Helaas kon de geplande gebeds- en verootmoedigingssamenkomst afgelopen vrijdagavond niet doorgaan. Vanwege de aangescherpte coronaregels, waar we ons aan wilden houden. Navraag bij de gemeente maakte duidelijk dat een coronatoegangsbewijs vereist was, omdat dit geen kerkelijke bijeenkomst was, maar werd gezien als een evenement. Dat wilde ik niet van u vragen. Maar ons gebed kan niet worden gestopt, door geen enkele regel.
Laten we allen thuis blijven bidden en ons voor de Heere verootmoedigen. En ik beloof u: zodra het weer mogelijk is, zal zo snel mogelijk deze gebedsbijeenkomst alsnog plaatsvinden D.V. En dan zal het niet bij die ene keer blijven, we gaan plannen maken om meer samenkomsten te gaan houden. De Heere heeft de afgelopen tijd de noodzaak hiervan op ons hart gelegd.
God wil u redden.
God wil uw familie redden.
God wil uw kerk redden.
God wil Nederland redden.
God wil Israel redden.
God wil de wereld redden.
‘De Heere wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen dat bekering komen’ (2 Petrus 3:9).
‘Zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft’ (Johannes 3:16). Wat een voorrecht, wat een genade, om vrijgekocht te mogen zijn door het bloed van de Heere Jezus!
Terwijl ik nadacht over een thema voor de gebeds- en verootmoedigingssamenkomst, heb ik Openbaring 13 opnieuw gelezen. Woorden die nogal eens klinken in deze tijd. In preken en in artikelen. Over het beest uit de zee, het beest uit de aarde en het merkteken van het beest. De macht van de duisternis lijkt te overwinnen. Alle hoop lijkt verdwenen… Om me heen proef ik dat mensen er soms angstig door worden. Wat staat ons allemaal nog te wachten? En wat moeten we doen? Of juist niet doen?
Onder gelovigen leiden de woorden uit Openbaring 13 soms tot verdeeldheid, grote verdeeldheid. Sommigen gebruiken grote woorden, te grote woorden. De ene gelovige kijkt neer op de andere, soms veroordelend. Terwijl ze in dezelfde kerk zitten, samen deel uitmaken van dezelfde gemeente van de Heere Jezus.
Dit doet mij pijn, heel veel pijn. Corona, Covid-19, vaccins, QR-code: het leidt tot zoveel verdeeldheid, pijn, angst en wantrouwen.
Gelukkig stopt het Bijbelboek Openbaring niet bij hoofdstuk 13, met het getal van het beest: 666, in het laatste vers. Direct aansluitend volgt Openbaring 14:1 – ‘En ik zag, en zie, het Lam stond op de berg Sion, en bij Hem 144 duizend mensen met op hun voorhoofd de Naam van Zijn Vader geschreven.’
Weg is de duisternis, weg is de dreiging. Het Lam, de Heere Jezus, zegeviert. Hij verschijnt als Overwinnaar. Niet het beest, maar Hij. Corona of wat dan ook heeft niet het laatste woord. De dag breekt aan dat de Heere Jezus zegevierend verschijnt op de berg Sion. Wat een troost, wat een bemoediging!
Mijn moeder zei het vroeger weleens: ‘Kijk vaker omhoog, kijk naar de Heere Jezus. Hij zorgt!’ Wat een wijs advies. Dat hebben we in deze tijd zeker nodig, om ons vertrouwen in alles op Hem te stellen. Ons leven is in Zijn hand, wat geldt voor gevaccineerden en voor niet-gevaccineerden. Alleen Hij kan ons redden.
In Openbaring 14:1 zien we de Heere Jezus neerdalen uit de hemel en Zijn voeten zetten op de berg Sion. Als Overwinnaar. Hij wordt omringd door 144.000 mensen. Wie dit zijn? Daar zijn nogal wat verschillende meningen over. Zijn het dezelfde 144.000 waar Openbaring 7 over spreekt? Dat is niet zeker.
Ze zijn gekocht uit de mensen, als eerstelingen voor God en het Lam, zegt Openbaring 14:4. Ze zingen een nieuw lied voor de troon.
