Gods trainingsschool

Wij houden niet van moeilijkheden, lijden of tegenslagen. Dat doet pijn, geeft verdriet, boosheid. Wij willen het liefst voorspoed, gezondheid… Maar God is niet bang om ons door de moeilijkheden heen te laten gaan. Hij kan er Zijn speciale bedoeling mee hebben. De Bijbel is vol van voorbeelden hierover, onder meer in het leven van David.

Sommigen zeggen: in het Nieuwe Testament in alles anders. Toch niet! Kijk eens naar iemand als Paulus. De Heere liet toe dat de doorn in zijn vlees bleef en dat hij jaren door moest brengen in de gevangenis. ‘Ik zal hem laten zien hoeveel hij moet lijden voor Mijn Naam’ (Handelingen 9:16) zei de Heere over Paulus tegen Ananias.

Terug naar David. Hij was de jongste van de zonen van Isaï. Wij kennen hem vooral als koning. Maar hij werd niet van de ene op de andere dag koning. Er zaten vele jaren tussen het moment dat hij gezalfd werd door Samuel en het moment dat hij koning werd. Jaren vol van lijden, teleurstellingen en tegenslagen volgden. En God gebruikte dat om hem klaar te maken voor het koningschap, als Zijn trainingsschool voor David.

Als jongste zoon moest David voor de schapen zorgen. Dat bleef hij doen, ook nadat hij tot koning was gezalfd. Hij leerde toen al om herder te zijn voor een volk, een volk schapen. Hij streed voor zijn kudde. Als er een leeuw of een beer kwam om een schaap of een lam te roven en te doden, dan streed deze dappere herder voor dat dier. Hij zette zijn leven op het spel om zijn schapen te beschermen.

Toen de dag aanbrak dat het volk Israel doodsbang was voor de reus Goliath, was David niet bang. Hij had al eerder met reuzen gevochten, de leeuwen en de beren die zijn kudde bedreigden. En de Heere had hem de kracht gegeven hen te overwinnen.
Toen de Filistijn hem uitdaagde en uitlachte, zei David tegen hem: ‘U komt naar mij toe met een zwaard, maar ik kom naar u toe in de Naam van de HEERE van de legermachten, de God van de gelederen van Israel, Die u gehoond hebt’ (1 Samuel 17:45).
En in vers 47: ‘En deze hele gemeente zal weten dat de HEERE niet door zwaard of door speer verlost, want de strijd is van de HEERE. Hij zal u in onze hand geven.’

De Heere stuurde de steen die David wierp precies tegen een kwetsbare plek op het voorhoofd van de reus. Wanneer David niet eerder met leeuwen en beren had gevochten, zou hij de strijd met de reus niet hebben aangedurfd. Maar nu durfde hij wel, in de overtuiging dat de Heere met hem was.

Zo kan de Heere gebeurtenissen, moeilijkheden in ons leven gebruiken om ons klaar te maken om goed door volgende crisissituaties heen te komen. Hij kan een speciaal doel hebben met leeuwen en beren die ons leven binnendringen.
In de moeilijkheden wordt zichtbaar wie we werkelijk zijn. Laten we de Heere bidden om genade om ook dan ons vertrouwen helemaal op Hem te stellen. Niet alleen als het ons voor de wind gaat, maar ook als het leven pijn doet.

Al snel raakte Saul ervan overtuigd dat David zijn concurrent was om koning te worden. ‘Hij merkte dat de HEERE met David was,’ zegt 1 Samuel 18:28. Hij zocht naar een kans om David te doden.
Toen David weer eens een keer bij hem was om hem op te vrolijken met zijn muziek, zag Saul zijn kans schoon. Plotseling gooide hij zijn speer in de richting van David.

Door Gods genade kon David de speer ontwijken. Hij gooide de speer niet terug, om Saul te doden, nee, hij vluchtte. De Heere waakte over hem en beschermde hem.
Het was wel het begin van een lange periode dat David blijvend op de vlucht moest voor Saul. Hij was staatsvijand nummer 1. Veel van zijn psalmen gaan over deze tijd, dat hij achtervolgd werd door zijn vijanden, die zijn leven bedreigden.

Ook in ons leven kan het gebeuren dat er speren naar ons worden geworpen. Het kan zelfs gebeuren in de kerk of gemeente waartoe we behoren. De speer van kritiek, veroordeling,afwijzing, roddel en twist… Sommigen weten, zo te horen, erg goed wat Gods wil is en beseffen niet wat de gevolgen van hun woorden kunnen zijn. Zeker als het ‘slachtoffer’ niet op tijd het hoofd kan buigen en geraakt wordt door de speer.
Misschien bent u ook wel neergeveld door een speer van een Saul, een gevierde leider, maar toch een Saul. Besef dan dat die Saul niet God is, hoewel hij dat misschien wel beweert.

In de jaren die volgden, werd het grote verschil duidelijk tussen de beide leiders. Saul was een gezalfde des Heeren, maar zijn eigen ik stond centraal in alles wat hij deed. David was eveneens een gezalfde des Heeren, maar zijn innerlijk was door God verbroken. Hij dacht buitengewoon gering over zichzelf en verlangde ernaar in alles Gods weg te gaan en Zijn wil te doen.

Nog één gebeurtenis uit het leven van David wil ik noemen, de verwoesting van Ziklag. David was gevlucht naar de Filistijnen en had een eigen stad gekregen. Nadat die stad door de Amelekieten in brand was gestoken, en ook hun vrouwen en kinderen waren ontvoerd, werden de mannen van David, zijn leger, woest op hun leider.
Het was zijn schuld dat dit was gebeurd. Eerst huilden ze tot er geen kracht meer in hen was om te huilen (1 Samuel 30:4). Daarna ontploften ze. Ze wilden hun woede op hem afreageren. Ze wilden hem stenigen (vers 6).

David werd zeer benauwd, zegt vers 6. Het was niet de eerste keer dat hij zich in een crisissituatie bevond. Met Gods hulp had hij met zijn handen de leeuwen en beren verslagen die zijn kudden bedreigden. Met Gods hulp had hij met de slinger in zijn handen de reus Goliath geveld.

Nu kwam het er weer op aan. Hij zal beseft hebben dat alleen God hem nog kon redden, net zoals in die eerdere crisissituaties.
‘David sterkte zich in de HEERE, zijn God,’ zegt vers 6. Hoe hij dat gedaan heeft, staat er niet bij. Misschien opnieuw met zijn handen, gevouwen handen. Ik acht het goed mogelijk dat hij zijn zonden beleden heeft, omdat, als ik het goed begrijp, David zonder met de Heere te overleggen, naar de Filistijnen was gevlucht. Hij was de Heere vergeten, maar de Heere was hem niet vergeten. God had een plan met hem, hij zou de nieuwe koning van Israel worden.

Misschien heeft David zijn handen wel opgeheven naar de hemel en geroepen: ‘Heere, grijp nu in, red mij…’
Hij sterkte zich in de HEERE, zijn God. En tegelijk is het ook waar: David werd gesterkt door de HEERE, zijn God. Toen kon hij de leiding weer nemen en gaf God hem de overwinning. Nog even, dan zou hij koning worden, eerst koning over Juda, daarna ook over heel Israel.

Alle moeilijkheden waar hij met Gods hulp doorheen kwam, gebruikte de Heere om hem te maken tot een leider naar Zijn hart.
Onze gemeenten en organisaties smachten naar zulke leiders. Naar mensen in wie de Heere Jezus woont, die geleid worden door de Heilige Geest. Door wie Hij heen kan werken. Geen strijders in eigen kracht, maar in Zijn kracht. Tot eer van Hem en tot zegen van anderen.

Dirk van Genderen