Heere, schenk ons Uw bewogenheid met een wereld die ten onder dreigt te gaan…

Toen ik deze week nadacht over allerlei ontwikkelingen in onze samenleving, werd ik als in een flits geraakt door woorden uit Romeinen 1. Het was alsof de Heere mijn ogen opeens opende voor wat er vandaag aan de hand is. En ik schrok er behoorlijk van, kan ik u zeggen.

In de verzen 24 en 26 van Romeinen 1 klinkt het dat God degenen die Hem ongehoorzaam zijn, overgeeft aan de onreinheid van hun lichamen en aan oneervolle hartstochten. En vers 28 zegt dat Hij hen overgeeft aan verwerpelijk denken, om dingen te doen die niet passen. Zij ontvangen het gepaste loon voor hun dwaling in zichzelf, aldus vers 27.

Opeens zag ik: dit geldt niet alleen een individueel persoon, degenen die God ongehoorzaam zijn en het gepaste loon voor hun dwaling in zichzelf ontvangen, maar dit geldt ook onze samenleving.

Wat denkt u van onze samenleving, waar elk jaar ruim 30.000 ongeboren kinderen worden gedood?
Wat denkt u van onze samenleving, waar antisemitisme toeneemt, ook in de politiek?
Wat denkt u van onze samenleving, waar steeds meer mensen zeggen God niet meer nodig te hebben?

Wat denkt u van onze samenleving, waar zoveel porno wordt geproduceerd en geconsumeerd?
Wat denkt u van onze samenleving, waar prostitutie kapot maakt wat God zo wonderlijk mooi heeft geschapen?
Wat denkt u van onze samenleving, waar het idee dat God het huwelijk heeft ingesteld voor één man en één vrouw, door velen als achterhaald en verwerpelijk wordt beschouwd?

Mijn hart huilt als ik dit zo opschrijf. Velen leven alsof God niet bestaat. Als wij als samenleving God aan de kant schuiven en doen wat wij willen, dan komt het moment dat God ons als samenleving overgeeft aan verwerpelijk denken, zoals Romeinen 1 aangeeft.
We zijn het schepsel gaan eren en dienen boven de Schepper, Die te prijzen is tot in eeuwigheid (vers 25). Dan zullen we als samenleving het gepaste loon ontvangen voor deze dwaling in onszelf.

Het vergoten bloed van ongeboren kinderen roept tot de hemel.  God hoort het, zoals Hij het ook hoorde toen het bloed van Abel werd vergoten. We verbazen ons over het vele geweld in onze samenleving, maar God laat toe dat de samenleving de consequenties ervaart van het verbreken van Zijn wetten.

Een ander voorbeeld is hoe onze samenleving als geheel zich niets meer aantrekt van wat God in Zijn Woord zegt over het huwelijk en over seksualiteit. Daarom hoeven we ons ook niet te verbazen over de epidemie aan echtscheidingen, seksueel misbruik, uitbuiting en pornografie. Het is alsof God onze samenleving overgeeft aan seksuele onreinheid.

Als christenen worden we steeds meer gemarginaliseerd in de samenleving. We mogen nog wel christen zijn, als we voor de rest iedereen maar vrijlaten. We worden ook steeds meer gewantrouwd. En voor een deel hebben we dat zelf over ons heen geroepen, door talloze schandalen in de kerk in het verleden en heden. Jazeker, ga maar eens praten met de mensen die in de loop van de jaren de kerk hebben verlaten.

Wat is onze roeping nu, anno 2021? Als gelovigen, als kerken en gemeenten, komt het er zeker nu op aan ons opnieuw toe te wijden aan de Heere, om op elk moment beschikbaar te zijn voor Hem. En ons te verheugen in onze Heere en Heiland, de Heere Jezus Christus.

Onze situatie is vergelijkbaar met de tijd van Handelingen. De wereld zat toen ook beslist niet te wachten op volgelingen van de Heere Jezus, die niet zwegen maar spraken. De eerste evangelisten werden gevangen genomen, bespot en soms gestenigd of onthoofd.

En toch raakte de wereld door hen in beroering, omdat God door hen heen werkte en kwamen velen tot geloof. Zij trokken zich niet terug uit de wereld, maar ze bewaarden zich wel rein in de wereld.
Handelingen 17:6 zegt over Paulus en Silas, toen ze in Thessalonica waren aangekomen: ‘Deze mensen, die de wereld in rep en roer hebben gebracht, zijn ook hier gekomen.’
En over hen zeiden ze: ‘…ze handelen tegen de geboden van de keizer, want zij zeggen dat er een andere koning is, namelijk Jezus.’

Zij zwegen niet over de Heere Jezus. Er was urgentie in hun boodschap en op dat moment. Zij wisten dat de mensen alleen gered konden worden door geloof in de Heere Jezus.
Zoals Petrus het zei in Handelingen 4:12: ‘De zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden.’

Daarom waren Paulus en de andere apostelen bereid om te lijden en eventueel te sterven voor het brengen van het Evangelie.
Paulus zei het zo in Handelingen 20:24: ‘Ik maak mij nergens zorgen over, en ook acht ik mijn leven niet kostbaar voor mijzelf, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, evenals de bediening die ik van de Heere Jezus heb ontvangen om te getuigen van het Evangelie van Gods genade.’

Als ik dit zo op mij in laat werken, heb ik nog veel te leren. We mogen de Heere wel bidden om vrijmoedigheid, om bewogenheid.
Als we (een beetje) moeten lijden voor de Naam van de Heere Jezus – nou ja, lijden, dat valt hier nog wel mee, toch – dat ligt zelfmedelijden op de loer. Leer dan van Petrus en de apostelen in Handelingen 5:41: ‘Zij dan waren verblijd dat zij waardig geacht waren, omwille van Zijn Naam smaadheid te lijden.’

Romeinen, hoofdstuk 12 zegt:
‘Ik roep u er dan toe op, broeders, door de ontfermingen van God, om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk’ (vers 1).

Dirk van Genderen