Zijn het de eerstelingen uit de Joden, het overblijfsel, zoals wel wordt gedacht? Ze zijn gekocht ‘uit de mensen’, staat er. En bij ‘de mensen’ denk ik toch ook weer breder dan alleen aan het Joodse volk, ook omdat de muur die scheiding maakte tussen gelovigen uit de Joden en uit de heidenen door de Heere Jezus is weggebroken (Efeze 2:11-22). En of het er letterlijk 144.000 zijn? Dat kan, maar het kan ook wijzen op Gods volheid: 12x12x1000.
Alle aandacht wil ik hier richten op de Heere Jezus. Hij staat daar als overwinnaar op de berg Sion. Alleen Hij. En bij Hem mogen we horen, als we Hem mogen kennen als onze Redder en Verlosser, onze Messias.
Wij bevinden ons momenteel in een grote crisis. Er is veel onzekerheid, wantrouwen, verdeeldheid, angst, boosheid. Misschien bent u ook wel boos. Boos op de regering, boos op mensen die zich niet laten vaccineren, boos op alle maatregelen.
Maar in de hemel is er geen crisis. En ik geloof met heel mijn hart dat Heere op zoek is naar mensen die in de bres gaan staan voor Hem en voor hun medemensen. Als voorbidders.
Jesaja 59 zegt zo treffend: ‘Omdat Hij zag dat er niemand was, ontzette Hij Zich, want er was geen voorbidder’ (vers 16).
In dat hoofdstuk wordt aangegeven dat er grote duisternis was in het land Israel. Geestelijke duisternis. Een land vol van zonde. Vergelijkbaar met de situatie in ons land.
Treffend wordt de situatie beschreven. Het zou zo over ons land geschreven kunnen worden. Lees maar mee:
12. Onze overtredingen zijn talrijk voor U
en onze zonden getuigen tegen ons.
Want onze overtredingen zijn bij ons,
Onze ongerechtigheden, wij kennen ze:
13. Het overtreden en het liegen tegen de HEERE
en het zich afkeren bij onze God vandaan,
Het spreken van onderdrukking en afvalligheid,
het zwanger zijn en melding maken van leugenachtige
woorden vanuit het hart.
14. Daarom is het recht teruggeweken,
en de gerechtigheid blijft van verre staan.
Want de waarheid struikelt op de straat,
en wat recht is, kan niet binnenkomen.
15. Ja, de waarheid ontbreekt,
en wie zich afkeert van het kwade, wordt beroofd.
En de HEERE zag het, en het was kwalijk in Zijn ogen
dat er geen recht was.
Wij hebben er geen recht op dat de Heere ons genadig zou zijn. Wij kunnen bij God niet claimen dat Hij ons moet bevrijden van de coronacrisis, de klimaatcrisis of welke crisis dan ook.
En dwars door alle lijden en onzekerheid en crisis heen hoor ik de stem van de Heere Jezus, Die ons volk en de wereld toeroept: ‘Bekeer u, keer terug tot Mij. Alleen bij Mij is redding, vergeving en verlossing.’
In Jesaja 59 ziet de Heere dat er geen enkele voorbidder is. Hij ontzet Zich daarover. Hoe is dat bij ons? Ik geloof dat de Heere ook nu kijkt of er een voorbidder is. Een voorbidder voor onze kerken, voor ons land, voor onze gezinnen, onze kinderen…
In gedachten hoor ik de woorden van de Heere tot Jesaja: ‘Wie zal Ik zenden, wie zal voor Ons gaan’ (Jesaja 6:8)?
En met Daniël belijden we het: ‘Hier zijn wij, Heere, wij hebben gezondigd, wij hebben onrecht gedaan, wij hebben goddeloos gehandeld, wij zijn in opstand gekomen door af te wijken van Uw geboden en bepalingen… (…) …bij ons is schaamte op het gezicht… (…) …neig uw oor, mijn God en hoor! Open Uw ogen… (…) …want wij werpen onze smeekbeden niet voor U neer op grond van onze gerechtigheden, maar op grond van Uw grote barmhartigheid. Heere, luister. Heere, vergeef. Heere, sla er acht op en doe het, wacht niet langer…’ (uit Daniël 9).
‘Heere, daal neer, scheur de hemel open. Wees ons genadig, vergeef ons onze zonden, ook onze kerkelijke zonden, was ons schoon met Uw kostbaar en dierbaar bloed, gestort op Golgotha’s kruis. Herstel ons land. Tot eer van Uw grote Naam en tot zegen van velen.’
Dirk van Genderen