De toekomst van Israel

De eerste zondag van oktober is de zogenaamde Israelzondag. In veel kerkdiensten wordt deze zondag daarom ook extra aandacht aan Israel besteed, in de liederen, de gebeden en de preek. En wij zingen mee (wellicht zachtjes, omdat het niet hardop mag), spreken mee, luisteren mee en bidden mee voor Israel en het Joodse volk. Daarom deze week aandacht voor de toekomst van Israel. Niet uitgebreid en allesomvattend, daar is geen ruimte voor, maar een aantal gedachten en lijnen die ik u wil meegeven.

Zolang Israel al bestaat, staan stad, land en volk centraal in de wereldgeschiedenis. Omdat het volk Gods volk is, omdat hun hoofdstad Jeruzalem Gods stad is en omdat hun land Gods land is. En nee, de rol van Israel is niet uitgespeeld. Integendeel. ‘Heeft God Zijn volk verstoten?’ wordt gevraagd in Romeinen 11:1. Het overduidelijke antwoord klinkt: ‘Volstrekt niet!’ Israel is Zijn oogappel (Zacharia 2:8). Gods Woord schetst ons juist een wonderschoon beeld van de toekomst van het land en het volk Israel.

In Gods ogen is Israel het centrum van deze aarde. In Ezechiël 38:12 wordt gesproken over ‘het midden van het land’, waarmee op Israel wordt gedoeld, waar na de terugkeer uit de verstrooiing het volk zal wonen. De woorden ‘midden van het land’ worden soms ook wel vertaald als ‘navel van de aarde’.
En Ezechiël 5:5 zegt: ‘Zo zegt de Heere HEERE: Dit is Jeruzalem: Ik heb het gezet te midden van de heidenvolken met landen eromheen.’

Vele honderden jaren leek Israel van de aardbodem verdwenen te zijn, na de verwoesting van Jeruzalem en de tempel in het jaar 70. Telkens opnieuw waren er boosaardige aanvallen op het Joodse volk, zoals tijdens de Holocaust, de pogroms en de tijd van de Inquisitie. Het lijden van het Joodse volk was buitengewoon zwaar en het is werkelijk een wonder van God dat het Joodse volk leeft, Anno 2020.

Al de eeuwen door zijn er gelovigen geweest die vast bleven houden aan Gods beloften in de Bijbel die spreken over het herstel van Israel en de bekering van het Joodse volk. Wij zien het voor onze ogen gebeuren.
God brengt Zijn volk, dat verspreid is over de hele wereld, terug in hun eigen land. En zeker, ik ken het Bijbelwoord dat Hij het volk zal herstellen na hun bekering en hen vervolgens terug zal brengen in hun eigen land.

Jazeker, daarom meen ik dat wat we nu zien de voorbereiding, de voorvervulling is voor de definitieve vervulling van Gods beloften. Voordat Hij de rest van het volk Israel, de twee stammen en de tien stammen, terug kan brengen naar hun eigen land, moet het land hersteld zijn, klaargemaakt zijn om ook de rest op te kunnen vangen.

En hoewel nu nog slechts een deel van het Joodse volk in de Messias, Jesjoea, de Heere Jezus gelooft, zie ik ook dat als een voorvervulling van wat met het hele volk gaat gebeuren.
Wanneer? Als de Heere Jezus komt. Dan zullen ze Hem zien Die ze doorstoken hebben, zegt Zacharia 12:10 – ‘Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene.’

De Heere Zelf zal de Geest van de genade en de genade over hen uitstorten en hun ogen voor Hem openen. Hij zal Zijn Geest in hen zenden, en hen in hun land brengen, zoals Ezechiël 37:12 en 14 zeggen.
12. Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal uw graven openen en Ik zal u uit uw graven doen oprijzen, Mijn volk, en Ik zal u brengen in het land Israel.
14. Ik zal Mijn Geest in u geven, u zult tot leven komen en Ik zal u in uw land zetten. Dan zult u weten dat Ik, de HEERE, dit gesproken en gedaan heb, spreekt de HEERE.

Dan zullen ze gereinigd worden van hun zonden, door de Heere zelf, door het bloed van de Heere Jezus. Zacharia 13:1 zegt – ‘Op die dag zal er een bron geopend worden voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem tegen de zonde en tegen de onreinheid.’

‘En zo zal heel Israel zalig worden,’ zegt Romeinen 11:26. Geldt dit voor het hele volk dat op dat moment leeft? De Heere weet het, laten wij daar maar niet over gaan discussiëren en het in Zijn hand laten.

