Maranatha: onze Heere, kom!

‘Maranatha’. Zo begroetten de gelovigen in de eerste eeuw van onze jaartelling elkaar vaak. Het lijkt mij ook een goed woord om het jaar 2021 mee af te sluiten en 2022 mee in te gaan. Van harte wens ik u Gods rijke zegen en Zijn nabijheid toe voor het nieuwe jaar, dat de Heere ons weer geeft.

Wat gaat dit nieuwe jaar ons brengen? Komt er een einde aan de coronapandemie? Wordt het weer mogelijk om onbeperkt samen te komen als kerken en gemeenten? Daar hopen we op en bidden we toch om…
Wordt dit het jaar dat de Heere ons op komt halen om voor altijd bij Hem te zijn? Wordt dit het jaar van Zijn komst op de wolken, als Hij zal komen in grote heerlijkheid?

Wat een liefde van God, dat de Heere Jezus gekomen is. We hebben het herdacht de afgelopen weken. Hij gaf Zijn leven aan het kruis, stortte Zijn bloed om jou, u, mij te redden. ‘Het bloed van Jezus Christus Gods Zoon reinig van alle zonde’ (1 Johannes 1:7).

Hij roept het ons toe: ‘Ik ben gekomen en Ik kom spoedig terug.’
Wij mogen het elkaar toeroepen: ‘Maranatha, onze Heere, kom terug.’

Maranatha in coronatijd. Als één van de tekenen van de eindtijd noemt de Heere Jezus in Lukas 21:11 ‘besmettelijke ziekten’. We zien het voor onze ogen gebeuren.
Wil dit zeggen dan het nu zover is? Laten we daar maar voorzichtig mee zijn, hoewel… op een dag is het wel zover.
Heel de geschiedenis door zijn er besmettelijke ziekten geweest, cholera, de pest, de Spaanse griep… met veel meer doden dan nu. Corona is maar een klein stormpje vergeleken met die grote stormen.

De Bijbel noemt meer tekenen, zoals:
* Verkondiging van het Evangelie tot aan de einden van de aarde.
* Terugkeer van het Joodse volk naar Israel.
Steeds meer Joodse mensen komen ook tot geloof in de Heere Jezus. Het is het begin van het volledig in vervulling gaan van Gods belofte dat er een dag komt dat heel Israel zalig zal worden.

Het doet pijn dat we vandaag niet met iedereen kunnen samenkomen in onze kerkdiensten. Maar in hoeverre mist de Heere onze volle kerken? Ik huiverde toen deze vraag in mijn gedachten kwam. Kan het zijn dat er veel vormendienst in onze samenkomsten was/is? Of gingen we altijd met een brandend hart naar de kerk? Wellicht is het nodig dat we tot inkeer komen en ons voor de Heere verootmoedigen.

Ik meen dat Gods stem klinkt, dwars door de coronacrisis heen: ‘Kerk, keer terug tot Mij. Wereld, bekeer je tot de Heere. Israel, je kunt niet zonder Mij.’

Deze week kwam het zo op mij af: zeker nu moet Nederland over de Heere Jezus horen.
Alleen Hij kan ons redden.
Juist nu, in deze crisistijd, zou de kerk tot een zegen voor de wereld moeten zijn. Bid voor de wereld. Bid voor de mensen die de Heere Jezus nog niet kennen.
Zegen de regering, ook al ben je het niet in alles eens met wat de regering doet. Bid voor de zieken, de hulpverleners.
Wijs niet voortdurend met de vinger naar degenen die in onze ogen het allemaal verkeerd doen, maar vouw uw handen, bid voor hen.

Hoe kunnen wij als kerken de wereld tot jaloersheid verwekken? Door elkaar lief te hebben en de Heere Jezus lief te hebben. En klaar te staan voor een wereld in nood…
Als alles om ons heen wankelt, als de crisis om ons heen raast… zie in geloof op de Heere Jezus.
Wees altijd bereid om getuigenis te geven van de hoop die in u is. Ga niet alleen maar meeklagen over de situatie in de wereld, maar getuig van Hem!

We mogen maranatha-christenen zijn, en uitzien naar de komst van de Heere Jezus in heerlijkheid. De enige keer dat het woord maranatha in de Bijbel voorkomt, is in 1 Korinthe 16 vers 22: ‘Als iemand de Heere Jezus Christus niet liefheeft, laat die vervloekt zijn. Maranatha.’

Paulus spreekt deze woorden uit nadat hij al afscheid heeft genomen aan het einde van zijn brief aan de gemeente in Korinthe, hen gegroet heeft. Dan heeft hij nog iets te zeggen. Iets waarvan ze in eerste instantie behoorlijk geschrokken zullen zijn.
Het is waarschijnlijk zo dat heel de brief, op de laatste 4 verzen na door Paulus is gedicteerd aan Apollos (1:1) en dat Paulus er zelf nog de laatste verzen 21-24 eigenhandig aan heeft toegevoegd.

