnen zien. De martelaren vinden nu rust en bescherming onder Gods troon, in Zijn onmiddellijke nabijheid. Het is een ereplaats.
Deze zielen, zoals ze genoemd worden, zijn volledig bij bewustzijn. Ze stellen vragen, ze bidden en ze delen in de geestelijke zegeningen in de hemel. Ze hebben immers het witte kleed ontvangen, wat wijst op heiligheid, reinheid, rechtvaardigheid en vergeving.

Ze zijn geslacht om hun geloof, wat hier wordt aangeduid als ‘het Woord van God’ en ‘het getuigenis’, wat wijst op het getuigenis van Jezus.
Deze martelaren onder het altaar roepen het uit met luide stem:
‘Tot hoelang, heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt U ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen’ (Openbaring 6:10)?Dit zijn woorden die ons doen denken aan bewoordingen met betrekking tot het oordeel die we aantreffen in het Oude Testament. De Heere wordt hier aangesproken als Heerser of Meester. Dat wijst op Zijn grootheid, Zijn macht.

Maar ze spreken Hem ook aan als ‘heilige en waarachtige’, wat Zijn goedheid en betrouwbaarheid aangeeft. Hij is rechtvaardig in Zijn oordelen.
De gedode gelovigen roepen tot de Heere om gerechtigheid. Daarop wijst het woord oordelen. De martelaren zien uit naar het moment dat degenen die hen gedood hebben, het vonnis zullen ontvangen.

Toen ze nog op de aarde waren, moesten ze hun vervolgers liefhebben, vergeven, hun de andere wang toekeren. Nu vragen ze om het oordeel, de vergelding voor hun bloed dat op de aarde vergoten is. Tegelijk weten ze dat zij het oordeel niet uit mogen en kunnen voeren, maar dat God dat op Zijn tijd zal doen.
Toch moeten ze nog enige tijd wachten. Vandaar ook dat ze vragen hoelang het nog duurt voordat Gods gerechtigheid op aarde geopenbaard zal worden.

De martelaren onder het altaar krijgen een antwoord van de Heere. Ze ontvangen allemaal een lang wit kleed. De wereld had hen veroordeeld. Ze leden verdrukking, ze werden vervolgd. ‘De wereld was hen niet waard’ (Hebreeën 11:38).
Maar God heeft hen vrijgesproken. Met dat witte kleed aan zijn ze in afwachting van het volmaakte opstandingslichaam dat ze zullen ontvangen wanneer de bazuin zal klinken bij de wederkomst van de Heere Jezus.

Verder krijgen de zielen onder het altaar te horen dat ze nog een korte tijd moeten wachten, moeten uitzien naar het komende heil.
De vervolging op de aarde zal nog een korte tijd doorgaan. Wat in onze beleving een lange tijd is, vele jaren lang, is in Gods ogen slechts een korte tijd. En met het oog op de eeuwigheid is het inderdaad een korte tijd.

Opmerkelijk in het 11e vers van Openbaring 6 is dat wordt gesproken over het vol worden van het aantal gelovigen dat gedood zal worden vanwege hun geloof in de Heere Jezus. Deze martelaren die nog gedood zullen worden, worden de mededienstknechten en de broeders genoemd van de zielen van die al onder het altaar zijn.
Het lijden op aarde is nog niet voorbij. Er zullen nog meer gelovigen gedood worden omwille van hun geloof in de Heere Jezus. We hoeven echter niet te vrezen, omdat Openbaring 4 laat zien dat er in de hemel een troon staat. Er zit iemand op de troon.
‘En zie, er stond een troon in de hemel, en op die troon zat Iemand.

En Hij Die daar zat, zag eruit als de stenen jaspis en sardius. En er was een regenboog rondom de troon, die eruit zag als smaragd’ (Openbaring 4:2b en 3).

Hij regeert. Het loopt Hem waarachtig nooit uit handen, niet in het grote wereldgebeuren, en ook niet in ons eigen leven. Dat mag ons bemoedigen, troosten, ook voor de toekomst.
Dat wil niet zeggen dat ons leven gevrijwaard blijft van pijn en lijden. Maar Hij is erbij, Hij gaat mee. Niet als de machteloze, maar als de Almachtige. Als wij niet meer weten wat we spreken moeten, belooft Hij in Lucas 21:14 en 15:
‘Neem u dan in uw hart voor niet van tevoren te bedenken hoe u zich moet verdedigen.
Want Ik zal u mond en wijsheid geven die al uw tegenstanders niet zullen kunnen weerspreken of weerstaan.’

Eenmaal komt er gegarandeerd zeker een einde aan het vervolgen en doden van gelovigen. Wanneer de Heere Jezus Christus, zal terugkeren naar deze aarde, op de wolken van de hemel. Dan zal elk oog Hem zien. Wat een uitzicht! Is dit ook uw uitzicht, uw verlangen?

Dirk van Genderen
(Deze tekst is een hoofdstuk uit het door mij geschreven, maar (nog) niet uitgegeven boek ‘Lessen van de Vervolgde Kerk’)