De hemel ging – menselijkerwijze gesproken – open op de Hemelvaartsdag. Met Zijn bloed ging de Heere Jezus het heiligdom binnen, waardoor Hij een eeuwige verlossing teweeg heeft gebracht, zegt Hebreeën 9:12.
Hij kreeg de ereplaats, op de troon, aan de rechterhand van Zijn hemelse Vader. En allen die Hem kennen, mogen in de Geest ook al daar zijn. Wat een geestelijke rijkdom, wat een voorrecht.
De Bijbel geeft op diverse plaatsen aan hoe belangrijk, hoe zegenrijk het is dat de Heere Jezus naar de hemel is gegaan. Hij is er ons ten goede. Vijftien zegeningen, met een aantal Schriftplaatsen erbij, om dit helder te maken.
1. Zijn hemelvaart is vervulling van oudtestamentische profetie.
Psalm 68:19 – U bent opgevaren naar omhoog, U hebt gevangenen weggevoerd, U hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen, ja, ook aan opstandigen: om bij U te wonen, HEERE God.
2. Na de hemelvaart van de Heere Jezus, is de Heilige Geest, de Trooster gekomen. Zonder Zijn hemelvaart zou de Heilige Geest niet gekomen zijn.
Johannes 14:16 + 17a – Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid, namelijk de Geest van de waarheid.
Johannes 16:7 – Ik zeg u de waarheid dat het nuttig voor u is dat Ik wegga, want als Ik niet wegga, zal de Trooster niet naar u toe komen; maar als Ik heenga, zal Ik Hem naar u toe zenden.
3. Om een Naam boven alle namen te krijgen, moest de Heere Jezus verhoogd worden in de hemel.
Filippenzen 2:9-11- Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam,
opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn,
en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader.
4. In de hemel is de Heere Jezus onze Voorspraak bij de Vader.
1 Johannes 2:1 – Indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige.
5. De Heere Jezus is naar de hemel gegaan, om plaats voor de Zijnen te bereiden.
Johannes 14:2 + 3 – In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken. En als ik heengegaan ben en plaats voor u gereed gemaakt heb, kom Ik terug en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben.
6. In Zijn hemelvaart verhoogde de Vader Hem.
Markus 16:19 – De Heere dan is, nadat Hij tot hen gesproken had, opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand van God.
Hebreeën 8:1 – Zo’n hogepriester hebben wij, Eén Die Zich heeft gezet aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de hemelen.
1 Petrus 3:22 – Die aan de rechterhand van God is, opgevaren naar de hemel, terwijl de engelen, machten en krachten Hem onderworpen zijn.
7. Christus is het heiligdom, de hemel, binnengegaan, om voor het aangezicht van God te verschijnen voor ons.
Hebreeën 9:24 – Want Christus is niet binnengegaan in het heiligdom dat met handen gemaakt is en dat een tegenbeeld is van het ware, maar in de hemel zelf, om nu voor het aangezicht van God te verschijnen voor ons.
8. Christus is onze Hogepriester in de hemel.
Hebreeën 4:14 – Nu wij dan een grote Hogepriester hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk Jezus, de Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden.
9. Vanuit de hemel deelt Hij geestelijke gaven uit.
Efeze 4:7 – Maar aan ieder van ons is de genadegave gegeven naar de maat van de gave van Christus. Daarom zegt Hij: Toen hij opvoer in de hoogte, nam Hij de gevangenis gevangen en gaf Hij gaven aan de mensen.
10. In de hemel is de Heere Jezus het hoofd van de gemeente
Kolossenzen 1:18 – En Hij is het hoofd van het Lichaam, namelijk van de gemeente, Hij, Die het begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.
11. In de hemel bidt, pleit Hij voor de Zijnen.
Romeinen 8:34 – Christus is het Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook aan de rechterhand van God is, Die ook voor ons pleit.
Hebreeën 7:25 – Daarom kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.
12. Nu Hij niet meer lichamelijk op aarde is, woont Hij door Zijn Geest in al de Zijnen, verspreid over heel deze wereld.
Galaten 2:20 – Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij.
13. Vanuit de hemel laat Hij Zijn volk op aarde nooit in de steek en zorgt Hij voor hen.
Mattheus 28:20 – En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld.
14. De Heere Jezus heeft in de hemel de boekrol van de wereldgeschiedenis in handen genomen en rolt die af tot aan de komst van de nieuwe hemel, de nieuwe aarde en het nieuwe Jeruzalem.
Openbaring 5:5 – En één van de ouderlingen zei tegen mij: Huil niet. Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken.
15. Om Zijn wederkomst mogelijk te maken, moest Hij eerst naar de hemel opvaren.
1 Thessalonicenzen 4:16 – Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel.
Voor Zijn hemelvaart zegende de Heere Jezus Zijn discipelen. Thomas, die aanvankelijk niet kon geloven dat Jezus was opgestaan. Petrus, die Hem verraden had. Johannes die Hij liefhad.
Wie u ook bent, als u een discipel, een volgeling van Hem bent, geldt die zegen ook u. Zegenend ging Hij naar de hemel. In de hemel bidt Hij voor de Zijnen, pleit Hij voor hen, is Hij hun voorspraak bij de Vader, maakt Hij allen zalig die door Hem tot God gaan. En nog even, dan gaat de hemel weer open en komt Hij terug, ‘op dezelfde wijze als u Hem naar de hemel hebt zien gaan’ (Handelingen 1:11).
Dirk van Genderen