Wat een krachtige waarschuwing klinkt er in vers 22: ‘Als iemand de Heere Jezus Christus niet liefheeft, laat die vervloekt zijn.’
Er staat in het Grieks voor vervloekt: ‘anathema.’ Dat woordje ‘anathema’ komen we ook tegen in de brief aan de Romeinen. Als de apostel zegt: ‘Ik zou zelf wel wensen verbannen te zijn van Christus voor mijn broederen’ (Romeinen 9:3).

Verbannen van Christus. Wat betekent dat? Als we de Heere Jezus niet liefhebben, worden we buitengesloten.
Eigenlijk staat er: Als iemand de Heere Jezus Christus vervloekt, laat die vervloekt zijn.
Om deze woorden te kunnen plaatsen, moeten we even terugbladeren naar 1 Korinthe 12:3, waar we lezen: ‘Daarom maak ik u bekend dat niemand die door de Geest van God spreekt, zegt: Jezus is een vervloekte.’

Dwars door deze woorden heen klinkt het dringende verlangen van Paulus om de Heere Jezus Christus wel lief te hebben. Kennen wij iets van dit verlangen…
Dat zoveel mogelijk mensen de Heere Jezus nog leren kennen? Uw kinderen, kleinkinderen, als u die hebt, voor uw geliefden. Bid voor hen, blijf bidden en getuigen.

We lezen verder in vers 22. Dan klinkt daar opeens het woord ‘maranatha’. Het betekent ‘Onze Heere, kom’.
Maranatha is de samenvoeging van twee Aramese woorden, die op twee manieren kunnen worden gelezen.

Marana ta – Onze Heere, kom
Maran ata – Onze Heere is gekomen of Onze Heere is komende.

De roep ‘Maranatha’ geeft het verlangen aan naar de wederkomst van de Heere Jezus. Wanneer hier de uitroep klinkt ‘Maranatha’, ‘Onze Heere, kom’… dan weerklinkt hierin het verlangen naar de verlossing, de totale verlossing van de gelovigen.
En het verlangen om de Heere Jezus te zien, te ontmoeten en voor altijd bij Hem te zijn. Bij Hem Die we zo van harte liefhebben, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.

‘Maranatha’ klonk toen al, in de eerste eeuw, zo kort na de hemelvaart van de Heere Jezus.

Wat een verlangen… Hoe is dat onder ons?
Stemmen wij in met deze roep: Maranatha, onze Heere, kom? Is dat ook ons verlangen?

Nu gaat het er niet om hoe dat precies zal gaan. De Bijbel zegt: ‘Want de Here Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan.

Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen zij altijd bij de Heere zijn’ (1 Thessalonicenzen 4:16 en 17).

Beste mensen, is dat ook uw/jouw hoop, verwachting, uitzicht?
Dan roepen we het uit: ‘Maranatha, onze Heere, kom.’

Het komt erop aan, dat we de Heere Jezus kennen als onze Heiland en Verlosser, Hem liefhebben en niet meer zonder Hem kunnen.  Dat je mag weten dat Hij ook voor jou Zijn leven heeft gegeven aan het kruis van Golgotha. Het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt ons van alle zonden.

Hij wil ook u, ook jou redden. Neem je toevlucht tot Hem, belijd je zonden en stel je vertrouwen op Hem alleen.
Als je nog nooit tot de overgave aan Hem bent gekomen, dat bid ik dat de Heilige Geest in je hart zal werken en dat je Hem zult leren kennen.

Als dit voor iemand van u geldt, dan smeek ik u: Bekeer u, laat u met God verzoenen. Waarom zou u sterven en voor eeuwig verloren gaan? Ga naar de Heere Jezus, stel uw vertrouwen op Hem, geloof dat Hij ook voor u Zijn leven heeft gegeven aan het kruis van Golgotha, om ook de straf van uw zonden te dragen en uw zonden te vergeven.

De woorden ‘Onze Heere, kom’ komen we ook tegen in Openbaring 22:20, maar dan niet vanuit het Aramees.  Daar klinkt het: ‘Hij Die van deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen.’
Het is als het ware een antwoord op het gebed van de Geest en van de bruid in vers 17: ‘En de Geest en de bruid zeggen: Kom!’

De Heere Jezus getuigt het: ‘Ja, Ik kom spoedig.’ Dit ‘ja’ is als een plechtige verklaring.
Na deze belofte van de Heere Jezus antwoordt Johannes: ‘Amen. Ja, kom, Heere Jezus.’

Het is nog niet zover, hoewel alles in de hemel misschien al wel in gereedheid wordt gebracht voor de komst van de Heere Jezus.
‘Het einde van alle dingen is nabij,’ zegt 1 Petrus 4:7. Het einde is ‘telos’ = doel. De voltooiing van Gods plannen.
Wees daarom bezonnen en nuchter in de gebeden. Pas op met complottheorieën. Stel uw vertrouwen op de Heere Jezus. Wees altijd bereid Hem te ontmoeten.

Ben je klaar voor die dag? Of moet je nog dingen in orde maken? Wacht er niet mee, doe het vandaag.
Zie op Hem, op de Heere Jezus. Houd uw oog op Hem gericht.

Vol verwachting mogen we het elkaar aan het eind van 2021 en aan begin van 2022 toe: ‘Maranatha’.
Roept u, roep jij het mee: ‘Maranatha: onze Heere, kom!’

Dirk van Genderen