Er loopt een man op het water…

‘Kijk eens…’ De mannen in het bootje schreeuwen het uit! ‘Daar loopt een man op het water…’ Dat moet wel een spook zijn. Ze raken in paniek. En ze zitten ook nog in een zeer zware storm, het is midden in de nacht en dan dit nog. Hij komt steeds dichterbij…

We lezen dit spannende verhaal, dat absoluut waar gebeurd is, in Markus 6. De avond ervoor had de Heere Jezus Zijn discipelen opdracht gegeven om die nacht over het meer van Galilea naar Betsaïda te varen. Ze hadden net meegemaakt hoe Hij vele duizenden mensen te eten had gegeven van slechts vijf broden en twee vissen. Er bleven maar liefst twaalf manden vol over.
De Heere Jezus bleef echter achter. Hij ging die nacht de berg op om te bidden. Hij kon niet verder zonder een ontmoeting met Zijn Vader in de hemel. Ook die nacht zou Hij Zijn Goddelijke kracht en macht weer tonen aan Zijn discipelen, maar dat wisten ze nog niet.

Terwijl ze onderweg waren op het meer – het was al voorbij middernacht – stak er plotseling een zware storm op. Hoe moesten ze ooit de overkant bereiken?
Maar de Heere Jezus zag hen worstelen. Hij, Die alle macht heeft, ook over de wind en het water, ging naar hen toe om hen te redden uit hun noodsituatie. Hij had vanaf de berg de wind de opdracht kunnen geven te gaan liggen. Maar dat deed Hij bewust niet. Hij wilde Zijn almacht tonen, als hulp voor de discipelen om hun vertrouwen helemaal op Hem te stellen.

Opeens zien de discipelen iemand aankomen op het water. Ze menen dat het een spook is. De grondtekst geeft aan dat ze denken aan een demonische verschijning. Ze zijn verbijsterd. Wordt dit het einde van hun leven? Zullen ze vergaan?

Maar dan komt de Man Die op het water loopt, naar hen toe. ‘Heb goede moed, Ik ben het, wees niet bevreesd!’ En dan beseffen ze opeens Wie het is. Het is de Here Jezus. Hij klimt aan boord van het schip en geeft de wind opdracht te gaan liggen. En de wind gehoorzaamt Hem onmiddellijk.
Wat een kracht heeft de Heere Jezus! Dat getuigenis komt ook tot ons. Laten we Hem aanbidden en Hem nooit bespotten.

En wanneer Hij Zich zo als de machtige, de heilige aan ons openbaart, worden we geconfronteerd met ons kleingeloof, ons ongeloof, onze zonde. Wanneer wij het in een soortgelijke situatie met Petrus uitroepen ‘Heere, ga weg van mij, want ik ben een zondig mens’ (Lukas 5:8), dan mogen we Zijn lieflijke stem horen zeggen: ‘Wees niet bevreesd.’

In Mattheus 14 lezen we ook over de storm tijdens de overtocht van de discipelen en over de komst van de Heere Jezus om hen uit deze noodsituatie te redden.
Daar wordt nog vermeld dat Petrus, wanneer hij ontdekt dat het Jezus is, aan Hem vraagt of hij over het water tot Hem mag komen. En dan loopt ook Petrus op het water, zo naar de Heere Jezus toe. Wellicht is dit de enige keer dat een sterfelijk mens op het water liep.

Maar erg lang blijft Petrus niet op het water lopen, want als hij zijn blik afwendt van de Heere Jezus en de wind hoort razen en de golven ziet, raakt hij alsnog in paniek. Opeens verdwijnt hij in het water. ‘Heere, red mij,’ kan hij nog uitroepen. En ook dat doet de Heere Jezus. Hij steekt Zijn hand uit naar Petrus en trekt hem weer omhoog en zegt: ‘Kleingelovige, waarom hebt u getwijfeld?’

Wat een verhaal! Wat een les ook voor ons. Wat hebben we toch een machtige Heere Jezus. Voor Hem is niets te wonderlijk. Hij kent ons, ziet ons, ook als we in nood zijn en komt dan te hulp. En soms laat Hij toe dat we in een noodsituatie terecht komen, om ons te leren volledig op Hem te vertrouwen. Laat dat u bemoedigen en helpen om niet in paniek te raken, maar op Hem te blijven zien.

Ik las in een boekje van de Zuid-Amerikaanse zendeling Luis Palau een paar dingen die ik u graag wil doorgeven. Ter bemoediging, juist omdat het hierbij ook gaat om wandelen op het water.

Palau vertelt dat hij juist een boek had gelezen over de zendeling George Müller. (Ik heb dat boek. Het is een krachtig getuigenis van wat God kan doen in het leven van iemand die Hem volkomen is toegewijd.)
De jonge Luis had gelezen hoe God voorzag in de financiële noden van Müller. Dat wilde hij ook wel eens meemaken. Hij had een klein bedragje nodig om een bepaalde reis te kunnen maken. Hij had gebeden om dat bedrag en verwachtte dat geld de volgende dag ergens op straat te zullen vinden.

Maar God had een ander plan. Luis zag opeens een man die zijn auto niet gestart kon krijgen. Hij hielp hem de auto mee aan te duwen. De chauffeur bedankte hem niet eens en reed weg. Maar even later zag Luis hem weer en kreeg toen van hem een lift aangeboden naar de plek waar hij heen moest. Zo verhoorde de Heere zijn gebed, maar wel anders dan hij zelf had bedacht.

Palau vertelt ook over een arts die met pensioen ging en aan hem vertelde dat hij wist dat God hem al 42 jaar lang riep om naar het zendingsveld te gaan. Maar hij had die stap nooit gezet. Zijn vrouw wilde ook niet. Maar nu ging hij moet pensioen. ‘Zal ik alsnog gaan?’ vroeg hij aan Palau. ‘Als je weet dat God je roept, ga dan,’ antwoordde Palau hem. En hij ging en zijn vrouw ging met hem mee. Niets kon hen meer tegenhouden.
Hij voelde zich helemaal thuis op het zendingsveld in Afghanistan. Twee jaar lang mocht hij daar arbeiden voor zijn Heere en Heiland. Daarna haalde Hij hem thuis.

En misschien zegt de Heere Jezus het wel tegen u, tegen jou: ‘Zet je voet op het water… Durf Mij te vertrouwen! Durf je Mijn Woord weer serieus te nemen? Het is de waarheid, omdat Ik de Waarheid ben. Breek met alle slapheid, verkondig Mijn Evangelie, radicaal en direct. Kom, Ik roep je. Ik zal met je meegaan en voor je zorgen. Houd je oog slechts op Mij gericht.’

Dirk van Genderen