Bent u gereed voor uw hemelvaart?

Aanstaande week vieren we de hemelvaart van de Heere Jezus. Maar zijn wij gereed voor onze hemelvaart? U knippert misschien met uw ogen. Onze hemelvaart? Mijn hemelvaart? Jazeker, aan het einde van ons leven of wanneer de Heere Jezus komt om ons tot Zich te nemen.

Aan het einde van ons leven, bij ons sterven, blijft ons lichaam voorlopig nog hier op aarde, in het graf of elders, tot aan de opstanding, maar gaat onze ziel naar de hemel. Dat zou je een hemelvaart van onze ziel kunnen noemen.
In het verhaal van ‘De rijke man en de arme Lazarus’ lezen we dat toen Lazarus stierf, hij door de engelen werd gedragen tot in de schoot van Abraham (Lukas 16:22).

Zo geloof ik dat wanneer gelovigen sterven, hun zielen door de engelen worden gedragen tot in de hemel. Nu niet meer in de schoot van Abraham, maar sinds de hemelvaart van de Heere Jezus tot in de hemel.

Lucas 16 maakt wel duidelijk dat je direct na je dood bij vol bewustzijn bent. Ook staat je eeuwige bestemming dan onherroepelijk vast. De rijke man was hier nog niet in de hel, maar in het dodenrijk, de hades, waar hij werd gepijnigd. Pas in Openbaring 20:14 lezen we dat de hades in de hel wordt geworpen.
Lazarus was ook in de hades, maar dan in de ‘schoot van Abraham’, het goede gedeelte, het paradijs. Daar kwam dus ook de moordenaar tot wie de Heere Jezus zei: ‘Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het paradijs zijn. En Hij kwam daar zelf ook.

Ook Lazarus was aanvankelijk nog in de hades. Maar niet lang meer, want met de hemelvaart van Christus is hij, met alle gestorven gelovigen die daar in het paradijs waren, mee naar de hemel gegaan, Efeze 4:8-10: ‘Daarom zegt Hij: Toen Hij opvoer in de hoogte, nam Hij de gevangenis gevangen en gaf Hij gaven aan de mensen. Wat betekent dit ‘toen Hij opvoer’ anders dan dat Hij ook eerst neergedaald is in de diepten, namelijk de aarde? (toevoeging dvg: letterlijk staat hier: ‘de lagere delen van de aarde’) Degene Die neergedaald is, is ook Degene Die opgevaren is ver boven alle hemelen om alle dingen te vervullen.’

Dit betekent dat nu, sinds de hemelvaart van de Heere Jezus, alleen ongelovigen nog naar de hades gaan, terwijl de gelovigen die nu overlijden, direct naar de hemel gaan. Paulus zag uit naar het moment dat hij bij de Heere zou zijn. ‘Wij zijn vol goede moed en wij begeren te meer ons verblijf in het lichaam te verlaten en bij de Heere onze intrek te nemen’ (2 Korinthe 5:8). En in Filippenzen 1:23 zegt hij het zo: ‘heen te gaan en met Christus te zijn, is mij verreweg het beste.’

Elke keer wanneer ik voorbij de plaats kom waar mijn vader door een aanrijding al vele jaren geleden om het leven kwam, komt mij in gedachten dat zijn ziel door de engelen vanaf die plaats naar de hemel is gedragen. Het geeft zo’n troost om te weten dat onze overleden geliefden bij de Heere zijn, in de hemel. Hun aardse tent is afgebroken en ze hebben hun intrek genomen in het gebouw van God in de hemelen (2 Korinthe 5:1).

En het bijzondere is dat er in de preek de voorgaande zondag juist over dat vers werd gepreekt. Door een dominee van elders, die niet eens in de planning stond, maar die in de week ervoor opbelde en aangaf de overtuiging te hebben dat hij die zondag moest komen preken. Mooi om achteraf te zien hoe de Heere alles leidt naar Zijn wil.
Na afloop van de dienst, thuis bij de koffie, vertelde mijn vader erg aangesproken te zijn door de preek over die tekst. ‘Dat is ook mijn verlangen,’ gaf hij aan, niet wetende dat het vijf dagen later zover zou zijn.