Nog is het niet zover. Israel als volk gelooft nog in de kracht van het eigen leger, van hun eigen vindingrijkheid. Hoewel de Heere het volk nu schudt door de coronacrisis en tracht hun blik omhoog te richten, op de Messias.
Voorganger Israel Iluz uit Kiryat Shmona getuigt ervan in ‘Gemeentenieuws Israel’: ‘De coronacrisis is een geestelijke zegen. Het is een soort hemelse trompet die ons wakker schudt. Die ons op onze knieën brengt en laat zien dat wij geen controle over de situatie hebben.’

Iluz heeft de afgelopen maanden veel openheid voor het Evangelie gezien onder Israëli’s. Er zijn deuren geopend en mensen gedoopt. Hij spreekt veel mensen die bang zijn. ‘Ze vragen zich af waarom de coronacrisis er is. Wij vertellen dat ons leven in Gods hand is. Dat we eerst het Koninkrijk van God zoeken en dat het aan Hem is om te voorzien in al het andere. En dat doet Hij.’

Jazeker, Iluz weet het: Ook het Joodse volk moet het Evangelie horen. ‘Het Evangelie van Christus is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood en ook voor de Griek’ (Romeinen 1:16). Bid om de bekering van het Joodse volk en als u de kans krijgt: geef het Evangelie door aan het Joodse volk en steun hen die daartoe geroepen zijn, allereerst Joodse gelovigen zelf.

En wat staat er nog te gebeuren tot op het moment dat de ogen van het Joodse volk zullen worden geopend voor de Messias, Jesjoea en ze zalig zullen worden?
‘Het volk zal nooit meer worden weggerukt uit het land waarin de Heere het nu plant,’ zegt Amos 9:9. Betekent dit dat het lijden van Israel voorbij is? Ik vrees van niet, hoewel het goed mogelijk is dat er eerst nog een periode van betrekkelijke rust en vrede is. In 1 Thessalonicenzen 5:3 wordt gesproken over een tijd van vrede en veiligheid, terwijl het overwachte verderf al aanstaande is.
De volken zullen optrekken tegen Jeruzalem (Zacharia 12-14), een grote troepenmacht uit het noorden en oosten zal erop uit zijn Israel te vernietigen (Ezechiël 38 en 39), maar de Heere zal dan Zijn voeten zetten op de Olijfberg en voor Zijn volk strijden (Zacharia 14:3 en 4).

Op dat moment wordt de vraag van de discipelen aan de Heere Jezus actueel, die ze enkele ogenblikken voor Zijn hemelvaart aan Hem stelden: ‘Heere, zult U in deze tijd voor Israel het Koninkrijk weer herstellen?’ (Handelingen 1:6).
In Zijn antwoord wijst Hij Zijn discipelen niet terecht, zoals soms wordt verondersteld. Integendeel, alleen is het nog niet zover: ‘Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht heeft gesteld’ (vers 7). Het gaat gebeuren, eenmaal is het zover!

Als de Heere Jezus terugkomt naar deze aarde, zal Hij de vervallen hut van David weer oprichten, zegt Amos 9:11. Deze woorden worden herhaald in Handelingen 15:16 en 17 –
16 ‘Hierna zal Ik terugkeren en de vervallen hut van David weer opbouwen en wat daarvan is afgebroken, weer opbouwen en Ik zal hem weer oprichten,
17 opdat de mensen die overgebleven zijn, de Heere zouden zoeken, en alle heidenen over wie Mijn Naam uitgeroepen is, spreekt de Heere, Die dit alles doet.’

Op dit moment viert het Joodse volk het Loofhuttenfeest, terwijl het land in corona-lockdown is.
Maar in die tijd, als de Heere Jezus zal regeren vanuit Jeruzalem, zal er geen coronapandemie meer heersen. Hij heeft dan de troon van Zijn vader David ontvangen van God, de Heere, zoals de engel Gabriel aan Maria vertelde bij de aankondiging van Zijn geboorte (Lukas 1:32).
In die tijd, waarover Openbaring spreekt in de bewoordingen van een duizendjarige periode (vers 4), zullen vertegenwoordigers van de volken jaarlijks optrekken naar Jeruzalem om er het Loofhuttenfeest te vieren (Zacharia 14:16). Ze zullen zich neerbuigen voor de Koning, de HEERE van de legermachten. Naar die tijd zien wij uit met groot verlangen.

Dirk van Genderen