‘Heere God, red ons land’

Deze week keek ik even naar het ingelaste Kamerdebat over de uitspraken van CDA-leider en vicepremier Wopke Hoekstra over de stikstofcrisis. Na een kwartier ben ik ermee gestopt – wat een zinloos debat! – en ben ik gaan bidden. Ik hoop dat meer christenen dat hebben gedaan. Van de politiek hebben we geen heil te verwachten. Ons land is in crisis. Daarom bid ik: ‘Heere God, red ons land’.

‘Ze maken ons land kapot’. Hoe vaak heb ik dit de afgelopen weken al niet gehoord. En dan gaat het over de politiek. Geen enkel probleem wordt opgelost. Van Den Haag verwacht al vrijwel niemand meer iets.
We weten ons geen raad met de vluchtelingen/asielzoekers, voor wie opvang ontbreekt, de (zogenaamde) stikstofcrisis verdeelt ons land, de exploderende gasprijzen gaan deze winter leiden tot onbetaalbare energierekeningen…

Op de bidstonden in het land proef ik ook de wanhoop, het wantrouwen.
‘Ik kan straks mijn rekeningen niet meer betalen.’
‘Mijn bedrijf wordt kapot gemaakt.’
‘Het vertrouwen in de politiek heb ik allang verloren.’

Wat kunnen, moeten we doen, als christenen in dit land? Zien we het aan en kijken we ernaar? Als ik her en der preken beluister, dan proef ik daarin nauwelijks nood over de situatie waarin ons land en ons  volk zich bevindt. Terwijl iedereen er toch mee wordt geconfronteerd en ook gemeenteleden, christenen zich grote zorgen maken over de toekomst.

Als kerken gedragen we ons vaak alsof we in een ander universum leven: een min of meer stabiele  wereld, waarin mensen worden opgeroepen tot bekering en het dienen en volgen van de Heere Jezus. Dat gebeurt soms nog op dezelfde manier als vijftig jaar geleden.
Is dat verkeerd? Dat zeg ik niet. Maar ik meen dat de prediking ook actueel mag zijn. Dat deed Paulus al, dat deed de Heere Jezus, dat deden de profeten. En ik meen dat het ook onze taak en roeping is.

Inmiddels hebben we verspreid over het land acht bidstonden gehouden, voor boeren, tuinders en vissers, ja, maar steeds meer ook voor de grote nood waarin ons land zich bevindt. De diepste oorzaak is een geestelijk probleem, we hebben God de rug toegekeerd.

De afgelopen twee maanden hadden we elke week een bidstond, afgelopen maandag in het Friese Bakkeveen. Enkelen van de aanwezige boeren vertelden over de buitengewoon onzekere situatie waarin zij zich bevinden, maar ze getuigden ook dat hun hoop op de Heere gevestigd is. We baden in groepjes, we baden als grote groep. We verootmoedigden ons voor de Heere, beleden onze zonden, maar aanbaden Hem ook, beleden Hem als Heere, Die regeert en op de troon zit.

Ik hoop en bid dat we als christenen, als gelovigen, zullen beseffen dat de toekomst van ons land mede van ons afhangt. Dat klinkt u misschien vreemd in de oren, maar toch geloof ik dat het waar is.
In Jesaja 59 gaat het over de ongerechtigheden van het volk Israel, om hun overtredingen tegen de Heere. Woorden die ook op ons land van toepassing zijn. Het recht in het land is teruggeweken en de gerechtigheid blijft van verre staan. De waarheid struikelt op de straat en er is geen ruimte voor wat recht is.

Vers 15 zegt dan
‘Ja, de waarheid ontbreekt,
en wie zich afkeert van het kwade, wordt beroofd.
En de HEERE zag het, en het was kwalijk in Zijn ogen
dat er geen recht was.’

De woorden in vers 16, die volgen, komen ook tot ons:
‘Omdat Hij zag dat er niemand was,
ontzette Hij Zich, want er was geen voorbidder.’

De Heere zoekt voorbidders, voor ons land en voor ons volk. Mensen die vanuit de crisis, vanuit de nood, tot Hem roepen om genade, om ontferming. Mensen die Hem eren als Koning, Hem belijden als Heere, hun vertrouwen op Hem stellen.
‘Heere, red ons land, red ons volk. Stort Uw Geest uit over ons volk, onvertuig van zonde, gerechtigheid en oordeel. Schenk bekering, een terugkeer tot U. Tot eer en glorie van U en tot zegen van ons land en ons volk.’

Dirk van Genderen