Deze week wil ik u bemoedigen met woorden van de Heere Jezus uit Lukas 12. Woorden die moed geven in tijden van onrust, in tijden van crisis, in tijden van onzekerheid. Zoals deze woorden mij de afgelopen dagen hebben bemoedigd, hoop ik dat ze ook u bemoedigen.
Het betreft de verzen 31 en met name 32.
31. Maar zoek het Koninkrijk van God en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden.
32. Wees niet bevreesd, kleine kudde, want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven.
In vers 31 herkennen we Mattheus 6:33, woorden uit de Bergrede.
Zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden.
In de aansporing ‘Zoek eerst het Koninkrijk van God…’ staat het woord ‘zoek’ in de tegenwoordige tijd. Het is een aansporing aan de discipelen – en ook aan ons – om steeds, voortdurend, eerst het Koninkrijk van God te zoeken.
Wat is dat, het Koninkrijk van God? Romeinen 14:17 zegt: ‘Het Koninkrijk van God bestaat niet uit eten en drinken, maar uit gerechtigheid en vrede en blijdschap in de Heilige Geest.’ Overal waar gelovigen zijn, die de Heere Jezus kennen en liefhebben, vinden we iets van dit Koninkrijk. Want daar is Hij, zoals Paulus het zegt: ‘…niet meer ik, maar Christus woont in mij’ (Galaten 2:20).
‘Zoek eerst het Koninkrijk van God…’ is een oproep om allereerst en allermeest gericht te zijn op de Heere Jezus.
Het is ‘…het zoeken van de dingen die boven zijn, waar Christus is’.
Het is ‘…het bedenken van de dingen die boven zijn’.
Het is: ‘…ik ben gestorven en mijn leven is met Christus verborgen in God’ (Kolossenzen 3:1-3).
Het is het binnengaan in het Koninkrijk via de smalle weg (Mattheus 7:13 en 14).
Het is geen verloren tijd om de dingen te bedenken die boven zijn, waar Christus is. Deze woorden worden allereerst gesproken tot gelovigen, kinderen van God, om meer gericht te zijn op de Heere Jezus dan op deze wereld.
Tegelijk komen deze woorden ook tot hen die nog niet wederom geboren zijn. Het is een dringende aansporing om hun vertrouwen helemaal op de Heere Jezus te stellen en te erkennen dat je jezelf niet kunt redden, maar dat het Koninkrijk een genadegeschenk van Hem is.
‘…en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden…’ (vers 31b). Wees niet bezorgd, de Heere zal voor u zorgen.
In vers 32 klinken de woorden: ‘Wees niet bevreesd…’ Als we iets nodig hebben in deze tijd, zijn het wel deze troostwoorden. Er is zoveel onzekerheid, zoveel wat ons bevreesd kan maken. In het grote wereldgebeuren, maar ook in ons eigen leven.
‘Wees niet bevreesd…’ doe je niet door krachtig te zijn vanuit jezelf. Maar juist door te beseffen dat je zelf zwak bent, maar krachtig in de Heere. Zijn kracht in je en door je heen, in afhankelijkheid van Hem. Totale overgave aan Hem.
Paulus zegt dat zo treffend: ‘Wanneer ik zwak ben, dan ben ik machtig,’ omdat de Heere tegen hem had gezegd: ‘Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht’ (2 Korinthe 12:9 en 12).
‘Wees niet bevreesd…’ doe je door te schuilen bij Hem. Psalm 91:1 zegt: ‘Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, zal overnachten in de schaduw van de Almachtige.’
‘…Wees niet bevreesd, kleine kudde…’ klinkt het vervolgens in vers 32. Een kleine kudde, zo kun je jezelf soms voelen. In mijn herinnering hoor ik dan altijd weer die oude woorden uit de mooie Statenvertaling: ‘…klein kuddeke’. Letterlijk staan er twee verkleinwoorden: ‘kleine, kleine kudde’, dus de vertaling ‘klein kuddeke’ is zo vreemd nog niet.
De machtige God staat in voor Zijn kudde, Zijn gemeente hier op aarde. In eigen beleving vormen wij een kleine minderheid, zeker in ons land. We herkennen ons in de woorden die we tegenkomen in de brief aan de gemeente van Filadelfia, Openbaring 3:8 – ‘U hebt weinig kracht en toch hebt u Mijn Woord in acht genomen en Mijn Naam niet verloochend.’
En ook al zijn we gering in getal, en voelen we ons soms eenlingen in deze wereld, toch zegt de Heere Jezus: ‘Wees niet bevreesd.’ De kleine kudde heeft een Herder, een goede Herder, een machtige Herder. We zien op naar Hem. Omdat Hij voor ons instaat, zijn we niet bevreesd, hoewel iedereen en alles ons misschien wel toeroept en het misschien soms in onszelf opkomt: ‘Het is zinloos om op Hem te vertrouwen.’ Maar we weten: Op Hem kunnen we aan.
Er is alle reden om niet bevreesd te zijn. Hij stelt Zich garant voor de toekomst van Zijn kleine kudde. Ook voor u, voor jou als u tot deze kudde behoort.
‘…want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven…’
…uw Vader… = Hij is uw Vader en Hij zorgt voor u, daarom hoeft u niet te vrezen.
…het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven…
De Heere Jezus had kunnen zeggen: ‘Het heeft Mijn Vader behaagd…’, maar Hij zegt: ‘…Uw Vader’. Wat een genade. We hebben een Vader in de hemel Die ons persoonlijk kent en voor ons zorgt.
Hij geeft hier een geweldig rijke belofte. Een belofte die de Vader vreugde geeft. Het heeft Hem behaagd dit geschenk uit te gaan delen.
We worden aangespoord het Koninkrijk van God te zoeken en het wonderlijke is dat de Vader het schenkt. Zoekt en u zult vinden, ontvangen.
En wat is het Koninkrijk? Het is alles wat Hij schenkt. Nu al, en eenmaal volkomen. Als Hij alles nieuw gaat maken. Genade, vrede, eeuwig leven, de zaligheid, het paradijs, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, het nieuwe Jeruzalem, de eeuwige heerlijkheid. Woorden schieten tekort om die glorie te beschrijven. Het allerheerlijkste zal toch zijn dat we dan Hem zullen aanschouwen, Die we zo lief hebben, de Heere Jezus, het Lam. Openbaring 22:4 zegt immers: ‘…en zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofden zijn.’
Dirk van Genderen