Zijn we er klaar voor als dat moment voor ons aanbreekt? Nu al mogen we leren dat ons burgerschap, onze wandel in de hemelse gewesten is (Filippenzen 3:20). Op aarde zijn we burgers in het land waar we wonen, maar door het geloof in de Heere Jezus, door ons zijn in Hem, maken we nu al deel uit van het Rijk, het Koninkrijk van God. We zijn daarheen onderweg, als pelgrims, maar we maken er al deel van uit, we horen er al bij.

Dat zegt ook Efeze 2:6, dat wij met Hem opgewekt zijn en met Hem gezet zijn in de hemelse gewesten in Christus’ (Efeze 2:6).
En Efeze 1:3 zegt: ‘Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus.’
Ons Hoofd, de Heere Jezus als Hoofd van Zijn gemeente, zette ons door Zijn hemelvaart al met Hem in de hemel. In zekere zin zijn we er dus al, al is dat helaas nog vaak zo weinig realiteit voor ons. Als we Christus kennen, is ons leven – nu al! – met Christus verborgen in God, in de hemel (Kolossenzen 3:3).

De Bijbel spreekt verder over nog een andere hemelvaart, en wel in 1 Thessalonicenzen 4:17 –
‘Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht.’

Wanneer gaat dat gebeuren? Dat gebeurt niet in stilte, zoals sommigen verkondigen. Het is geen stille eerste wederkomst of zoiets. Het voorgaande vers, vers 16, geeft het heel nauwkeurig aan.
‘Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan.’

Ziet u? De hele wereld zal het horen en zeker de gelovigen. Jarenlang wordt er al met grote telescopen gespeurd naar geluiden uit de ruimte. Op die dag zal iedereen het horen.
De Heere Jezus zal komen met een geroep. Een bevelsroep, staat er letterlijk. Dat is een krachtige roep, een roep die iedereen zal horen.
Vervolgens zal stem van de aartsengel klinken, wellicht de stem van de aartsengel Michael. Denk maar niet dat hij zal fluisteren. Ook de bazuin van God klinken bij dat machtige gebeuren. Het woord dat gebruikt wordt, salpigx, duidt op een scherp, een krachtig geluid.

Ik noemde deze opname in de lucht een hemelvaart. Het is echter de vraag of dit wel correct is. Gaat het na deze ontmoeting richting de hemel of richting de aarde?
Voor de woorden ‘een ontmoeting (in de lucht)’ worden in de grondtekst de woordeneis[1] apantēsin[2]’ gebruikt, waar toch wel de gedachte in besloten ligt dat de Heere Jezus na deze ontmoeting in de lucht met Zijn gemeente terugkeert naar de aarde.

Toch moet ik hier ook een waarschuwing laten horen. Ongelovigen, degenen die de Heere Jezus in ongeloof hebben afgewezen, zullen nooit in de hemel komen. Zij hebben er ook niets te zoeken. Hun deel is het dodenrijk en na het laatste oordeel in de hel. Ik huiver als ik deze woorden neer schrijf. Ik hoop en bid dat nog velen van hen, misschien wel geliefden van ons, door Gods genade hun vertrouwen leren stellen op de Heere Jezus, voordat het te laat is.

Alle gelovigen, degenen die wederom geboren zijn en hun vertrouwen op de Heere Jezus hebben gesteld, zullen eenmaal de Heere Jezus tegemoet gaan, voor een ontmoeting met Hem in de lucht. Een hemelvaart die hen voor altijd bij de Heere Jezus brengt.
‘Troost elkaar met deze woorden,’ zegt 1 Thessalonicenzen 4:18. Dat mag onze hoop, onze verwachting, ons uitzicht zijn. ‘Om voor altijd bij de Heere te zijn’ (1 Thessalonicenzen 4:17).

Dirk van Genderen

Endnotes:
  1. eis:
  2. apantēsin: