Strijd Gaza-Israel is geestelijke strijd

Het beeld van een Joodse man die een Thorarol uit een in brand gestoken synagoge in de stad Lod in veiligheid probeert te brengen, zal ik niet snel meer vergeten. Vreselijk wat er deze week in Israel en Gaza gebeurt. Bloed, vuur en rookdamp. Het zijn apocalyptische taferelen.
Bijna onafgebroken worden vanuit Gaza raketten afgeschoten op Israel, zelfs op Tel Aviv en op Jeruzalem. Veel meer dan bij vorige conflicten en veel verder Israel in. Ook Arabieren in Israel vallen Joden en Joodse bezittingen aan.
Israel slaat terug, keihard, terecht. Israëlische militairen staan op het punt Gaza binnen te trekken om het Palestijnse geschut het zwijgen op te leggen. Je moet er niet aan denken wat er gebeurt als ook Hezbollah vanuit Zuid-Libanon in actie komt tegen Israel. Dan komt echt het voortbestaan van Israel op het spel te staan. Inmiddels zijn de eerste raketten vanuit Libanon al afgeschoten op Israel. Israel heeft echter een machtige helper in de strijd: God zelf.

Deze Torahrol werd in veiligheid gebracht nadat de synagoge in Lod in brand was gestoken. (Foto: Yonatan Sindel/Flash90)

En stel je voor dat een Palestijnse raket de Al Aqsa moskee of de Rotskoepel moskee verwoest. Dan krijgt Israel gegarandeerd de schuld en dreigt zeker een totale oorlog.

Ik ga in gebed met de woorden van Joël 2:17: ‘HEERE, spaar, ontzie Uw volk.’
Ook de woorden uit Psalm 122:6 komen mij in gedachten: ‘Bid om vrede voor Jeruzalem.’

‘Heere, waak over Uw volk, strijd voor Uw volk.’

Ik ontvang voortdurend berichten dat velen in Israel tot God roepen om hulp, om bescherming, ook door Messiasbelijdende Joden. ‘Heere, luister naar hen, kom hen te hulp.’

Kritische media
Als je goed luistert naar de media, begint er nu alweer kritiek te ontstaan op Israel. Je weet van tevoren dat dit gebeurt, altijd. Eerst is er begrip voor het feit dat Israel reageert op de raketbeschietingen door de Palestijnen, maar vervolgens kantelt de mening en vindt men de reactie van Israel buiten proportioneel. Omdat Israel militair superieur is en er altijd medelijden ontstaat met ‘onschuldige’ Palestijnse slachtoffers. Vergeten wordt dat de Palestijnse terroristen hun volksgenoten opofferen voor hun strijd tegen Israel.
Israel zou binnen een dag Gaza voorgoed het zwijgen op kunnen leggen. Maar Israel probeert ‘onschuldige’ burgers zoveel mogelijk te ontzien en alleen militaire installaties en strijders van terroristische organisaties uit te schakelen. Voordat een aanval plaatsvindt, worden eerst burgers opgeroepen zich snel in veiligheid te brengen. Hamas en trouwens ook Hezbollah plaatsen hun lanceerinstallaties altijd in woonwijken, waardoor burgers als menselijk schild dienen. Dat is wreed en toont aan dat zij geen enkel respect hebben voor mensenlevens.

De aanleiding van het huidige conflict wordt helaas niet correct weergegeven door de media. Israëlische kolonisten zouden in Jeruzalem vier huizen willen confisqueren van Arabieren. Dat klopt al niet. Die huizen waren voor de Onafhankelijkheidsoorlog in 1948 al eigendom van Joden. Jordanië veroverde in die strijd een deel van de wijk Sheikh Jarrah, met die huizen en gaf ze vervolgens aan Arabieren. De voormalige eigenaars kregen nooit schadevergoeding en ook geen huur betaald. Nu is er sprake van dat die huizen op grond van oude eigendomsrechten weer worden toegewezen aan Joden.

Dit conflict speelt mee, maar de echte aanleiding is een strijd tussen de Palestijnse Fatah-beweging en Hamas. Fatah blies Palestijnse verkiezingen af en Hamas zag zijn kans schoon om te laten zien dat juist zij opkomen voor de belangen van de Palestijnen. Toen Hamas aanhangers tijdens de Ramadan op de Tempelberg bij hun moskeeën opriepen tot aanvallen op Israel, vlogen de raketten even later vanuit Gaza richting Jeruzalem.

Israel is deze strijd beslist niet begonnen. Het is Hamas in Gaza, waarbij ook nog eens de terreurgroep Islamitische Jihad en de Qassam terreurorganisatie, ook in Gaza, zich voegden. Ze hebben al bijna tweeduizend raketten afgeschoten op Israel, en vermoed wordt dat ze nog een voorraad hebben van 20.000 raketten. Raketten uit Iran en raketten die ze zelf hebben gefabriceerd met hulpgoederen die ze van de internationale gemeenschap ontvingen, zoals kunstmest en medische middelen.

