Valse profeten, foute profeten, ware profeten?

De afgelopen dagen ontving ik veel reacties op mijn opmerkingen afgelopen week in de Nieuwsbrief over profeten die hadden voorzegd dat Donald Trump de verkiezingen zou winnen en president van Amerika zou blijven. Ik noemde hen valse profeten, omdat hun profetieën niet zijn uitgekomen. Diverse lezers nemen mij dat zeer kwalijk.

Een aantal reacties:
‘Gezalfden van de Heere mag je niet aanraken.’
‘Ik ken diverse van deze profeten en het zijn echte kinderen van God.’
‘Deze profeten hebben een goed “trackrecord”, veel van hun profetieën komen uit.’
‘De profetieën zijn juist, Trump is de eigenlijke president van Amerika en binnenkort zal hij dat ook daadwerkelijk worden.’
‘De profetieën zijn juist, maar de verkiezingen zijn gestolen.’
‘De profetie is wel juist, maar de mensen hebben te weinig geloof gehad en hebben te weinig gebeden.’

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Diverse mensen vermoeden dat ik Donald Trump haat. Ik kan u verzekeren dat dat geenszins het geval is. Ik bid voor hem.

Met name het woord ‘vals’ is velen in het verkeerde keelgat geschoten. Mensen vatten een ‘valse’ profeet op als iemand die bewust verkeerde voorzeggingen doet. Zo heb ik het echter niet bedoeld.

Ik ga ervan uit dat de meeste van deze ‘profeten’ integer bezig zijn, dat ze ernaar verlangden – toen nog president – Trump te bemoedigen, maar ook hun volgers.
De vraag is of ze hun boodschap echt van God hebben gehoord, hoewel ze dat wel zeggen. Misschien hebben ze Gods stem verward met hun eigen verlangens en hebben ze ondertussen te grote woorden gesproken. Beter hadden ze kunnen zeggen: ‘Ik meen…’ of ‘Ik heb het gevoel dat…

In de Bijbel zie je maar twee soorten profeten: ware profeten en valse profeten. Iemand die een boodschap brengt die niet uitkomt, is een valse profeet. En soms kwam, nadat een profeet een boodschap had gebracht, de persoon of het volk tot inkeer, waarna het aangekondigde oordeel niet werd voltrokken.

In het Nieuwe Testament worden de gelovigen opgeroepen de woorden van de profeten te toetsen, of ze van God zijn of niet van God. En hoe kunnen we toetsen? Juist, of het woord uitkomt of niet.

Mag iemand die zich profeet noemt of als profeet wordt gezien foute voorzeggingen doen? Wanneer iemand erbij zegt dat het een woord van God is, dan niet, lijkt mij. Wel als iemand zegt: ‘Ik heb de indruk dat…’

Voelt u het verschil? Wanneer iemand zich beroept op een woord van God of als iemand zelfs claimt in de hemel te zijn geweest – wat ook is gezegd – dan mogen, ja moeten we hem of haar daaraan houden. En dan past het, als het woord niet plaatsvindt, dat verootmoediging volgt, excuses en bekering. Volwassen medegelovigen hebben dan de taak hen daarin te begeleiden en te coachen.

Jeremia 14:14 zegt over de profeten die een onjuiste boodschap brengen aan het volk Israel: ‘De HEERE zegt tegen mij: Die profeten profeteren vals in Mijn Naam. Ik heb hen niet gezonden. Ik heb hun geen opdracht gegeven en Ik heb niet tot hen gesproken. Zij profeteren u een leugenvisioen, waarzeggerij, holle praat, bedrog van hun eigen hart.’

En in Jeremia 29:9 lezen we: ‘…want met leugen profeteren zij tegen u in Mijn Naam. Ik heb hen niet gezonden, spreekt de HEERE.’

In het Oude Testament moest een valse profeet zelfs gedood worden, Deuteronomium 18:20: ‘Maar de profeet die overmoedig handelt door een woord in Mijn Naam te spreken dat Ik hem niet geboden heb te spreken, of die in de naam van andere goden spreekt, die profeet zal sterven.’