Geestelijke strijd
Ik ben ervan overtuigd dat de strijd tegen Israel ten diepste een geestelijke strijd is, een strijd van de satan tegen de God van Israël.
Waarom ik dit denk? Omdat je de hele Bijbel door ziet dat de satan erop uit is Israël te gronde te richten. Zijn eerste doel was te voorkomen dat de Heere Jezus geboren zou worden en Zijn leven zou geven tot verzoening van onze zonden. En als het hem lukt Israël definitief uit te schakelen, dan hoopt hij Gods plannen met Israel te dwarsbomen, maar het zal hem nooit lukken.

Goddelijk ingrijpen
Er zijn meerdere momenten in de geschiedenis geweest dat het volk Israël bijna ten onder ging. Maar op die momenten greep God telkens weer in. Ik geloof dat Hij dat zal blijven doen, ook nu. De Bijbelse profetieën zijn daar heel duidelijk over. In Gods toekomstige plan met deze wereld neemt Israël een centrale plaats in. En wel het Israël waar het zich nu bevindt. De Bijbel geeft heel nauwkeurig de grenzen aan, van de Nijl tot de Eufraat (Genesis 15:18). Het moment komt dat dit hele gebied tot Israël zal behoren.

Ik denk aan die dag dat de farao van Egypte het volk Israël met zijn leger achtervolgde toen de Schelfzee vluchten onmogelijk maakte. Gods plan, om het volk in het Beloofde Land te brengen, dreigde door de satan onmogelijk te worden gemaakt, maar God streed voor Zijn volk, zoals alleen Hij dat kan en redde het.

Denk ook eens aan de tijd van de ballingschap, aan de verwoesting van Jeruzalem, aan de Holocaust en aan de oorlogen om Israël vanaf 1948. Telkens opnieuw was het een wonder dat Israël bleef voortbestaan.

Een tipje van de sluier
Soms licht de Bijbel een tipje op van de sluier die voor ons hangt over de strijd tussen de geestelijke machten. Ik denk hierbij aan de geschiedenis die we lezen in 2 Koningen 6. Daar gaat het over de oorlog van Israël met Aram.
Daar zie je trouwens dat er een man Gods is – Elisa – die de koning van Israël advies geeft over wat hij moet doen. Stel je eens voor dat er ook nu een man Gods zou zijn die de president, de premier of de minister van Defensie van Israël adviezen zou geven, afkomstig van de God van Israel.

De koning van Aram heeft het in de gaten en wil die man Gods gevangen nemen. Wanneer Elia’s knecht ‘s morgens ontdekt dat de stad omsingeld is en in paniek raakt, zegt Elisa tegen hem: ‘Vrees niet, want zij, die bij ons zijn, zijn talrijker dan zij, die bij hen zijn’ (vers 16). Het volgende vers zegt dan: ‘De HEERE opende de ogen van de knecht en hij zag en zie, de berg was vol vurige paarden en wagens rondom Elisa.’
Vervolgens bidt Elisa tot God of Hij dat leger van Aram met blindheid wil slaan, waarop Elisa hen naar Samaria brengt, waar de koning van Israël hen wil doden. Elisa geeft hem echter de opdracht hun brood en water te geven, waarna zij vertrekken en Israël niet meer lastig vallen. Hoe groot is Gods macht!

Verlangen
Wanneer ik dit verhaal lees, komt in mij het verlangen op dat God ook nu in het Midden-Oosten Zijn grootheid en almacht zal tonen. Laten we onze gebeden baseren op het Woord van God en niet op alles wat via de media op ons afkomt.

Al  diverse keren ‘stuitte’ ik op Psalm 83. Daar wordt gesproken over de vijanden die listige aanslagen beramen tegen het volk Israël. ‘Laten wij hen als volk verdelgen, zodat aan de naam van Israël niet meer wordt gedacht’, zegt vers 5. Het gebed dat volgt, loopt uit op de woorden: ‘Overdek hun aangezicht met schande, opdat zij Uw Naam zoeken, o HEERE’ (vers 17). En de psalmist besluit met: ‘Opdat zij weten, dat alleen Uw Naam is: HEERE, de Allerhoogste over de ganse aarde’.

Mijn gedachten gaan ook naar Zacharia 14. Als Israel dreigt ten onder te gaan vanwege de overmacht aan vijanden, zal God ingrijpen. Vers 3 zegt: ‘Dan zal de HEERE uittrekken en tegen die heidenvolken strijden, zoals op de dag dat Hij streed, op de dag van de strijd.’

Laten we ons de Heere smeken of Hij Zijn Naam ook nu wil verheerlijken, dwars door de strijd heen. En laten we ons er, juist nu, niet voor schamen op te komen voor Israel en voor de God van Israel. En ik bid ook dat heel Israel gaat beseffen dat alleen de Heere hen nog kan redden.

Dirk van Genderen