Veel te gemakkelijk en veel te snel worden woorden gesproken in de Naam van de Heere. Laten we daar voorzichtig mee zijn.
En tegelijk geloof is wel zeker dat de Heere ook vandaag spreekt, door Zijn Woord, door Zijn Geest en soms ook door Zijn kinderen. Ik weet het uit ervaring.

We moeten voorzichtig zijn met het gebruiken van de Naam van God. ‘U zult de Naam van de HEERE uw God niet ijdel gebruiken, zegt Exodus 20:7. Dat geldt zeker ook voor het spreken van een profetie in Gods Naam. Laten we daar voorzichtig mee zijn en de profetie ook laten toetsen.
Gods eer wordt toch aangetast wanneer iemand in Gods Naam iets aankondigt wat God niet eens gesproken heeft.

1 Thessalonicenzen 5:20 en 21 zegt:
‘Veracht de profetieën niet. Beproef alle dingen, behoud het goede.’

In 1 Korinthe 14:32 lezen we: ‘De geesten van de profeten zijn aan de profeten onderworpen.’
Weet u wat dit betekent? Dat de profeten niet boven de rest van de gelovigen staan, maar dat ze onder de autoriteit staan van andere profeten. Dat houdt in dat wanneer een profeet iets heeft voorzegd wat niet uitkomt of zich beroept op geheime informatie, verantwoording moet worden afgelegd. En dat is wat lang niet altijd gebeurt. Houd maar beter afstand tot zulke zogenaamde profeten.

Er zullen er velen zijn, zegt de Heere Jezus in Mattheus 7:22, die eenmaal zullen zeggen: ‘Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven en in Uw Naam veel krachten gedaan?’

Het gaat erom dat we, en zeker ook degenen die profeteren, de wil van de Vader doen en ons afvragen of de Vader wel wil dat een bepaalde gedachte die we hebben, wordt uitgesproken als komende van God. Dat staat immers in het vers ervoor:
‘Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is’ (vers 22).

Het is mogelijk, en dat is een aangrijpende gedachte, dat de Heere dan zal zeggen: ‘Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt’ (vers 23).

Eén van de ‘profeten’ die excuses aanbood voor zijn niet-accurate profetie was Jeremiah Johnson. Op internet plaatste hij op 7 januari een openbare verontschuldiging voor zijn onnauwkeurige profetie. Johnson kreeg vervolgens te maken met de meest verschrikkelijke reacties. Hij schrijft:

‘In de afgelopen 72 uur heb ik meerdere doodsbedreigingen en duizenden en duizenden e-mails ontvangen van christenen die de smerigste en meest vulgaire dingen zeiden die ik ooit heb gehoord over mijn familie en bediening. Ik ben bestempeld als een lafaard, een verrader van de Heilige Geest en werd minstens 500 keer uitgescholden. We zijn elk uur mensen kwijtgeraakt die ons al heel lang steunden.’

Ik schrik hier enorm van, maar het verbaast mij niets. Ik ontvang de laatste tijd soms ook buitengewoon heftige reacties op wat ik schrijf.
Mattheus 24:12 komt mij in gedachten: ‘Doordat de wetteloosheid zal toenemen, zal de liefde van velen verkillen.’
Met pijn in mijn hart moet ik constateren dat ook onder een deel van de christenen de liefde verkilt. Te gemakkelijk veroordelen we de ander. Waar is onze liefde voor de ander, waar onze bewogenheid.

En jazeker, ook ik ben bewogen met ‘profeten’ die foute profetieën doorgeven. Ik bid voor hen en roep hen op zich te verootmoedigen voor de mensen, maar bovenal voor de Heere. En deze oproep tot verootmoediging geldt ook mijzelf, jazeker. Ik ben geen haar beter dan die ‘profeten’. Paulus noemt zich immers ook de ‘geringste van alle heiligen’. Wie zichzelf een beetje kent, zal op de onderste sport van de geestelijke ladder plaatsnemen en er zeker naar verlangen zo dicht mogelijk bij de Heere Jezus te komen.

Dirk van Genderen